‘Doden bij gevechten tussen Libische milities rond Tripoli’

Libische strijders, gisteren gefotografeerd bij een checkpoint op de weg tussen Zawiyah en Tripoli. Foto Reuters / Youssef Boudlal

Bij gevechten tussen rivaliserende milities rond de Libische hoofdstad Tripoli zijn gisteren twee doden gevallen. Het zou gaan om de laatste van een serie confrontaties die de laatste weken plaatsvonden tussen rebellengroepen die voorheen gezamenlijk tegen Gaddafi streden.

De gevechten van gisteren, waarover persbureau AP vanochtend bericht, vonden volgens een bron binnen de strijdende partijen plaats op de weg die Tripoli verbindt met de kuststad Zawiyah, die zo’n 50 kilometer ten westen van de hoofdstad ligt. Een militie uit Zawiyah zou daar in gevecht zijn geraakt met een militie uit het nabijgelegen Warshefana. Twee burgers uit Zawiyah zijn volgens de bron bij de gevechten omgekomen.

Ruzies tussen verschillende milities in Libië kunnen snel escaleren vanwege de grote hoeveelheid wapens die door de acht maanden durende burgeroorlog zijn achtergebleven. De Libische interim-premier Abdurrahim el-Keib heeft gezegd dat het moeilijk is om de verschillende strijdende rebellenfacties te ontwapenen omdat hen nog geen alternatief zoals een baan in het leger kan worden geboden.

Op de achtergrond van de strijd tussen de milities spelen allerlei verschillende zaken mee, legt onze buitenlandredacteur Carolien Roelants uit:

“Er zijn geografische rivaliteiten: de rebellen uit Misrata hebben een grote mond omdat ze zeggen dat ze Tripoli bevrijd hebben en Gaddafi hebben gedood. Zij rivaliseren met milities uit andere steden. Daarnaast heb je ook een grote stammenrivaliteit.”

Roelants zegt dat er de laatste weken geregeld confrontaties tussen milities zijn geweest en dat die “geleidelijk” in frequentie lijken toe te nemen:

“Al die milities hebben hun pretenties en willen hun gelijk gewapenderhand afdwingen. De milities willen hun wapens niet afstaan omdat zij die zien als een verzekering voor de toekomst. Maar de wapens maken die toekomst ook kapot.”

    • Pim van den Dool