De Sint zegt niets lelijks meer over kinderen

Sinterklaas is alleen nog maar vriendelijk en dat past volgens pedagogen in een goede Nederlandse traditie. Wij zijn altijd minder streng voor onze kinderen geweest dan ouders in andere landen.

DENHAAG:15NOV2003 Aankomst Sinterklaas. Sinterklaas en enkele van zijn zwarte pieten, aan boord van de ss Madrid, naderen de haven van Scheveningen. FOTO ROEL ROZENBURG Roel Rozenburg

Lerares Aleida Diemer (56) herinnert zich het nog goed. Sinterklaas kwam op bezoek in de klas, ze was nog een klein meisje. „Sinterklaas en Zwarte Piet liepen recht op Luutje af, een lastig jongetje. Hij schreeuwde het uit toen hij door Zwarte Piet in de zak werd gestopt.” De Piet slingerde de zak op zijn rug en liep de klas uit. „Wij vonden het vreselijk. We dachten echt: die gaat naar Spanje.”

De oom van ontwikkelingspsycholoog Steven Pont is nu 71 maar vertelde hem onlangs nog hoe hij zich als kind voelde in december. Kinderen die in de klas stout waren geweest, moesten op de gang onder een rooster staan. Daar zou Piet ze doorheen trekken om pepernoten van ze te maken.

Gelukkig is het sinterklaasfeest veranderd, zeggen pedagogen en ontwikkelingspsychologen. Er wordt nauwelijks nog gedreigd. „De zak en de roe zijn naar de achtergrond verdwenen”, zegt Steven Pont. Volgens pedagoog Bas Levering is dreigen met ‘de zak en Spanje’ tegenwoordig zelfs uit den boze. „Sinterklaas is een lieve man geworden.”

In de klas van lerares Aleida Diemer is het alleen nog maar gezellig in november en december. „Er worden tekeningen gemaakt. En als je iets heel goed kan, voer je een kleine voorstelling op voor Sinterklaas.” Het ‘Grote Boek van Sinterklaas’ staat vol met positieve dingen over de kinderen, zegt Diemer. „Vroeger kreeg je te horen dat je altijd achterstevoren zat, of lelijk schreef. De juf hoopte dan dat je het daarna beter ging doen omdat Sint het had gezegd.”

Dreigen en straffen passen niet meer binnen onze ideeën over opvoeden, zegt Pont. Opvoeding is niet meer, zoals vroeger, gebaseerd op „macht en kracht”, maar op „gelijkwaardigheid en overleg”. Dat zie je ook aan het feit dat het geven van een corrigerende tik in Nederland strafbaar is. Hij zou het overigens een zwaktebod vinden als je als ouder Sinterklaas nodig hebt om iets voor elkaar te krijgen. „Daarmee zeg je eigenlijk: ik doe er niet toe, maar híj.” En na december heb je natuurlijk een probleem.

Wat meehelpt, zegt juf Aleida Diemer, is dat Spanje tegenwoordig een stuk dichterbij is. Een deel van de kinderen kent het land van vakantie. „Vroeger was nooit iemand over de grens geweest. Het buitenland, dat gaf een veel grotere angst. Nu denken ze bij Spanje: lekker warm, kun je leuke dingen doen.”

Maar moeten kinderen niet leren dat je niet zomaar cadeaus krijgt, dat je daar iets voor moet doen? Pont: „Dat leer je ze de rest van het jaar, elke dag. Bijvoorbeeld door kinderen de tafel af te laten ruimen. Een feest is juist leuk omdat de regels even niet gelden, dat zie je aan de volwassenen bij carnaval.” Bas Levering vindt dat het sinterklaasfeest nog steeds gaat om ‘je best doen’ en ‘loon naar werken’. „Je krijgt cadeautjes omdat je je goed hebt gedragen, het laatste jaar.”

Het feit dat Sinterklaas vriendelijker is geworden, past in een goede Nederlandse traditie, zegt Levering. Volgens de pedagoog houden Nederlanders niet van straffen. „We hebben een geschiedenis van kindvriendelijkheid. Door de eeuwen heen is het altijd zo geweest dat wij minder streng voor onze kinderen zijn dan in andere landen. Buitenlandse bezoekers ergerden zich altijd aan Nederlandse kinderen, ze vonden dat die veel te veel ruimte kregen.” Deze ontwikkeling zette ook in de 19de eeuw door. Lijfstraffen op school werden relatief vroeg afgeschaft. „Daar hebben ze in Engeland bijna een eeuw langer over gedaan.”

Het afschaffen van het dreig- en strafdeel komt de sinterklaasmythe alleen maar ten goede, vindt orthopedagoog Jurjen Tak. Hij zegt dat drie basisregels van straffen door Sinterklaas met voeten worden getreden. Eén: je moet nooit dreigen met iets dat je niet bereid bent uit te voeren (Spanje). Twee: je moet snel straffen, zodat het kind nog weet wat het verkeerd heeft gedaan – dus niet de volgende ochtend met een leeg gebleven schoen. En drie: de straf moet in verhouding staan tot wat een kind heeft gedaan. Tak: „Je moet het als kind wel heel bont maken, wil je terecht naar Spanje worden gestuurd.”

    • Andreas Kouwenhoven
    • Merel Thie