De Raad van State heeft een vernieuwer nodig

Majesteit! Afgelopen donderdag sloot de termijn waarbinnen kon worden gesolliciteerd naar het ambt van vicepresident van de Raad van State. Ik ben waarlijk benieuwd hoeveel reacties U kreeg op Uw advertentie in de Staatscourant. „Uw brief richt u aan Hare Majesteit”, stond er, „onder vermelding van de aanduiding Vertrouwelijk op de enveloppe”. In ieder geval één sollicitant kon van de interne post gebruikmaken, vermoed ik. Maar flauwer zal ik niet worden.

Dit stukje gaat niet over wie U straks mag aanstellen, maar over wat er moet gebeuren, daar aan de Kneuterdijk. Over wat de nieuwe vicepresident daar aantreft en of dat ook verbeterd kan worden. De verleiding is uiteraard groot om niks te doen. De Raad bestaat al 500 jaar en is met de constitutionele monarchie een rustig bezit. En aangezien U binnenkort toch kleiner gaat wonen, gaat U niet eerst groot verbouwen. Een oud Chinees spreekwoord zegt: if it ain’t broke, don’t fix it, nietwaar. Niets doen is ook beleid.

Er zijn wel andere vernieuwingen die dringender zijn – denk aan de Randstad die zich als één metropool ontwikkelt, maar verdeeld blijft over vier concurrerende provincies. Of het gemankeerde Koninkrijk dat nu is verdeeld over een Europees en Caraïbisch deel met de zelfstandige schertslanden Aruba, Sint Maarten en Curaçao. Dáár zou die minister Donner ook z’n energie aan kunnen besteden. Maar dat dus terzijde.

De Raad van State zélf is intussen ook een klus. Het instituut produceert jaarlijks honderden adviezen en duizenden rechterlijke uitspraken. Goed, de vicepresident is vooral uitvoerder. Hij moet vertegenwoordigen, personeel aannemen, budget beheren en de ‘onderlinge samenhang bevorderen’. Er staat niet in het functieprofiel dat hij zich dient te bezinnen op de plaats van de Raad van State in het staatsbestel. Hij moet ‘algemene knelpunten in wetgeving en bestuur’ terugkoppelen. En de regering en de Kamer advies geven, eventueel onverplicht.

Dat biedt toch enige ruimte voor nieuwe ideeën, misschien wel voor deze. Vorige maand kwam het boek De Raad van State in perspectief uit, waarin de Raad zich liet analyseren door de buitenwereld. Onder eigen redactie, waardoor het natuurlijk een vrij beleefd boek werd. Maar ook dan zijn er ten minste twee vrij grote problemen, die ook dringend zijn. 1. Wordt er wel geluisterd naar de adviezen van de Raad? En 2. Is de Raad wel een échte hoogste bestuursrechter?

Die hoofdstukken geschreven door ‘de buren’, op Justitie en bij de Hoge Raad, zijn voor de sollicitatiegesprekken leuke input. Topambtenaar Gert Jan Veerman beoordeelt het praktisch effect van de honderden adviezen die jaarlijks worden gegeven als ‘niet indrukwekkend’. Beleidsmatige adviezen die de Raad geeft worden namens de minister meestal ‘weggeschreven’. De oppositie (en de pers) willen nog wel eens aan de kritiek van de Raad herinneren. Maar de regeringspartijen luisteren ‘niet of nauwelijks’. En het kabinet eigenlijk nooit. Het regeerakkoord is koning. De Raad piept in de marge en de olifant loopt door.

Veerman concludeert dat er weinig ‘zware redenen’ zijn om met die advisering door te gaan. Net zo min als er echt goede redenen zijn om ermee op te houden. Een nette manier om te zeggen dat de Raad er niet veel toe doet. Op onderdelen noemt Veerman de advisering een ‘dure dubbelganger’ van de gewone wetsvoorbereiding. Hij vindt het ‘zonde’ om de Raad op te heffen, maar de gedachte is kennelijk niet vreemd.

Kan het ook anders? Ja, de Raad zou niet moeten proberen om de ‘lavastroom’ wetsvoorstellen bij te houden met aparte adviezen. Maar over moeten gaan op thematische advisering. Op bredere staatkundige kwesties. En zo gezag herwinnen.

Raadsheer Fred Hammerstein van de Hoge Raad geeft een gelijksoortig advies. Concentreer u op de hoofdlijnen. Nu spreekt de Raad jaarlijks recht in 13.000 (!) zaken. Gewone en principiële kwesties krijgen dezelfde aandacht. De uitspraken worden niet eens geschreven door de staatsraden, maar door het stafbureau wat automatisch leidt tot een ‘zekere behoudzucht’. Aan vrijheid, onafhankelijkheid en distantie schort het, zo blijkt – tussen de regels – uit zijn bijdrage. Bij de Hoge Raad ligt het accent op creativiteit. Bij de Raad van State is het proces ‘tamelijk bureaucratisch’.

Ook niet zo’n vrolijke analyse dus. Zou dat iets zijn om op te lossen, voor de nieuwe m/v? Herijking op hoofdlijnen, selectie aan de poort, kwaliteitsimpuls en betere profilering van de eigen rol? Als Philips de tv-tak kan verkopen, is de Raad van State misschien ook wel tot strategische keuzen in staat. Eigenlijk zoekt de Raad van State een CEO, met innovatiedrift.

Folkert Jensma

Reageren kan via nrc.nl/rechtenbestuur, twitter: #rechtenbestuur

    • Folkert Jensma