De nieuwste Hollandse hit van Frans Duits

Dat was een zeer pijnlijke vergissing van Standard & Poor’s. De kredietbeoordelaar meldde afgelopen donderdag abusievelijk dat Frankrijk zijn AAA-status kwijt was, en trok die mededeling haastig in toen de markt op hol sloeg en de rente op de Franse staatsschuld 0,27 procentpunt steeg. Het renteverschil tussen Frankrijk en Duitsland liep even op tot 1,68 procent – een record.

De Franse regering reageerde furieus, en terecht. Dit soort fouten maak je niet, en al helemaal niet in tijden als deze. Het sterkt de met name door Frankrijk beleden weerstand tegen de macht van de kredietbeoordelaars waarvan de grote drie (S&P, Moody’s en Fitch) een oligopolie vormen. Europa zou, zo vindt ook de Europese Commissie, een eigen beoordelaar moeten hebben, al was het maar als tegenwicht. En dat streven wordt nu alleen maar acuter.

De vergissing van S&P maskeert intussen een trend die levensgevaarlijk was voor de eurozone. Het incident vond plaats om drie minuten voor vijf donderdagmiddag. Maar daarvóór was het Frans-Duitse renteverschil al flink opgelopen – tegen de markt in die juist wat tot rust kwam na de turbulente woensdag. Frankrijk kan nu voorlopig volhouden dat het opgelopen renteverschil enkel op de fout van S&P terug te voeren is.

De perikelen rond Italië, dat gisteren de markt wat kalmeerde toen de Senaat daar een vergaand bezuinigings- en hervormingsplan aannam, zijn altijd gezien als het gevaarlijkste wat de eurozone kon overkomen. Maar dat de markt intussen de verhouding tussen Frankrijk en Duitsland aan het testen is, kan pas echt uitgroeien tot het cruciale moment voor Europa. Kijk maar naar de geschiedenis.

Tijdens de vorige valutacrisis in Europa, die van 1992 en 1993 liet Europa de zaak ook veel te lang op zijn beloop. Het Britse pond werd in september 1992 uit het toenmalige Europese Monetaire Stelsel gespeculeerd. De Italiaanse lire ook. Daarna volgden gedwongen devaluaties van de Spaanse peseta en de Portugese escudo. Maar toen in de zomer van 1993 de Franse franc onder druk kwam werden pas de échte maatregelen genomen: het oprekken van de bandbreedte waartussen de munten mochten fluctueren en het daadwerkelijk optuigen van het plan voor één gemeenschappelijke munt die een einde moest maken aan de onderlinge valutaperikelen.

Zo’n moment hangt nu in de lucht. Of Nederland daarbij een eigen koers kan varen? De PVV kondigde donderdag aan een onderzoek uit te laten voeren naar de kosten en baten van de mogelijkheid de gulden weer terug te nemen, door een „internationaal bureau”. Op zich een interessant idee, hoewel het voor de openheid wel goed zou zijn te weten welk bureau dat is. Want het maakt nogal verschil of de opdracht gaat naar het Amerikaanse Harvard of naar de Universiteit van Harderwijk.

En om welk scenario gaat het? Wat er gebeurt als de muntunie klapt en we er weer zelf voor staan? Of dat Nederland er als enige uit stapt? Gezien het suggereren van een referendum gaat het om het laatste. In dat geval zijn de uitkomsten onvoorzienbaar. We kunnen ver wegzinken als de buitenwereld er dan pas achter komt wat een schuldenland we zijn, en dat ook Nederland sterk aan concurrentiekracht heeft ingeboet ten opzichte van Duitsland. De gulden keldert dan, en de rente stijgt enorm.

Maar voor hetzelfde geld worden we een tweede Zwitserland, met een gulden als nieuwe, hoog opgedreven vluchtmunt en een kelderende rente. Een onderzoek zou ook de kansverdeling tussen al dit soort scenario’s moeten opleveren. En als ze het goed doen, zal de uitkomst zijn: geen idee wat er gebeurt.

Maarten Schinkel

    • Maarten Schinkel