De laatste klap

Battery-powered applause machines by Martin Smith are displayed at the Kinetica Art Fair in London on February 27, 2009. The event is the UK's first art fair dedicated to kinetic, robotic, sound, light and time-based art. AFP PHOTO/Leon Neal AFP

Er zijn vraagstukken die te klein, misschien zelfs te onbenullig zijn om je nader in te verdiepen. Maar tegelijkertijd keren ze telkens terug zodat de behoefte aan een oplossing steeds dringender wordt. Dat is de paradox van de marginale urgentie, of obsessie. Dat zien we later. Voorzover ik weet, heeft de wetenschap zich er nog niet in verdiept.

Mijn voorbeeld is het applaus na het concert. Het orkest heeft prachtig gespeeld. Het publiek wil de musici laten weten hoe dankbaar het is, hoe diep vervuld van bewondering voor de componist, de dirigent en deze uitvoering van het meesterwerk. De mensen gaan staan, beginnen te applaudisseren en misschien wel te juichen. Dirigent en musici buigen, het publiek krijgt zijn zin, ze geven een toegift. Ook prachtig: weer een geweldig applaus. En dan komt het vraagstukje. Langzaam wordt het klappen zwakker, het sterft weg, maar er zijn mensen die niet van ophouden weten. Ten slotte kun je ze tellen, tot ook de laatste er genoeg van heeft. Wie is deze laatste en waarom doet hij het? Ik schrijf bewust ‘hij’, omdat ik niet denk dat het een vrouw is.

Eerste verklaring. Deze applaudisseur is een hypermodern wezen dat op zijn manier ook aan de bak wil. Concerten worden opgenomen en later, soms na jaren, op Radio 4 weer uitgezonden.

Laten we aannemen dat het hier over een van Beethovens meesterwerken gaat. De liefhebber in kwestie zit te luisteren, herkent en roept zijn vrouw en kinderen. „Nu moet je goed opletten”, zegt hij terwijl de symfonie bijna is afgelopen. Het applaus breekt los, zwakt af en dan de laatste klap. „Hoor je dat?”, roept hij. „Dat ben ik! Die klap is van mij!” Hij kijkt tevreden, intens voldaan. Misschien wel honderdduizenden hebben deze laatste klap gehoord. Beethoven heeft niet voor niets geleefd.

De moderne mens ontdekt steeds meer technieken om zichzelf op de kaart te zetten, om BN’er te worden. Ik denk weer aan de profetische woorden van Andy Warhol: er komt een tijd waarin iedereen er recht op heeft één kwartier wereldberoemd te zijn. Later heeft Warhol die uitspraak veranderd. Over een kwartier is iedereen wereldberoemd, is de herziene versie. Niet uitgesloten dat de ontwikkeling van de sociale media dit nog eens mogelijk zal maken, maar dan zijn we met acht miljard op aarde. Acht miljard wereldberoemdheden, maak daar maar eens een film over.

Op de middelbare school had ik een aardrijkskundeleraar, meneer Boer. Om de beurt liet hij de kinderen voorlezen uit een dik leerboek. De Atlantische Oceaan, leerden we, is voortdurend in beweging, niet alleen door de wind en de golven, maar ook door een bijzondere stroming, die in dit boek de Golfstroom werd genoemd. De voorlezende leerling kwam aan bij een zin waarin weer sprake was van dit natuurverschijnsel. We zagen hoe meneer Boer zich schrap zette. Daar klonk het: Golfstroom. Hij sprong op en riep met een hoge kopstem: „Noordatlantischedriiift!” Met een lange uithaal. Dan moesten we de tekst verbeteren. Waarschijnlijk heb ik toen voor het eerst een mens met een obsessie gezien. Plotseling vroeg ik me af of dit langste klappen een vorm van obsessie zou kunnen zijn.

Nu, in deze mooie nazomer, zat ik op een caféterrasje met een ouwe makker te praten over de koetjes en kalfjes die zich in een ordeloze kudde aandienden. Zo kwamen we als vanzelf op het probleem van de laatste klap in het Concertgebouw. We waren het vlug eens. Die dient tot zelfbevestiging van de klapper. Mijn obsessietheorie kwam niet ter sprake. Dit vraagstuk was afgehandeld, maar om een of andere reden vertrouwde ik onze conclusie niet.

Een paar dagen later het vraagstuk voorgelegd aan twee doorgewinterde concertgangers. Die vertelden me dat het anders in elkaar zit. In de eerste fase is iedereen fanatiek aan het klappen om een toegift af te dwingen. Dat lukt. Aan het slot van dit korte meesterwerkje is men nog veel ontroerder en dankbaarder. Hoe moet je daar lucht aan geven? Door nog langer en harder te klappen. Je ziet mensen applaudisseren terwijl er tranen over hun wangen rollen. Iemand is zo in vervoering geraakt dat hij, zoals we zeggen ‘zichzelf verloren heeft’. Voor hem bestaat de omgeving niet meer.

Totdat hij plotseling terugkeert tot de werkelijkheid en ontdekt dat hij de laatste applaudisseur is. Hij beseft dat hij zich in zijn vervoering bloot heeft gegeven, krijgt een kleur en kijkt in zijn gêne schuw om zich heen. Hij neemt zich voor dat hij zich in zulke ogenblikken nooit meer aan de ogen van het publiek prijs zal geven.

Dit zijn in het kort twee tegengestelde theorieën: die van de ostentatieve zelfbevestiging tegenover die van de zelfvergetende vervoering. In deze tijd kunnen ze allebei waar zijn.

    • S. Mondag