De koffiedrinker wil Frozen Bambino's

De hippe koffieketen Starbucks breidt snel uit. Concurrent CoffeeCompany doet er z’n voordeel mee. „Door Starbucks gaan meer mensen buitenshuis koffiedrinken. Die komen ook bij ons terecht.”

Amsterdam 5-11-2011 Starbucks in de Beethovenstraat Foto NRC H'Blad Maurice Boyer

De vitrine waarin muffins, cheesecakes en brownies liggen uitgestald, is beslagen. Het is een doordeweekse dag, half elf ’s ochtends. In de CoffeeCompany aan de Beethovenstraat in Amsterdam Oud-Zuid is het druk en lawaaiig.

De lange, houten tafels liggen bezaaid met schoolboeken. De zaak zit – en staat – vol met kliekjes scholieren uit de buurt. Ze bestellen een latte macchiato of een cappuccino met karamelsmaak en betalen daar zonder morren drie of vier euro voor. De medewerksters achter de kassa dragen shirtjes met teksten als ‘I’ll make you a coffee you can’t resist’ en bereiden in hoog tempo frozen bambino’s en moka montata’s.

Aan de overkant van de straat, honderd meter verderop, zit de concurrent. Vanuit de serre van de CoffeeCompany kun je het groene logo op de gevel zien: Starbucks.

Deze koffiebar is pas een paar weken open en oogt chiquer. Ook hier is het druk, maar het publiek is ouder en minder luidruchtig. Je hoort de achtergrondmuziek. Het meubilair is van donker hout, de wanden zijn beige. Er staat een lange Chesterfieldbank en er zijn ronde tafeltjes met fauteuils. De bar is ruimer opgezet dan bij de CoffeeCompany: hoewel er meer personeel aan het werk is, lopen ze elkaar minder in de weg. Bestellingen, van een Espresso Con Panna (30 kilocalorieën) tot een Java Chip Frappuccino (460 kilocalorieën), worden op naam afgeroepen. Sara? Nienke? Jan?

Starbucks is sinds 2007 in Nederland gevestigd. Aanvankelijk leende de Amerikaanse koffieketen alleen zijn naam aan zelfstandige uitbaters die de verkooppunten op luchthaven Schiphol (HMS Host) en op de NS-stations (Servex) exploiteerden. Maar inmiddels heeft Starbucks in Amsterdam twee ‘eigen’ winkels geopend. In april ging het filiaal aan de Leidsestraat open, op 170 meter van de CoffeeCompany, en sinds kort zitten de concurrenten ook in de Beethovenstraat vlak bij elkaar. „Zij hebben een goede locatie uitgekozen”, zei Rich Nelsen, directeur Europa van Starbucks, bij de opening. „And so did we.” Begin volgend jaar opent er een Starbucks aan het Rembrandtplein in Amsterdam.

CoffeeCompany telt 35 koffiehuizen in Nederland, waarvan 21 in Amsterdam, en is daarmee marktleider. Hoe weert het bedrijf zich tegen de komst van de Amerikaanse koffieketen met meer dan elfduizend filialen in de Verenigde Staten en Canada en nog eens zesduizend in de rest van de wereld?

Eigenaar Dick de Kock, die CoffeeCompany in 1996 oprichtte, maakt zich niet zo veel zorgen over de entree van Starbucks op de Nederlandse markt, zegt hij. Meer concurrentie is goed. De afgelopen jaren zijn Nederlanders – van huis uit potkoffiedrinkers, gezellig thuis aan de keukentafel – al meer buitenshuis koffie gaan drinken, vertelt hij. Onder andere door Senseo en Nespresso is de koffiecultuur veranderd. „Vroeger was koffie gewoon koffie. Nu verwezenlijken mensen hun individuele voorkeur. Ze proeven beter en zijn kritischer. De komst van Starbucks zal ervoor zorgen dat meer mensen meer koffie buitenshuis gaan drinken. Starbucks heeft op dit moment twee filialen in Amsterdam, wij tien keer zo veel. Dus die klanten komen ook bij ons terecht.”

De opmars van Starbucks geeft CoffeeCompany de kans zich te profileren, vervolgt De Kock. „Onze winkels zijn kleiner, authentieker en meer geïntegreerd in de wijk. Als je jouw CoffeeCompany binnenstapt wil je dat de krant klaarligt en dat de barista weet hoe jij je koffie het liefst drinkt.”

Die wijkcomponent past ook bij het businessmodel van CoffeeCompany, zegt hij. „Wij zoeken naar locaties waar we voor zo laag mogelijke kosten en een lage huur een zo goed mogelijke winkel kunnen neerzetten.”

Neem de vestiging van de CoffeeCompany aan de Meent in Rotterdam, waar het interview plaatsvindt. De Kock: „Wij zitten liever hier, bij de Pannekoekstraat, waar Rotterdammers naar de Marskramer gaan, dan bij de Koopgoot, waar hotelgasten komen die geen zin hebben om veertig euro voor hun ontbijt te betalen.”

De komende jaren wil CoffeeCompany verder uitbreiden. Zoals in Rotterdam, waar nu twee vestigingen zitten. Er zijn nog geen concrete plannen om de grens over te gaan, naar Antwerpen bijvoorbeeld.

De CoffeeCompany-directeur zegt zijn eigen plan te trekken. „Al gaat Starbucks op de maan zitten, wij proberen gewoon te doen wat we al vijftien jaar doen: mooie plekjes in de stad creëren waar klanten lekkere koffie kunnen drinken.”

Het gaat niet om de competitie, beklemtoont ook woordvoerder Carole Pucik van Starbucks. De Amerikaanse keten heeft lang gewacht om naar Nederland te komen, maar is er nu van overtuigd dat er nog veel groeimogelijkheden zijn. „De markt voor koffie in Nederland is groot – en nog lang niet verzadigd”, zegt Pucik. „Starbucks heeft met veel zorg naar locaties gezocht. Dat is de moeite waard geweest. Ieder filiaal is erg succesvol. Het publiek heeft ons met open armen ontvangen.”

Starbucks had de opening van tien nieuwe filialen in 2011 van tevoren aangekondigd. Om welke aantallen het volgend jaar gaat, wil Pucik niet zeggen. Maar een zelfverzekerde Rich Nelsen beloofde het al bij de opening van de vestiging in de Beethovenstraat: „Er zullen er nog behoorlijk wat volgen.”

In die gloednieuwe Starbucks drinken Tim van Rongen en Bastiaan Morssink een latte. De dertigers, beide werkzaam in het ‘artiestenmanagement’, blijken uitgesproken fans van de Amerikaanse koffieketen. „Ik reis veel voor mijn werk en ik ga overal ter wereld naar Starbucks”, zegt Van Rongen. Hij wijst naar de overkant. „Ik zit liever hier dan dáár. Niet omdat het hier hipper is, maar omdat de koffie beter is.” En dan, zonder een spoortje ironie: „Als ik hier zit, met een latte, ben ik gewoon gelukkig.” Morssink knipoogt. „Bij Starbucks gaat het meer om het sentiment dan om de koffie. Ik heb vrienden die speciaal voor de Starbucks naar Schiphol gingen. Die waren echt blij als ze iemand naar het vliegveld konden wegbrengen.”

    • Barbara Rijlaarsdam