De hoge prijs van een Nederlandse Alleingang

Mark Rutte heeft wat bij zich, als hij maandag langsgaat bij David Cameron. Het stinkt een beetje. De Nederlandse premier kan natuurlijk doen of er niets aan de hand is. Hij kan zijn hartelijkste lach opzetten en zeggen hoeveel verwantschap hij voelt met de Britten. Maar het zal niet helpen. Want Cameron zal niet vergeten wat hij van zijn ambassadeur in Den Haag heeft gehoord.

Wat Rutte overal met zich meedraagt is de Nederlandse reputatie. En die is helaas, het valt steeds minder te ontkennen, een beetje aan bederf onderhevig.

Samen met een delegatie van het Nederlandse bedrijfsleven brengt de premier een tweedaags bezoek aan het Verenigd Koninkrijk, om de handelsrelatie verder uit te bouwen. Maar of Rutte en de ondernemers het nou leuk vinden of niet, al voor ze binnenkomen hebben ze iets uit te leggen. Ze zullen antwoord moeten geven op de vraag die Nederlandse diplomaten overal tot vervelens toe voorgelegd krijgen: wat is er toch met Nederland aan de hand?

De Britse ambassadeur in Den Haag was laatst zo vriendelijk Nederland een spiegeltje voor te houden. Dit land, zei Paul Arkwright in deze krant, „sluit zich steeds verder af voor de buitenwereld. En dat kan de internationale reputatie kwaad doen.” Openhartige taal voor een diplomaat. Cameron zal een nog scherpere versie hebben gekregen.

De waarschuwing van Arkwright stond niet op zichzelf. In hetzelfde artikel kwamen nóg zeven ambassadeurs aan het woord: allemaal vonden ze dat Nederland „een naar binnen gekeerd en verward land aan het worden is. Een eurokritisch land, dat daarmee de eigen economie benadeelt’’, zoals de auteurs van het stuk het samenvatten. Je ziet niet vaak dat diplomatieke gezanten hun gastland zó de les lezen.

De Belg was het positiefst. „Wij Belgen kunnen van Nederland leren communiceren”, zei ambassadeur Geerkens beleefd, „maar wat Nederland van ons kan leren is luisteren”. Zouden de ambassadeurs hun professionele discretie hebben afgelegd omdat ze binnenskamers geen gehoor krijgen bij de Hollanders?

Een minister van Buitenlandse Zaken vloekt natuurlijk nooit, maar waarschijnlijk heeft Uri Rosenthal wel een diplomatieke wenkbrauw opgetrokken. Het was er allemaal pijnlijk genoeg voor.

Maar met hun openhartigheid hebben de ambassadeurs Nederland een dienst bewezen. Het is te hopen dat het kabinet, de Kamer en ook het bedrijfsleven het advies van de Belg opvolgen en luisteren naar wat er over Nederland gezegd wordt. En dat ze eens stilstaan bij die waarschuwing dat Nederland „de eigen economie benadeelt”. Juist nu.

Want zo’n afbrokkelende reputatie doet er écht toe. Neem de kwestie Roemenië en Bulgarije. De relatie met die twee landen is behoorlijk verzuurd, omdat Nederland samen met Finland hun toetreding blokkeert tot de Schengenzone voor vrij reizen. Daar zijn serieuze argumenten voor (er zijn nog te veel problemen met corruptie en criminaliteit). Maar Nederland heeft daar, afgezien van Finland, geen medestanders voor kunnen vinden.

Was dat wel gelukt, dan stonden we minder alleen en waren we nu niet de gebeten hond. Maar kennelijk ontbrak het Nederland aan het politieke gewicht om zelfs maar de Benelux mee te krijgen.

De Kamer stond pal achter de regering. Naar de kosten werd amper gekeken. Dat is mooi en principieel, maar eens komt de rekening. Nederland is één van de grootste investeerders in Roemenië. De president bazuint nu rond, donderdag in de Frankfurter Allgemeine Zeitung, dat de Nederlandse positie gedicteerd is door de PVV, en dat Europa zich laat „chanteren door een Europavijandige extreemrechtse partij”. Bulgarije zegde boos een bezoek van Rutte af.

Jammer dan, kun je denken. Maar Nederland wil wel graag een miljard euro contributie van de Europese Unie terug – sterker nog, het staat al ingeboekt in het regeerakkoord. Op steun van de Roemenen en Bulgaren daarvoor hoeven we nu in elk geval niet meer te rekenen.

Ook wil Nederland graag zijn zetel bij het IMF behouden, nu daar de kaarten opnieuw geschud worden om meer macht te geven aan de opkomende economieën. Ons gewicht bij het IMF danken we mede aan het feit dat we Roemenië en Bulgarije daar mogen vertegenwoordigen. Maar zullen die landen ervoor blijven voelen hun belangen te laten behartigen door een land dat hen zo tegenwerkt?

Nederland zit al niet meer bij de G20 en is ABNAmro als wereldspeler kwijt. Als ook nog de positie bij het IMF wordt ondergraven, staan we in de internationale financiële wereld straks volledig buitenspel.

Dat betekent niet dat je alles maar moet slikken, en de poorten van Schengen wijd moet opengooien. Maar kabinet en Kamer zouden op zijn minst moeten laten meewegen dat een Nederlandse Alleingang een prijs heeft. En die is hoog.

Juurd Eijsvoogel