De daklozen komen terug

De vier grote steden haalden de afgelopen jaren 12.000 daklozen van de straat. De binnensteden knapten er zienderogen van op. De daklozen ook. Bezuinigingen dreigen de voormalige zwervers nu weer de straat op te jagen. Wat dat betekent? „Ze gaan eerder dood.”

Photo: Dirk-Jan Visser / Rotterdam / The Netherlands: 29-10-2011: Anton IJzendoorn was verslaafd aan cocaine en leefde op straat, o.a sliep hij onder de Erasmusbrug. Nu zit hij sinds 5 jaar in een begeleid wonen project en zal hij snel via Humanitas een eigen huisje krijgen. Dirk-Jan Visser

Veel grotestadsbewoners zijn het alweer vergeten. Dat ze zes, zeven, acht jaar geleden struikelden over de zwervers die het straatbeeld bepaalden. Dat die daklozen bedelden, pikten, openlijk zopen en snoven, agressief en lawaaiig waren, overal een ontzettende rotzooi maakten. Ze droegen in hoge mate bij aan een groeiend gevoel van onveiligheid.

Loop nu eens van het Centraal Station in Rotterdam via het Schouwburgplein naar het Beursplein. Waar zijn de zwervers gebleven? Een enkeling. Meestal behoorlijk gekleed. Gewassen en geschoren. Misschien met een daklozenkrant leurend. Geen weerzinwekkende smeerpijp. Een knuffelzwerver. Vrijwel zeker niet dakloos meer.

„Amsterdammers merken het niet eens meer”, zegt de Amsterdamse wethouder Eric van der Brug. „Zes jaar geleden hadden we nog te maken met open drugsscenes in Zuidoost en Centrum, met verslaafde vrouwen achter het CS, met verwarde daklozen in het straatbeeld. Voor een heel groot deel voorbij.”

Buiten het zicht van de burger heeft zich de laatste vijf jaren een stille revolutie voltrokken in daklozenland. Het begon in 2006 met het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang in de vier grote steden. Doel was om daklozen een menswaardiger leven te helpen leiden en de overlast van de groep te beperken. Het resultaat is een van de grote maatschappelijke succesverhalen van deze tijd. Nauwelijks bekend.

De vier grote steden, Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, haalden in vijf jaar tijd ruim 12.000 daklozen van straat, zo blijkt uit rapportage van het Trimbosinstituut. Verreweg de meesten hebben een of meer psychische stoornissen en zijn verslaafd aan alcohol of drugs of allebei. Sinds ze opvang en begeleiding krijgen, is hun fysieke en psychische gezondheid sterk verbeterd. Ze gebruiken minder drugs. Ze komen minder in aanraking met justitie. Ze veroorzaken 65 procent minder overlast.

De aanpak is ook kostenbesparend. Dat blijkt uit een kosten-batenanalyse die bureau Cebeon in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid maakte. Een zwerver op straat kost de samenleving twee tot drieënhalf keer zoveel. Aan nacht- en dagopvang, zorg, inzet van justitie en politie. Extra kosten voor schadeverzekeraars niet eens meegeteld.

Dat het daklozenprobleem rond de eeuwwisseling steeds groter was geworden, kwam voort uit een verkeerd mensbeeld, foute vooronderstellingen, één groot misverstand. Dat ieder mens het recht heeft zijn eigen leven vorm te geven. Dat iedereen daartoe ook in staat is. Dat een mens dus ook de vrijheid moet krijgen om zichzelf op straat naar de verdommenis te helpen. „Maar recht op zelfbeschikking geeft geen recht op verloedering.” Zegt Sjef Czyzewski, bestuursvoorzitter van BoumanGGZ, de grootste organisatie voor verslaafdenzorg in de regio Rijnmond. Zegt ook Wim Gort, programmamanager Kwetsbare Personen van de GDD Rotterdam.

Bij Czyzewski vielen de schellen van zijn ogen door wat hij zag op de Keileweg in Rotterdam, de voormalige tippelzone die in 2005 werd gesloten. „Verslaafde prostituees die hun somatische en psychische gezondheid volledig naar hun grootje hielpen. Scharminkels. Uitgewoond door klanten met de meest perverse wensen. Stuk voor stuk met meerdere psychische stoornissen. Niet in staat voor zichzelf te zorgen. Geen sprake van vrije keus.”

Dat geldt voor verreweg de meeste daklozen. „Mensen hebben zulke romantische ideeën over zwervers. Niemand kiest ervoor op straat te leven”, zegt Gort van de GGD. „Daklozen zijn de weg kwijt. Hun problemen zijn hun boven het hoofd gegroeid. Ze hebben geen idee hoe ze hun leven weer op orde moeten krijgen. Ze missen de vaardigheden. Hulpverleners deden hun stinkende best. Daklozen schoten daar weinig mee op.”

Nacht- en dagopvang bood hun bed, bad en brood, maar had geen oog voor psychische problemen. Bij geestelijke gezondheidszorg konden ze terecht met hun trauma’s en wanen, niet met hun schulden. In de verslavingskliniek kickten ze af. Maar kwam de verslaving voort uit psychische stoornissen? Of waren de psychische klachten een gevolg van de verslaving? Niemand had overzicht. Daklozen zelf nog het minst. Wat ze ook deden, ze schoten er niks mee op. Hopeloos. Uitzichtloos.

De aanpak die de laatste vijf jaar wonderbaarlijk goed werkt, is zo simpel, zo voor de hand liggend. Niet in uitwerking en uitvoering, maar het basisidee. Bied daklozen in één pakket alle hulp die ze nodig hebben: huisvesting, behandeling, dagbesteding. „De heilige drie-eenheid”, noemt Czyzewski dat. Op één plek kunnen ze zich melden: bij Centraal Onthaal. Daar worden hun problemen geïnventariseerd. Een trajectplan wijst welke soorten hulp ze nodig hebben, in welke volgorde en wat ze uiteindelijk willen bereiken. Regelmatig een schone onderbroek aandoen? Niet meer overmatig drinken? Zelfstandig wonen? Een baan? Sommigen lukt dat, zoals posters op de website dakloosinrotterdam.nl laten zien. Stratenmaker Harold: „Vorig jaar leefde ik op straat, nu maak ik ’m.” Plantsoenwerker John: „Vorig jaar woonde ik in het park, nu werk ik er.” Straatveger Kwaku: „Vorig jaar sliep ik op straat, nu maak ik ’m schoon.”

Voor de meeste oud-daklozen is dat te hoog gegrepen, erkent Gort van de GGD. Maar of ze nou in een groepsvoorziening wonen met continue begeleiding of in een onderkomen met hulp op afstand, ze redden zich beter dan toen ze nog op straat leefden. Ze verzorgen zich beter. Ze zijn minder opgefokt, minder door verdovende middelen geobsedeerd zonder de dagelijkse stress van de straat. Ze voelen zich beter. Waardiger. Mens.

Toen Rotterdam begon met de aanpak, lag Gort nog wel eens wakker. Als daklozen de hulp nou eens massaal weigerden? Inmiddels weet hij: „Bijna iedereen grijpt zijn kans.”

Nog steeds zijn er zwervers in de grote steden, al is hun aantal beperkt. Buitenlanders, illegalen. Ook daklozen met de zwaarste psychische problemen, een laag IQ, agressief en manipulatief. Voor hen is er nog steeds geen perspectief.

Zo succesvol was de aanpak voor het leeuwendeel van de daklozen in de grote steden dat hij in 2008 door de overige 39 zogeheten centrumgemeenten overgenomen werd. Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten had het in een brief aan de Kamer in april over „een kentering in het leven van een groot aantal mensen”. „Met een steuntje in de rug kunnen ze weer zo veel mogelijk meedoen aan de samenleving. Dat is pure winst.”

In die brief meldde ze ook dat ze met de vier grote steden overeenstemming had bereikt over voortzetting en verbreding van de aanpak in de komende vier jaar. Daklozen van straat halen, dat was de afgelopen jaren het hoofddoel. Vanaf dit jaar draait het om voorkomen dat kwetsbare personen verder afglijden en dakloos worden. Daarbij gaat het volgens schattingen om 60.000 mensen die net niet, net wel het hoofd boven water houden. Als deze mensen „door het sociale vangnet zakken”, schrijft de bewindsvrouw in het Plan van Aanpak, gaat de winst van de afgelopen jaren verloren, „stromen de opvangvoorzieningen weer vol en raken weer net zo verstopt als een paar jaar geleden”.

Volgens Czyzewski van BoumanGGZ dreigt dat gevaar nu al. Bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg die ingaan in januari, halen de aanpak onderuit. In een brandbrief waarschuwt de organisatie dat „Rotterdam en omstreken volgend jaar overstelpt wordt door minstens duizend psychiatrische patiënten, daklozen en drugsverslaafden die geen of minder medische zorg krijgen door een optelsom van bezuinigingen”. „Hierdoor zal de onveiligheid toenemen en gaan verslaafden het straatbeeld bepalen.”

Wat geldt voor Rotterdam, gaat ook op voor Amsterdam, Den Haag, Utrecht en de kleinere steden, zeggen wethouders en bestuurders van betrokken zorginstellingen. De landelijke ggz-expertgroep van de politie voorspelde onlangs ook al veel overlast in de grote steden door een groeiend aantal verslaafden, zwervers en psychotische personen op straat.

Geestelijke Gezondheidszorg krijgt minder geld. Dus moet BoumanGGZ 7 miljoen euro bezuinigen op een begroting van 80 miljoen. Dus moeten 90 van de 950 werknemers verdwijnen. Dus krijgen bijna duizend van de tienduizend patiënten straks geen of nauwelijks hulp. Zo gaat het in het hele land bij alle vergelijkbare instellingen.

Daar komt bij dat mensen die gebruikmaken van de geestelijke gezondheidszorg volgend jaar een eigen bijdrage moeten betalen. Dus ook de voormalige dakloze die 30 euro zakgeld krijgt per week. „Dat is goud geld voor deze groep’’, zegt Czyzewski. „Sommigen zullen in paniek raken. Dan hebben ze weer meer dope nodig, dan gaan ze weer jatten. Sommigen zullen weer wegvluchten in de spelonken van de stad. We hebben daklozen binnengehaald, de zorg voor hen toegankelijk gemaakt. Nu jagen we hen weer weg. Schandalig.”

Terwijl er behoefte bestaat aan meer behandelingen, niet aan minder. Eerder behandelen, intensiever behandelen. Dat kost geld, maar het levert een veelvoud aan besparingen op, hoofdzakelijk op terreinen buiten de gezondheidszorg. De bezuinigingen zoals ze nu zijn gepland, noemt Czyzewski „kortzichtig”. „De regering faalt. Ze denkt in kokers. Ze voert geen integraal beleid.”

Zorgkosten rijzen de pan uit. Dat ziet hij ook wel. Dat kan zo niet doorgaan. Maar waarom een algemene korting op de geestelijke gezondheidszorg, geen specifieke die de meest draagkrachtigen treft? „Bij geestelijke gezondheidszorg denkt het kabinet kennelijk aan dat tv-programma In Therapie: twee nette mensen die een spelletje spelen. Voor onze doelgroep is die hulp van levensbelang.”

Als het gesprek allang voorbij is, rent Czyzewski in de regen zijn bezoeker achterna. „Wat de bezuinigingen voor onze patiënten betekenen? Recht voor zijn raap? Ze slijten eerder. Ze gaan eerder dood.”