Wie beschermt de burgers bij de volgende crisis?

De geiten zijn gevaccineerd, fokkers mogen uitbreiden. Het einde van de Q-koorts?

Topambtenaar en patiënt Brunninkhuis vindt dat de overheid heeft gefaald.

Nederland, Den Bosch, 02-12-2009 Geiten op de geitenmelkerij van Jan van Lokven. In de melktank zijn stoffen gevonden die wijzen op een Q-koorts besmetting. Het bedrijf word nu verder onderzocht. Jan is voorzitter van de vakgroep Geitenhouderij van de Landelijke en Brabantse Land- en Tuinbouworganisaties. Foto: Joyce van Belkom Joyce van Belkom

Een breekpunt in zijn leven. Zo omschrijft hij het moment dat hij Q-koorts kreeg. Ervoor werkte Bert Brunninkhuis (61) tachtig uur in de week als gemeentesecretaris van Eindhoven en mankeerde hij nooit iets. Erna bleef hij vermoeid, hees, kortademig. „De rest van mijn leven ben ik onder controle bij de cardioloog.” Hoe een topambtenaar werd getroffen door falend overheidsbeleid.

Het is bijna twee jaar geleden dat toenmalig minister Verburg (Landbouw, CDA) maatregelen aankondigde om de Q-koortsepidemie te bestrijden. Ze deed dat na een publicatie in NRC Handelsblad en een tv-uitzending van Zembla, waarin artsen en microbiologen de overheid laksheid verweten. Ze zeiden dat de epidemie te voorkomen was geweest. De Q-koortsbacterie had toen al 3.400 slachtoffers gemaakt. Negen mensen met Q-koorts waren overleden.

Twee maanden terug kondigde het kabinet aan de Q-koortsmaatregelen te versoepelen. In 2009 en 2010 waren vijftigduizend geiten afgemaakt. Alle overgebleven geiten waren gevaccineerd. Nu mogen geiten weer worden vervoerd en mogen geitenstallen weer worden uitgebreid. Voor geitenboeren is de Q-koortsepisode voorbij. Voor Bert Brunninkhuis niet.

Brunninkhuis zit op de bank in zijn woonkamer in de binnenstad van Den Bosch, met uitzicht op de Sint-Janskathedraal. Hij vindt het moeilijk uitgebreid over zijn ziekte te praten, zegt hij. Wat híj wil uitleggen, is dat de overheid niets van de Q-koorts heeft geleerd.

In juni 2009 maakte Brunninkhuis een fietstocht naar Cromvoirt in het buitengebied rond zijn woonplaats. Niet veel later werd hij ziek. Koorts, hoofdpijn, ongelofelijke slapheid. Zijn huisarts had geen idee van de oorzaak. Na zes dagen belandde hij met longontsteking in het ziekenhuis. „Er was paniek. Ze dachten dat ik hersenvliesontsteking had.”

Toen Q-koorts was vastgesteld, mocht Brunninkhuis met medicijnen naar huis. Daar lag hij, op bed of op de bank. „Ik kon niets. Niet lezen, niet onthouden, niet autorijden. Ik voelde me een arm mens.”

Tien maanden had hij nodig om onder begeleiding van een fysiotherapeut te revalideren. Eerst vijf minuten lopen, toen vijftien; steeds een beetje meer. Intussen wond hij zich op. Op het moment dat hij de bewuste fietstocht maakte, wist de overheid dat er een dodelijke bacterie rondwaarde, zegt Brunninkhuis. Ze waarschuwde niemand. De Gezondheidsdienst voor Dieren gaf geen informatie over besmette bedrijven om de privacy van boeren te beschermen. „Ik voel me zwaar gepakt. De volksgezondheid bleek secundair aan het boerenbelang. De overheid greep veel te laat in.”

In april 2010 begon Brunninkhuis voorzichtig weer te werken. In oktober 2010 werd hem duidelijk: ik zal nooit meer kunnen wat ik vroeger kon. Hij miste de energie en de scherpte om tachtig uur per week snel te kunnen schakelen. „Ik kon geen gemeentesecretaris meer zijn. Lastig. Ik vond het een prachtige baan.”

Hij kreeg een andere functie in Eindhoven – een die „wel in veertig uur kan” – en volgde de ontwikkelingen rond Q-koorts op de voet. De Tweede Kamer vroeg onderzoek naar de aanpak van de epidemie. Het kabinet benoemde CDA’er Gert van Dijk tot voorzitter van de onderzoekscommissie. „Iemand uit eigen kring die geen schuldigen aan wilde wijzen en zei: ‘Als iedereen zo zijn best heeft gedaan, hoe kan het dan toch dat de overheid geen goede beurt heeft gemaakt.’” Brunninkhuis trekt zijn wenkbrauwen op.

Het dieptepunt voor Brunninkhuis was het interview met Gerda Verburg in Het Financieele Dagblad van juli dit jaar. Daarin keek ze terug op haar ministerschap en zei: „Het moeilijkste moment was dat ik moest beslissen om duizenden drachtige geiten en schapen te laten ruimen.” Ronduit beledigend voor alle Q-koortspatiënten, vindt Brunninkhuis. „Vind je het gek dat burgers vertrouwen verliezen in een overheid die geiten belangrijker vindt dan mensen? Sinds Verburg, veel te laat, met de aanpak van de Q-koortsepidemie begon, waren er nog eens zeshonderd mensen ziek geworden en zes overleden!”

Dat de minister van Landbouw de coördinatie kreeg van de Q-koortsaanpak, is volgens Bert Brunninkhuis veelzeggend. „Er is een geitenbeleid geweest, geen gezondheidsbeleid.”

En dat zal een volgende keer niet anders gaan, legt hij uit. Begin dit jaar kwam de commissie onder leiding van Gert van Dijk met aanbevelingen. Zoals: het ministerie van Volksgezondheid moet de macht krijgen het ministerie van Landbouw te overstemmen bij de bestrijding van dierziekten die de volksgezondheid bedreigen. En: de toezichthouder op de boeren moet niet langer vallen onder het ministerie van Landbouw. Het kabinet legde deze aanbevelingen naast zich neer.

„In het krachtenspel om macht en invloed legt de patiënt het altijd af”, zegt Brunninkhuis, die ook jaren op Volksgezondheid werkte. „Boeren hebben goedgeoliede machines om hun belangen te behartigen. Ze kennen hun mensen in de Tweede Kamer en op ministeries, krijgen hen op elk gewenst moment aan de lijn.”

Hij is bezorgd. Wie beschermt burgers bij een volgende crisis, vraagt hij zich af. „Die komt er zeker. Er leven alleen al in Noord-Brabant 32 miljoen beesten.”

Brunninkhuis eet nauwelijks meer vlees sinds zijn ziekte. En hij fietst alleen nog maar door de stad. „Nog steeds is het soms of mijn motor afslaat. Dan val ik stil. Dan hang ik een kwartier op een vensterbank, transpireer, heb hoofdpijn, voel verzuring in mijn benen. Daarna gaat het weer.”