Wat je eet op de elfde van de elfde

Vandaag is het de elfde van de elfde. Bij een geboren Brabander gaan de gedachten dan niet uit naar Sint-Maarten, maar naar de start van het carnavalsseizoen om 11.11 uur. Als ik aan carnaval denk, denk ik aan worstenbrood. Trouwens ook als ik aan de Kerstnacht denk, of aan het paasontbijt, of aan eindexamenfeestjes. Welbeschouwd

Vandaag is het de elfde van de elfde. Bij een geboren Brabander gaan de gedachten dan niet uit naar Sint-Maarten, maar naar de start van het carnavalsseizoen om 11.11 uur. Als ik aan carnaval denk, denk ik aan worstenbrood. Trouwens ook als ik aan de Kerstnacht denk, of aan het paasontbijt, of aan eindexamenfeestjes. Welbeschouwd denk ik vaak aan worstenbrood. Carnaval heb ik achter me gelaten, maar het worstenbrood niet. Als het feest is, is er worstenbrood. En als er worstenbrood is, is het feest.

De expat van Brabantse origine weet dat ze boven de grote rivieren van worstenbrood niets bakken. Daar zijn ze meer van het saucijzenbroodje. Dat is een even treurig als vettig baksel. Ze warmen het ook nog eens op in de magnetron, waardoor het bladerdeeg slap en klef wordt.

Zit in Brabant op elke straathoek een bakker die behoorlijk worstenbrood bakt, elders ben je beter af als thuisbakker. Meer dan van het brood is de kwaliteit van het vlees essentieel. Zorg voor goed gekruid, niet te mager gehakt dat voor ten minste de helft uit varkensvlees bestaat. Het brooddeeg is vrij eenvoudig, wie het luxueuzer wil kan het nog verrijken met 50 gram zachte boter en een ei.

Kneed een brooddeeg van de bloem, de lauwe melk, de gedroogde gist en 7 gram zout. Gebruik gerust een keukenmachine, dat scheelt veel werk. Laat het deeg 30 minuten rijzen op een warme plaats onder een doek of plastic folie. Verdeel het deeg in 16 porties. Maak er bolletjes van en laat die opnieuw 30 minuten rijzen.

Meng ondertussen het gehakt met het geweekte witbrood en gehaktkruiden. Voeg naar smaak peper, zout, chilipoeder en wat druppels worcestershiresaus toe. Maak een klein gehaktballetje. Zet het 10 seconden in de magnetron op vol vermogen en proef of het voldoende gekruid is. Breng het gehakt zo nodig verder op smaak.

Verdeel het gehakt in 16 porties. Maak van elke portie eerst een balletje en rol dat tussen de handpalmen tot een worstje van 12 cm lengte.

Rek de deegbolletjes uit en vouw het deeg om de gehaktworstjes. Vouw eerst de uiteinden dicht en daarna de lange zijde. Druk de naad goed dicht. Leg de worstenbroodjes met de naad aan de onderzijde op een ingevette of met een stuk bakpapier beklede bakplaat. Verwarm de oven voor op 220 graden. Bestrijk ondertussen de worstenbroodjes met wat losgeklopt eigeel.

Laat ze in de oven op 220 graden in ongeveer 20 minuten bruin en gaar bakken. Eet de worstenbroodjes voor ze zijn afgekoeld. Warm ze nooit op in de magnetron, maar altijd in de oven. Op straffe van een slappe korst, dan kun je net zo goed een saucijzenbroodje eten.

Worstenbroodjes

Voor 16 worstenbroodjes:

500 g bloem

7 g gedroogde gist

3,25 dl lauwe melk

1 tl zout

500 g half-om-halfgehakt

2 sneetjes ontkorst witbrood geweekt in 0,5 dl melk

1 zakje gehaktkruiden voor 500 g gehakt

peper, zout, chilipoeder, worcestershiresaus

1 eidooier

wat boter om de bakplaat in te vetten