Vijf scenario’s voor toekomst van Europa

1 Athene en Rome herstellen zich

De financiële markten krijgen weer vertrouwen in Griekenland en Italië na de aanstelling van interim-premiers met Europese ervaring: Lucas Papademos en Mario Monti. Zij nemen snel maatregelen om de uitgaven te beperken en de economische groei te bevorderen. De rente op Griekse en Italiaanse staatsobligaties loopt terug. Verdere besmetting van de schuldencrisis naar Frankrijk wordt voorkomen door rigoureuze bezuinigingen, die deze week werden aangekondigd. Ondertussen worden de afspraken over versterking van het noodfonds EFSF, vorige maand gemaakt door Europese leiders, uitgewerkt door ambtenaren. Er ontstaat een firewall van zo’n 1.000 miljard euro, tegen besmetting van de eurocrisis. Nu wil ook China in het EFSF investeren. Het fonds wordt groter, en de euro stabieler.

Het is onwaarschijnlijk dat dit scenario werkelijkheid wordt. Papademos en Monti zijn afhankelijk van de medewerking van de grootste politieke partijen. In beide landen is veel verzet tegen de bezuinigingen. Beleggers vinden de afspraken van 27 oktober over een versterkt EFSF onvoldoende om grote landen te kunnen redden.

2 'Big Bazooka' van ECB

Europa kiest voor de vlucht naar voren. De Duitse bondskanselier Angela Merkel komt tot de conclusie dat het uiteenvallen van de euro (en mogelijk van de hele Europese Unie) koste wat kost moet worden vermeden. Ze geeft haar verzet tegen grootschalige interventie van de Europese Centrale Bank in de eurocrisis op. De bank wordt de brandweer van de eurocrisis en koopt massaal staatsschulden van Italië en Griekenland op. De ECB wordt de ‘lender of last resort’, de ultieme geldschieter, die de Europese monetaire unie altijd ontbeerde. Europa kiest voor verregaande politieke integratie. Eurocommissaris Rehn (Monetaire Zaken) krijgt grote bevoegdheden om lidstaten die het geld kwistig rondstrooien tot de orde te roepen, al vóórdat begrotingen zijn voorgelegd aan nationale parlementen. Ook niet-eurolanden als Groot-Brittannië en Polen doen mee.

Dat dit scenario niet veel kans maakt, komt doordat Duitsland allergisch is voor een massale steunoperatie van de ECB. Het land is bang voor inflatie en vindt dat schuldenlanden niet mogen worden ‘beloond’. Een politieke unie ligt zeer gevoelig, zowel in eurolanden als niet-eurolanden: nationale parlementen verliezen dan macht aan de EU.

3 Europa met twee snelheden

De Franse president Sarkozy en de Duitse bondskanselier Merkel nemen de leiding in de vorming van een kleine Europese federatie in de eurozone. Nu de Griekse en Italiaanse premiers Papandreou en Berlusconi zijn opgestapt, kunnen zaken worden gedaan. Iedereen doet concessies: Merkel staat toe dat de ECB de Grieken en Italianen steunt; Sarkozy accepteert een eurozone met zeer strenge begrotingsregels. Griekenland en Italië worden verder onder curatele geplaatst. De eurozone blijft overeind, zij het tegen een prijs: er ontstaat een brede kloof tussen de 17 eurolanden en de 10 EU-landen die geen euro hebben. Sarkozy propageerde dit scenario deze week: „Er zullen twee Europese snelheden zijn”.

Dit scenario is mogelijk. Als er een vorm van politieke unie moet komen, is die door 17 landen makkelijker te vormen dan door 27. Maar Polen en het Verenigd Koninkrijk, grote EU-leden zonder euro, willen niet buitengesloten worden. Duitsland wil dat liever ook niet, het ziet die landen als tegenwicht tegen Frankrijk.

4 Verkleining van de eurozone

Eén of meer Zuid-Europese schuldenlanden verlaten de eurozone. Een kleinere eurozone wordt Noord-Europeser; de euro wordt een ‘neuro’. Zuid-Europese landen richten een eigen ‘zeuro’ op, maar waarschijnlijker is terugkeer naar de oude munt. Het scenario voltrekt zich bij een bankroet van bijvoorbeeld Griekenland of Italië. Het failliete land kan zelf besluiten uit de muntunie te stappen: met een veel zwakkere drachme of lire is het makkelijker om de economie weer op gang te krijgen. Een schuldenland kan ook worden gedwongen te vertrekken; Merkel en Sarkozy hebben Griekenland daarmee onlangs gedreigd.

Mogelijk, maar problematisch. Het taboe op een exit uit de euro is weliswaar doorbroken, maar het EU-verdrag voorziet niet in vertrek van een land uit de eurozone, alleen uit de Europese Unie. En of een of twee landen kunnen vertrekken zonder dat de euro ophoudt te bestaan, is niet zeker. Een Italiaans failliet kan betekenen dat ook Frankrijk, waar banken veel Italiaanse schuld bezitten, ‘valt’.

5 Totale desintegratie

De eurocrisis escaleert verder en veroorzaakt zulke grote schokken op de financiële markten dat politici hun greep op de munt verliezen. Een serie faillissementen van Zuid-Europese landen maakt redding van de euro zo duur en ingewikkeld, dat het einde van de munt de enige resterende optie is.

De Duitse Bondsdag, altijd al kritisch over noodsteun aan schuldenlanden, besluit dat de handelsvoordelen van de euro niet meer opwegen tegen de geëxplodeerde kosten ervan. Duitsland voert opnieuw de D-mark in. Nederland, Finland, Slowakije en Estland besluiten ook hun oude munten in ere te herstellen. Ze koppelen deze aan de mark, maar onder druk van groeiend nationalisme eisen bevolkingen ook de namen van de oude munten terug. Nederland betaalt weer met guldens.

Het uiteenvallen van de euro leidt tot een ernstige recessie. Frankrijk kan het zich niet veroorloven de munt aan de sterke D-mark te koppelen. Met de zwakkere nouveau franc kan het economisch weer op de been komen. De export wordt goedkoper. De euro, een oud Frans idee, is geschiedenis.

Mogelijk, zeker als Italië failliet gaat. De rek is eruit waar het gaat om toestemming van noordelijke belastingbetalers voor reddingsoperaties. En het noodfonds EFSF is ontoereikend om het land te redden. Maar het ontvlechten van de euro zal leiden tot zoveel politieke en economische instabiliteit, dat politici deze optie liefst voorkomen.

    • Mark Beunderman