Stedelijk heeft 8 jaar verprutst

De raad van toezicht doet niets om het Stedelijk Museum weer internationaal mee te laten tellen.

Passie voor beeldende kunst ontbreekt bij de leden.

Geachte leden van de raad van toezicht van het Stedelijk Museum te Amsterdam,

U hebt als raad de taak op u genomen toezicht te houden op het beleid van Ann Goldstein als directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam en op de algemene gang van zaken met betrekking tot dat museum. Wat hebt u nu precies in de afgelopen acht jaar, sinds de installatie van uw raad op 6 januari 2004, gedaan om het Stedelijk Museum terug te brengen in de kopgroep van de voorname internationale musea? In één woord: niets.

U laat toe dat de directeur voornemens is om het Stedelijk Museum te heropenen met een door een Duitse gastconservator samengestelde tentoonstelling van werk van de slechts bij insiders bekende Amerikaanse kunstenaar Mike Kelley, waarvan zeker lijkt dat het grote publiek er geen belangstelling voor heeft. Dat houdt dus in dat er na al die verloren jaren geen daverende paukenslag op het Museumplein in Amsterdam zal klinken, zoals het geval was met de tentoonstelling La Grande Parade, die in 1985 de westerse culturele wereld versteld deed staan.

U laat toe dat de directeur er sinds haar indiensttreding op 1 januari 2010 nergens in het openbare domein blijk van geeft te weten welk Stedelijk Museum haar voor ogen staat, terwijl de stilte en leegte van een gesloten museumgebouw zich toch juist lenen voor het vinden van dat antwoord. Het hebben en uitdragen van een inspirerende en overtuigende zienswijze op de toekomst is des te belangrijker nu plannen binnen het museum moeten worden gemaakt, subsidies steeds moeilijker te krijgen zullen zijn en nieuwe bronnen voor financiering moeten worden aangeboord.

U laat toe dat er nog altijd wordt gewacht op een grondige evaluatie van de collectie van het museum met een daaraan verbonden visie op de richting en de wijze waarop deze uitgebouwd moet worden. Tot op de dag van vandaag is niet duidelijk welke delen van de verzameling kunnen worden opgeschoond en welke stukken eventueel kunnen worden vervreemd ten behoeve van een aankoopbeleid dat past bij die visie.

En dan nog het volgende. U hebt toegelaten dat de bezinning waarvoor jarenlang alle tijd en ruimte was, niet heeft geleid tot enige uiting waaruit een verrijking blijkt van het gedachtegoed van de conservatoren van het Stedelijk Museum.

U hebt toegelaten dat wethouder Gehrels (Cultuur, PvdA) tot dusverre telkens weer heeft kunnen wegkomen met verzinsels en smoezen die de verantwoordelijkheid voor nagenoeg alle vertragingen van de verbouwing en de nieuwbouw van het museum bij anderen legden, in de wetenschap dat de feiten anders waren.

U hebt toegelaten dat de nieuw te benoemen directeur voorafgaand aan de ondertekening van haar contract, medio 2009, op gezag van deze wethouder is misleid, door haar voor te houden dat het Stedelijk Museum in maart of april 2010 weer open zou zijn, terwijl uw raad en die wethouder tegen het einde van 2008 al wisten dat zulks niet het geval zou zijn.

Uw raad is niet in staat te doen wat van een raad van toezicht mag worden gevraagd. Dit is ook niet verwonderlijk, omdat notie van en passie voor de beeldende kunsten – een criterium waarop u niet bent geselecteerd – bij uw raad ontbreken. Een half jaar voor de installatie van uw raad had ik met de toenmalige burgemeester Cohen en zijn wethouder Dales een fundamenteel gesprek over de toekomst van het museum. Bij die gelegenheid hebben beide bestuurders mij gezegd dat zij behoefte hadden aan een raad van toezicht van het Stedelijk Museum die de politiek-verantwoordelijken uit de wind moest houden en het schild zou moeten zijn tegen aanvallen van het publiek en de media. En dat uit de wind houden is nu precies het enige wat u wél doet.

Ik ben van mening dat een echte raad van toezicht onafhankelijk functioneert, niet aan de leiband van een wethouder loopt en zich niet door haar laat ringeloren en dus stelling had genomen tegen het stadsbestuur, om te bewerkstelligen dat het Stedelijk Museum weer meetelt. Zo’n raad zou tevens hebben gezorgd voor een beleid waarin, met het oog op de ongewisse toekomst, het Stedelijk Museum intussen onafhankelijker was komen te staan van de gemeente Amsterdam. Ik doe derhalve een appèl op u: stel uw positie ter beschikking, en wel onmiddellijk.

Christiaan Braun is kunstverzamelaar en sinds 1996 verbonden aan het Museum of Modern Art in New York.