Poppy-inflatie dreigt bij herdenken 'Grote Oorlog'

Onder aan de roltrap op Liverpool Street Station staat een militair in uniform. Batons op de borst en voor zijn buik een doos vol met plastic klaprozen.

In de aanloop naar 11 november spelden de Britten deze poppies op ter nagedachtenis aan de meer dan 886.000 militaire slachtoffers in de Eerste Wereldoorlog.

Ze verwijzen naar de woorden die de Canadese arts John McCrae dichtte bij het zien van een slagveld bij het Vlaamse Ieper: „In Flanders fields the poppies blow/ Between the crosses, row on row/ That mark our place; and in the sky/ The larks, still bravely singing, fly/ Scarce heard amid the guns below”.

De poppies zijn voor één pond (1,16 euro) te koop. Op iedere straathoek staat wel een veteraan of vrijwilliger met een doos vol rode klaprozen. Van buschauffeur tot bankdirecteur, van krantenverkoper tot Bekende Brit en van nieuwslezer tot premier, vrijwel iedereen draagt de poppy op zijn revers.

Maar doe ik hier als buitenlander aan mee?

„Het was niet onze oorlog”, zegt een bevriende Nederlander. Hij heeft gelijk. Nederland was neutraal in de Eerste Wereldoorlog, de oorlog die onze zuider- en westerburen nog altijd de Grote Oorlog noemen. ‘Onze’ oorlog is de Tweede.

Een Deense collega zegt: „Ik ben geen Brit.” Herdenk je de gesneuvelde militairen van een ander? In tegenstelling tot de Nederlandse dodenherdenking, wanneer „we allen – burgers of militairen” herdenken, is dit poppy appeal echt bedoeld ter nagedachtenis aan Britse militaire slachtoffers in conflicten in het verleden en in het heden. Met de verkoop van de plastic klaprozen zamelt de Royal British Legion geld in voor de nabestaanden van militairen en gewond geraakte veteranen. Dat was vorig jaar 36 miljoen pond.

Die solidariteit is voor sommigen bijzaak. De poppy is namelijk ook een winters modeaccessoire. Zo kost een rood emaillen broche met Swarowski-kristallen 18,95 pond, en een broche van ontwerper Kleshna 59,95 pond. Alles om je klaproos te laten opvallen. En dat moet ook wel. The Independent wees eerder deze week op ‘poppy-inflatie’: nu er ook speldjes zijn voor talloze andere herdenkingsdagen valt de rode klaproos nauwelijks nog op.

De populaire nieuwslezer Jon Snow doet daarom al een paar jaar niet meer mee. „Er wordt gesmeekt of ik een lintje draag voor aids, voor borstkanker, een narcis voor Marie Curie [kankeronderzoek, red.]. Noem het maar op, van het Rode Kruis tot de RNIB [organisatie voor blinden], ze sturen me dingen die ik moet dragen om aandacht te vragen voor hun zaak. Om die reden, en alleen daarom, draag ik geen poppy.” Hij sprak over „poppy fascisme”, de publieke dwang om mee te doen.

Want wie de klaproos niet opspeldt of anderen belet om dat te doen, wacht de toorn van de natie. Zie de voorpagina’s van de tabloids, de ingezonden brievenrubrieken van de serieuze media en de reacties in het Lagerhuis na een besluit van voetbalbond FIFA. Die vond dat het Engelse voetbalteam zaterdag – een dag na Remembrance Day – zonder een opgespelde klaproos moet spelen tegen Spanje. Een dergelijk logo „brengt de neutraliteit van voetbal in gevaar” meende de FIFA. Pas na inmenging van prins William herzag de bond die mening.

Mijn besluit om papaverloos te blijven, valt na een gesprek met een Franse collega. In zijn land, waar ruim 1,6 miljoen slachtoffers vielen tijdens de Grote Oorlog, worden geen klaprozen of andere speldjes gedragen om de doden te herdenken. „Er zijn betere manieren”, zegt hij. Hij staat op 11 november om 11 uur twee minuten stil.

Titia Ketelaar

    • Titia Ketelaar