Noodfonds trekt te weinig geld aan door onzekerheid

Het Europese noodfonds EFSF zal er niet in slagen de slagkracht van het fonds vier tot vijf keer groter te maken door geld op te halen bij, vooral buitenlandse, investeerders. Dat heeft EFSF-topman Klaus Regling gisteren gezegd tegen journalisten.

Volgens Regling zijn beleggers minder bereid te investeren in het fonds zolang de politieke onrust in Griekenland en Italië voorduurt. De Duitse baas van het EFSF verwacht dat als de situatie in Italië en Griekenland is gekalmeerd investeerders wel weer bereid zijn in te stappen.

Op de Europese top van 27 oktober besloten de regeringsleiders van de eurozone dat zij zelf niet een grotere bijdrage leveren – in de vorm van garanties. In plaats daarvan gaven de leiders toestemming aan het EFSF om investeringsfondsen op te richten. Het was de bedoeling dat het EFSF op die wijze tot 1.000 miljard euro zou worden aangevuld.

Tijdens de G20 vorige week in Cannes werd duidelijk dat snelgroeiende landen met overschotten, als China en Brazilië, niet bereid zijn voor de eurozone de crisis op te lossen door voor miljarden te investeren. Uit de laatste obligatieveilingen van het EFSF blijkt dat de interesse van buiten de muntunie afneemt. In juni haalde het EFSF 3 miljard euro op om de noodlening aan Portugal te bekostigen. Aziatische beleggers waren toen goed voor 1,38 miljard. Vorige week haalde het noodfonds 3 miljard op voor Ierland. Aziatische beleggers kochten toen voor 600 miljoen euro obligaties van het EFSF.

Het grotere noodfonds is nodig om Italië af te schermen van de financiële markten. De 250 miljard euro waar het noodfonds nu over kan beschikken is niet genoeg. Het is aannemelijk dat beoogd premier Mario Monti een overbruggingskrediet zal aanvragen bij het noodfonds namens Italië. Een preventieve lening moet het noodfonds de tijd geven de slagkracht alsnog te vergroten. Het is een gok die afhankelijk is van snelle terugkeer van de rust op de financiële markten.