Niet helemaal gerust op intenties Ennahda

Links was hopeloos verdeeld in Tunesië, en ook daarom won de fundamentalistische partij Ennahda. Seculiere vrouwen vrezen Ennahda. Maar juist in die partij zijn de meeste vrouwen gekozen.

Vier hoog in het hoofdkwartier van de fundamentalistische partij Ennahda in Tunis ontvangt Souad Abderrahim in een karig gemeubileerd kantoortje. Abderrahim (46), apotheker, is een van de 49 vrouwen die op 23 oktober gekozen zijn in de grondwetgevende vergadering die de democratische toekomst van Tunesië moet uitstippelen.

Dat er relatief veel vrouwen zijn gekozen – de vergadering telt in totaal 212 leden – komt doordat de partijen verplicht waren op de lijsten pariteit tussen mannen en vrouwen te respecteren en dat bovendien om en om te doen. Dat het er niet meer zijn, komt doordat de partijen niet verplicht waren die vrouwen ook bovenaan de lijst te zetten. Uitgerekend Ennahda, de partij die volgens sommigen een bedreiging vormt voor de vrouwenrechten, deed dat wel. Van de 49 vrouwelijke gekozenen zijn er 42 van Ennahda.

Het is niet de enige paradox: Abderrahim is ongesluierd en geeft de voorkeur aan broekpakken boven traditionele kledij. „We hebben in district Tunis 2 drie zetels behaald”, zegt Abderrahim. „Ik hoop dat daarmee het bewijs is geleverd dat ik niet zomaar een uithangbord ben en dat Ennahda wel degelijk een moderne partij is waar iedereen welkom is. Ennahda wil niet dat de vrouwen thuis blijven, anders hadden ze geen professionele vrouw gekozen. Het wil de vrouwen niet verplichten de hoofddoek te dragen of ze hadden mij niet gekozen. Wij zijn geen religieuze partij maar een politieke partij met een religieuze grondslag.”

Niet iedereen in Tunesië is daarvan overtuigd. Op 2 november gingen zo’n tweehonderd vrouwen in Tunis de straat op om te betogen voor vrouwenrechten. Officiële aanleiding waren de incidenten met drie ongesluierde leerkrachten, onder wie Radika Ben Guirat (zie hiernaast). Maar op de achtergrond speelt ongerustheid mee over de plannen van Ennahda, dat op 23 oktober zo’n 40 procent van de stemmen haalde. „Geen Qatar-toestanden in Tunesië”, luidde één spandoek, een verwijzing naar het feit dat Ennahda-leider Rached Ghannouchi’s eerste daad na de verkiezingen was op bezoek te gaan bij de emir van Qatar.

Abderrahim heeft weinig geduld met dat soort vrouwen. „We herhalen sinds het begin van de campagne dat de vrouwenrechten niet zullen worden aangetast. En toch gaan ze de straat op. Dit zijn ‘ex-RCD’isten’ (de partij van ex-sterke man Ben Ali) en mensen van de feministische liga.” Die laatste zijn „seculieren” voegt ze er een beetje misprijzend aan toe.

Het woord ‘seculier’ – ‘laïque’ in het Frans en ‘layiqiya’ in het Tunesisch-Arabisch – is de doodsteek gebleken voor een groot deel van de Tunesische linkerzijde. De Pôle Démocrate Moderniste, de partij waarop ‘hip’ Tunesië zijn hoop had gevestigd en de tegenpool van Ennahda, was nochtans met veel zelfvertrouwen naar de kiezer gestapt. Op het slotfeest van de campagne waren 7.000 mensen afgekomen. Alleen: na 23 oktober bleek dat in het hele land slechts 45.000 mensen op de PDM hadden gestemd.

„Links was hopeloos verdeeld”, zegt Mohamed Benour, mede-oprichter van de centrum-linkse partij Ettakatol, op een terrasje op de Avenue Bourguiba, waar op 14 januari de Tunesische revolutie zijn beslag kreeg. „Stel u de kiezer voor in het district Ariana. Aan islamitische zijde had hij één keuze: Ennahda. Aan de linkerzijde: 125 keuzes.”

Het politieke landschap dat zich nu aftekent, bestaat uit Ennahda en die partijen van links die ervoor gekozen hebben om de fundamentalisten niet te demoniseren. Het is een publiek geheim dat een coalitie wordt voorbereid van Ennahda, het Congrès pour la République (CPR) van Moncef Marzouki en de Ettakatol-partij van Mustafa Ben Jaafar.

„Er zijn ook mensen die niet willen aanvaarden dat Ennahda bestaat en dat de politieke islam een belangrijke stroming is in dit land”, zegt Zouhour Kourda, lid van het politiek bureau van het CPR. „Wat mij betreft is het niet willen aanvaarden van de ander de definitie van extremisme.”

En het valt niet te ontkennen, zegt Kourda, dat Ennahda tot dusver een foutloos parcours heeft gelopen. „Uit zijn programma blijkt nergens dat Ennahda de democratie of de individuele vrijheid niet toegedaan is. Het tegendeel beweren komt neer op een veroordeling op voorhand. Als dat ooit verandert dan kan de kiezer zich uitspreken. ”

Ettakatol is iets linkser dan het CPR en is daarom ook iets minder enthousiast over de samenwerking met Ennahda. „Wat Tunesië nu nodig heeft is een periode van stabiliteit om de nieuwe grondwet te schrijven”, zegt Benour. „Wij zien onszelf als de garantie voor de individuele vrijheden. Dat iedereen kan leven zoals hij of zij dat wil en dat sectoren als het onderwijs niet gedomineerd worden door één politieke partij. We kunnen op dit moment niet zeggen dat Ennahda een bedreiging vormt voor die vrijheden. Maar tegelijk heeft Ennahda nog niet genoeg gedaan om bepaalde delen van de bevolking gerust te stellen.”

Hoe het afloopt is hoe dan ook de zaak van de Tunesiërs zelf, vindt Kourda. „Aan het Westen, dat zo bezorgd is over het islamitische gevaar, zou ik willen zeggen: laat ons onze weg afleggen zonder bemoeienis. Wij hebben dat recht verdiend, inclusief het recht om fouten te maken onderweg.” En, voegt ze eraan toe: Het is niet alsof jullie ons geholpen hebben om de dictatuur af te werpen.”

    • Gert Van Langendonck