'Mexico schendt rechten in strijd tegen drugs'

Human Rights Watch rapporteert over marteling en misbruik door de Mexicaanse politie en het leger.

Op 18 juni 2010 bekende de 22-jarige Mexicaanse Thamara Lara Sosa dat ze drie kennissen naar een afgelegen plek had gelokt en had toegekeken hoe de vrouwen werden verkracht en vermoord door leden van de drugsbende Los Zetas. Ze zei dat te hebben gedaan op verzoek van een belangrijk lid van de Zetas.

Vijf dagen later werd Sosa voorgeleid aan de rechter en trok ze haar verklaring in. Ze had de bekentenis ondertekend, zei Sosa, nadat ze was gemarteld door de politie. Ze was geslagen, aangerand en bijna tot verstikking gebracht. Toen haar ondervragers klaarstonden om haar te verkrachten, bekende ze.

Het relaas van Sosa is een van de persoonlijke verhalen die mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) aanhaalt in een woensdag verschenen rapport over marteling en misbruik door de Mexicaanse politie en het leger. De Mexicaanse president Felipe Calderón heeft na de publicatie van het rapport gezegd dat de drugsbendes de belangrijkste bedreiging vormen voor de mensenrechten in Mexico, niet de ordetroepen. Deze defensieve reactie is typerend voor Calderón, die het succes van de strijd tegen de drugsbendes blijft benadrukken ondanks toenemende kritiek. Volgens critici heeft Calderón de veiligheid in Mexico meer kwaad dan goed gedaan met zijn besluit om het leger in te zetten.

HRW stelt in het uitgebreid gedocumenteerde rapport dat de Mexicaans ordetroepen schuldig zijn aan ten minste 170 gevallen van marteling, 24 moorden en 39 verdwijningen. Het onderzoek van de organisatie richt zich op vijf staten met het hevigste drugsgeweld. (NRC)