Korte rok doet op campus in Tunis veel stof opwaaien

Leidt de winst van de fundamentalistische partij Ennahda in Tunesië tot een aantasting van de vrijheid van de vrouw? Een incident geeft te denken.

Tunisian women demonstrate for their rights on November 2, 2011 in the Kasbah of Tunis. Rached Ghannouchi, the leader of the Islamist party that won Tunisia's elections, on October 28, 2011 reaffirmed Ennahda's "commitment to the women of Tunisia," pledging to uphold their social gains. But, some have voiced concern that the party, which took 41 percent of the assembly, would seek to curb women's rights in an Arab country known for its progressive approach to gender equality. (Placard reads : All Together For Our Gains, Dont Touch My CSP - Code of the Personal Status-). AFP PHOTO / SALAH HABIBI AFP

Radika Ben Guirat komt niet in minirok op de afspraak. Ze draagt een zwarte broek, een wit hemd met een diep decolleté en een blazer. „Op de dag in kwestie had ik ook geen minirok aan”, zegt de 40-jarige blonde assistent-professor. „Het was een gewone rok tot aan de knieën. Maar de media hebben er een microrokje van gemaakt; op sommige websites hebben ze er een foto van een Braziliaanse dame bijgezet, alsof ik halfnaakt op school was verschenen.”

Op 28 oktober, vijf dagen na de verkiezingen in Tunesië die werden gewonnen door de fundamentalistische partij Ennahda, liep Ben Guirat over de campus van de Manouba-hogeschool in Tunis op weg naar haar leslokaal toen er achter haar geroep opsteeg. „Ik had zelf eerst niet door wat er aan de hand was. Het zijn mijn studenten die mij er attent op hebben gemaakt; het stoorde de les.”

Buiten stroomden steeds meer jongeren toe, sommigen waren blijkbaar via sms’jes opgeroepen uit andere scholen. „Blijkbaar vonden ze mijn ensemble ongepast.”

De volgende dag stond in veel media dat Ben Guirat van de campus was ‘weggejaagd’ door salafistische, radicaal-islamitische, studenten. Zelf herinnert ze zich liever hoe haar eigen studenten, onder wie enkele meisjes met hoofddoek, erop stonden haar in een groep naar het lerarenlokaal te begeleiden.

„De media hebben hun eigen draai aan mijn geval gegeven”, zegt ze. „Sommige willen dit absoluut in een politieke context zien, dat dit het resultaat is van de overwinning van Ennahda.” Zelf heeft de leerkracht communicatie een andere lezing van de feiten. „Tunesië bevindt zich in een overgangsperiode. We zijn plotseling vrij om te zeggen wat we denken en we hebben nog niet geleerd hoe we daarmee moeten omgaan.”

Anderen tillen zwaarder aan het voorval. „Het was geen klein incident”, zegt collega Raja Fenniche (55), „de lessen zijn opgeschort op de hele campus. Wat er is gebeurd, schokt mij op twee punten: het was een aanval op de persoonlijke vrijheid, en het waren studenten die een leerkracht hebben aangevallen. Dat was vroeger ondenkbaar.”

Leerkrachten in Tunesië zitten in een lastig parket. Zij bevinden zich op de frontlijn van een maatschappelijk debat. Tegenover het geval van Ben Guirat staat immers de discussie over de niqaab, de gezichtssluier. In de kuststad Sousse werd de universiteit aangevallen door salafisten nadat een meisje in niqaab de inschrijving was geweigerd.

Op de Manouba-campus waar Ben Guirat en Fenniche doceren, heeft de faculteit menswetenschappen besloten dat de leraren het lokaal zullen verlaten zodra er een studente in niqaab verschijnt. „Het ministerie wil geen positie kiezen”, zegt Fenniche, „het doet vage uitspraken over de persoonlijke vrijheid en laat het verder aan ons over. Ook Ennahda spreekt geen duidelijke taal: ze zeggen alleen dat ze tegen geweld zijn.”

Veel docenten op de Manouba-campus tillen zwaar aan het incident. „We hebben twee uur het werk neergelegd en we hebben een week met een rode armband rondgelopen uit protest”, zegt Jalil Rouissi, leerkracht en vakbondsman. Het is een test, denkt hij. „Alsof iemand wil weten hoe fel de modernisten zich gaan verzetten. Ennahda-leider Rached Ghannouchi heeft het zelf gezegd: wie de campussen controleert controleert de samenleving.”

Radika Ben Guirat weigert dat te geloven. Ze vindt het juist een belangrijke stap dat het ministerie een verklaring heeft afgegeven ter verdediging van de persoonlijke vrijheden. „Dat was voor het eerst.”

Ze heeft het gevoel, zegt ze, „dat ik een pagina in de geschiedenis van Tunesië heb geschreven.” Dat er in Tunesië een conservatieve wind waait ontkent ze niet. „Maar Tunesië is altijd een tolerant land geweest. Nu gaan we toch niet opgeven?”