KNAW hield goudroof lang stil

Het was puur toeval, zegt wetenschapshistoricus Anne Kox. Hij neusde wat rond op internet en stuitte op de inventaris. Zo las hij, tot zijn verbazing, dat de gouden Nobelpenning van Hendrik Lorentz (1853-1928), diens tekens bij het Grootkruis van de Orde van Oranje-Nassau, de medaille van l’Ordre National de la Légion d’honneur en nog tien andere eretekens verdwenen zijn.

„Mijn mond viel open”, zegt Kox, nog steeds verontwaardigd. „De klunzigheid die ervan afstraalt. Het gaat om de spullen van een van de belangrijkste, en misschien wel dé belangrijkste Nederlandse wetenschapper ooit.”

Lorentz is vermoedelijk ook de meest gedecoreerde Nederlandse wetenschapper. Hij won de Nobelprijs, legde de grondslag voor Albert Einsteins speciale relativiteitstheorie en was voorzitter van de Zuiderzeecommissie die de Afsluitdijk voorbereidde. Maar nagenoeg al zijn decoraties zijn weg. Verdwenen uit de kluis in het Trippenhuis van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in Amsterdam.

„Ik had weleens geruchten opgevangen dat er spullen zoekgeraakt waren”, zegt Kox aan de telefoon vanuit de Verenigde Staten. „Maar dit was nieuw voor me.” Kox is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en tevens verbonden aan het prestigieuze Caltech in Pasadena (VS). Hij werkt aan een biografie van Lorentz. Juist daarom viel hem de inventaris op die KNAW-archivaris Joeri Meijer eerder dit jaar opstelde en die de vermissing vermeldt.

En nee, zo’n inventaris was er nog niet, zegt Meijer. Dat de Nobelpenning ontbrak wist hij wel, vertelt hij. Gaandeweg ontdekte hij wat er nog meer miste. In feite: al het goud. Ook de gouden snuifdoos van de negentiende-eeuwse schrijver Jacob van Lennep (1802-1868) en een gouden ganzenveer zijn verdwenen.

Tijdens het kerstdiner voor oud-medewerkers vorig jaar hoorde Meijer dat die verdwijning al in de jaren tachtig bij een kluiscontrole ontdekt was. Oorkondes en andere papieren lagen nog wel in de kluis, maar het goud bleek vervangen door een doosje met buitenlandse muntjes. Meijer: „Dat doosje heb ik nog.”

Meijer kon achterhalen dat de spullen tot 1957 in een safe bij de Incassobank op de Nieuwmarkt in Amsterdam lagen. Ze moeten naar het Trippenhuis zijn overgebracht toen dat bankfiliaal werd opgeheven, zegt hij. En het is goed denkbaar dat die kluis daarna pas voor het eerst in de jaren tachtig weer is gecontroleerd. Maar veel valt er niet te reconstrueren, want er is geen aangifte gedaan en er is niets gedocumenteerd. Op de KNAW-jaarvergadering in juni is het bestaan van de inventaris gemeld in een foldertje bij een kortlopende minitentoonstelling over Lorentz.

„Een grof schandaal”, noemt KNAW-president Robbert Dijkgraaf de verdwijning. Net als Meijer denkt hij niet dat de penningen nog ergens zullen opduiken. „Het ging duidelijk om het goud, waarschijnlijk zijn ze omgesmolten.”