Italië betaalt hoofdprijs voor obligaties

De Italiaanse staat slaagde er donderdag in om vijf miljard aan obligaties te verkopen. De rente die beleggers vroegen was met 6 procent wel hoog.

Vergeet de aandelenbeurs. Wie wil weten hoe de vlag er bij hangt in Europa, moet kijken naar de obligatiemarkt. Daar gebeurt het. Nadat de Italiaanse rente op woensdag met een hinkstapsprong naar bijna 7,5 procent was gestegen, keek iedereen gisteren met vrees naar de veiling van Italiaanse obligaties met een looptijd van één jaar.

Hoeveel beleggers zouden daar nog in durven stappen, en tegen welke prijs?

Het antwoord kwam rond het middaguur. De Italiaanse staat haalde vijf miljard euro op tegen een rente van 6 procent. Het kwam in eerste instantie als een opluchting, maar dat duurde niet lang. Wie kijkt naar de rente op Duitse obligaties met dezelfde looptijd begrijpt waarom. Duitsland kan voor staatspapier met een looptijd van een jaar lenen tegen een rente van 0,28 procent. Het verschil is dus ruim 5,5 procent. Dat zijn verschillen die beleggers angst aanjagen.

De rente op Italiaanse obligaties met een looptijd van tien jaar dook na het nieuws over de obligatieverkoop – mede gesteund door berichten van handelaren dat de Europese Centrale Bank (ECB) opnieuw steunaankopen doet – weer onder de gevreesde 7 procent. Toen de opluchting plaatsmaakte voor het besef dat 6 procent rente – het hoogste niveau in veertien jaar – toch wel erg hoog is voor obligaties met een looptijd van een jaar, liep de tienjarige rente weer op. Analisten noemen de opgelopen rente problematisch, maar stellen wel vast dat de vraag naar obligaties met een looptijd van één jaar twee keer zo groot was als het aanbod.

Het Zuid-Europese land heeft dan ook geen reden tot juichen. De staatsschuld is met 1.900 miljard euro groter dan de gecombineerde schuld van Griekenland, Spanje, Portugal en Ierland. De komende drie jaar betaalt Italië, tegen de huidige rentevoet, 28 miljard euro extra om geld te kunnen lenen. Dat is ruim de helft van het bedrag dat het land tot 2014 wil bezuinigen.

Een andere bedreiging gaat uit van de zogenoemde credit default swaps, de verzekering van schulden tegen wanbetaling. Die bereikten deze week het hoogste niveau ooit voor Italië. Momenteel is het driehonderd basispunten duurder om je te verzekeren tegen het niet terugbetalen van Italiaanse schuld ten opzichte van een eventuele wanbetaling van Frankrijk.

Ondanks dat grote verschil zijn er ook dreigingen voor Frankrijk. De verzekeringen tegen wanbetaling liepen ook voor Frankrijk op naar recordhoogte. De vrees op de beurzen is dat Italië Frankrijk zou kunnen meetrekken in zijn val, een vooruitzicht dat zelfs de grootste optimistist angst inboezemt.

De onrust over Frankrijks kredietwaardigheid werd versterkt toen kredietbeoordelaar Standard and Poor’s gistermiddag een foutief bericht liet uitgaan waarin melding werd gemaakt van een afwaarding van de Franse AAA-rating. De kredietbeoordelaar trok dit bericht later in, maar de onrust op de financiële markten versterkte er wel door.

De volgende test voor Italië, en daarmee eigen voor heel Europa, volgt maandag. Dan moet het land opnieuw de markt op wanneer staatsobligaties met een looptijd van vijf jaar worden geveild. De rente daarop is momenteel hoger dan op papier met een looptijd van tien jaar.