'Geef mij China's vuile was!'

De bekroonde sinoloog Frank Dikötter schreef een uniek boek over Mao’s Grote Sprong Voorwaarts, die 45 miljoen levens kostte. ‘Ik groef in een tunnel die nu weer dicht is.’

‘Natuurlijk is er in China geen debat over de Grote Sprong Voorwaarts, geen standbeeld voor de 45 miljoen slachtoffers, geen museum, helemaal niets, terwijl toch in geen enkel dorp deze periode ooit vergeten is,” legt historicus Frank Dikötter uit.

Chinese historici mijden over het algemeen deze zwarte periode in de moderne Chinese geschiedenis uit welbegrepen eigenbelang. En daar schuilt precies het motief van Dikötter om zich, toen de mogelijkheid zich voordeed, als een fret vast te bijten in het onderzoeken van Chinese provinciale archieven. Dat leverde Mao’s Great Famine op, een boek van formaat, terecht bekroond met de BBC-Samuel Johnsonprijs voor nonfictie, over een doodgezwegen periode in de geschiedenis van de Communistische Partij van China.

„Meer nog dan de Culturele Revolutie is de Grote Sprong Voorwaarts verbonden met het wezen van de Communistische Partij van China,” zegt Dikötter op zijn kantoor in het monumentale hoofdgebouw van de Universiteit van Hongkong. „Tussen 1985 en 1962 heeft Mao’s meedogenloze landbouwpolitiek voor ongelooflijk veel leed gezorgd, vergelijkbaar met de zuiveringen van Stalin en de jodenvervolging door Hitler. Dit was, en is tot op zekere hoogte, hoewel er veel is veranderd, de CPC ten voeten uit.’’

Het Chinese verweer – deze beknopte versie staat in de Chinese geschiedenisboeken – is dat het moederland werd getroffen door een reeks natuurrampen en bovendien dreigde aangevallen te worden door de Sovjet-Unie en de Amerikaanse kapitalisten. Op basis van rapportages van provinciale partijkaders, onderzoekscommissies en vergadernotulen toont Dikötter aan dat er in werkelijkheid 45 miljoen plattelanders vroegtijdig stierven als gevolg van honger, folteringen en executies. Aan het werkelijke aantal slachtoffers van Mao’s experimentele industrie- en landbouwpolitiek kan nu niet meer getwijfeld worden.

Dikötter beschrijft hoe Mao van China in enkele jaren een industrieland wilde maken. Daarbij wilde hij de burgeroorlogschulden aan de Sovjet-Unie versneld afbetalen met graanleveranties, om niet onder te doen voor Stalin. Mao’s Massamoord is daardoor ook het verhaal over Mao’s ego, zijn dogmatisme en volstrekt gebrek aan economische kennis.

U bent in die archieven op historische goudklompjes gestuit. Plan of geluk?

„Ik vond het zo vreemd dat er heel veel over de Culturele Revolutie was verschenen, maar nauwelijks over de Grote Sprong Voorwaarts, toch China’s eerste poging zich te industrialiseren. Ik had het enorme geluk dat in de drie jaren voor de Olympische Spelen, van 2006 tot 2008, lokale archieven in veertien provincies toegankelijker werden. Als een mol heb ik mogen wroeten in een tunnel die inmiddels weer is dichtgegooid.”

De centrale archieven in Peking bleven natuurlijk dicht?

„Ja, we hebben niet eens geprobeerd daar binnen te komen. Pure tijdverspilling. Die archieven gaan pas open als de CPC een keer instort, zoals 20 jaar geleden de Sovjet-Unie.”

Dikötter valt even stil en zegt dan: ,,Ik droom er soms van dat president Hu Jintao of premier Wen Jiabao mij uitnodigt om onderzoek te doen in het archief van de Chinese Communistische Partij. Ik zou zo graag eens willen kijken in de mand met de vuile was van de Grote Roerganger! ”

De in Nederland geboren, maar grotendeels verengelste Dikötter, die volgende week op het Crossing Border-festival spreekt, verklaart de totaal verschillende manieren waarop in China de Grote Sprong Voorwaarts en de daaruit voortvloeiende Culturele Revolutie worden behandeld uit de opstelling van Deng Xiaoping. Deng volgde Mao op en legde in 1978 de basis voor de markteconomische ontwikkeling van China.

Dikötter, ontspannen en vlot pratend: „Mao’s opvolger Deng Xiaoping, die nu zo geprezen wordt, kwam aan de macht omdat hij in staat werd geacht de gehate Culturele Revolutie te stoppen. Maar bij de Grote Sprong Voorwaarts was Deng nauw betrokken. In zijn eigen provincie Sichuan stierven acht tot tien miljoen boeren als gevolg van de hongersnood, omdat zij op last van Deng hun graan moesten afstaan. Deng, die nu door professor Ezra Vogel in een nieuwe biografie (besproken in Boeken, 16-09-11) zo wordt bewierookt, was een keiharde revolutionair. Vogel is echt veel te mild voor deze massamoordenaar.”

Het is op het ogenblik erg onrustig in China. Chinezen zijn niet bang, er wordt ook verbaal veel geprotesteerd op Weibo, het Chinese twitter. Was er destijds geen verzet?

„Het is een westers en Japans cliché dat Chinezen zo dociel zijn en goed in het eten van bitterheid. Er waren wel degelijk massale protesten, alleen was er geen telefoon, tv en internet. Maar opstanden werden keihard onderdrukt door het leger. Er werd aan de lopende band gefolterd en geëxecuteerd. En vergeet niet dat Mao in de periode daarvóór al meer dan 500.000 intellectuelen in kampen had opgesloten. Hij had alle regionale bestuurders vervangen door keiharde, gewetenloze elementen, zijn willing executioners.”

U heeft de reputatie een China-basher te zijn.

„Onzin. Ik denk alleen dat er veel ruimte is om aanzienlijk kritischer naar China te kijken dan tot nu toe het geval is. Ik zie dat zelfs als de plicht van iedere China-onderzoeker. Ik draai de vraag dus graag om: hoe komt dat er door historici en sinologen zo kritiekloos over China wordt geschreven?”

En dan luidt het antwoord?

„Misschien omdat men geen fondsen wil verliezen, of niet het risico wil lopen dat boeken niet in China verkocht worden. Misschien is men bang China niet meer in te mogen. Zulke dingen liggen vaak heel gevoelig. ”

Nederlandse sinologen en historici doen vrijwel nooit onderzoek naar de post-1949-periode.

„De meeste Nederlandse China-experts zijn sinologen die zeer ingevoerd zijn in de geschiedenis tot 1911 en daar prachtige boeken over schrijven. Jammer, want ik vind dat er op iedere universiteit hele teams op de geschiedenis na 1911 gezet moeten worden. Chinese geschiedenis is wereldgeschiedenis en het is van belang dat we meer te weten komen. Ik zie ook niet in waarom iedere universiteit wel een Holocaustspecialist, een slavenhandeldeskundige heeft of iemand die alles weet van de Goelags, maar geen Grote Sprong Voorwaarts-expert.”

Sinologendoen liever onderzoek naar het Qing-tijdperk dan naar het Mao-tijdperk.

„Wat mij onderscheidt van sinologen is mijn achtergrond; ik heb eerst Russische studies gedaan. Ik benader China als een communistische partijstaat, zoals ik die heb leren kennen in de Sovjet-Unie. Een sinoloog die naar het hedendaagse China kijkt, denkt altijd dat er meer aan de hand is dan de werking van een communistische dictatuur. Zij zien altijd nog iets speciaals, iets cultureels, iets ondefinieerbaar mysterieus.”

En dat ziet U niet?

„Ik was in 1989 op het Tiananmenplein. Ik heb vrienden gearresteerd zien worden omdat zij een bijbel bij zich hadden of een ander westers boek. Ik heb gezien hoe optimisme en hoop met tanks de kop werd ingedrukt. Ik ben niet geneigd daar een cultureel, mysterieus sausje over te gieten.”

Lezers van uw boek moet het contrast opvallen tussen Mao’s mislukte pogingen zijn land naar de industriële wereldtop te brengen en de Chinese opmars van nu.

„Ik ben er niet zo zeker van dat China anno 2011 zo’n enorm succes is. Als ik het heel, heel erg cynisch formuleer dan zou je deze periode de Tweede Grote Sprong Voorwaarts kunnen noemen: de statistieken worden opgeblazen, er is sprake van culturele onderdrukking, de vernietiging van het milieu is onvoorstelbaar, boeren worden nog altijd beschouwd als tienderangs burgers. Ik wil maar zeggen, er zijn onmiskenbaar constanten met de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw.”

Dat is onzin. Er zijn ook enorme verschillen. Er sterven geen miljoenen van de honger, de samenleving moderniseert in hoog tempo, de persoonlijke vrijheden zijn groot en zo kan ik nog even doorgaan.

Dikötter lacht uitbundig: „Ik weet het, ik weet het, het is ook maar een provocatie. Maar wel een met een serieuze ondertoon. We denken wel heel veel te weten over de geschiedenis, de huidige werking van de partij en de economie, maar weten we echt al alles over de reusachtige machine die de CPC is? Wat nou als opeens blijkt dat het hele bouwwerk op financieel drijfzand is gebouwd? Wat als blijkt dat China een groot gokhuis is? Weten we echt met wie we van doen hebben? Welnee, geen idee. Kan dit indrukwekkend ogende verhaal goed blijven gaan als China de economische en democratische wetten blijft tarten? We weten dat simpelweg niet omdat De CPC is nog net zo gesloten als vijftig jaar geleden.”

Dikötter staat op en pakt twee Chinese exemplaren van zijn boek van een grote stapel. „Hier, neem mee, vers van de pers. Benieuwd of jij hiermee probleemloos door de Chinese douane komt. Geef maar door aan je Chinese kennissen”, grapt hij. Hij hoopt op een grote verspreiding van de Chinese versie van zijn boek, zoals dat in China met alle verboden boeken gaat.

Later die avond, op het vliegveld van Shanghai, talen douane en politie niet naar een paar verboden boekjes. De aandacht gaat uit naar Chinese toeristen die in Hongkong zijn gaan shoppen en koffers vol luxegoederen mee naar huis slepen. Dikötter nadien: „Geen problemen gehad? Dat dacht ik al. China heeft het veel te druk met de economische en politieke onrust van dit moment, om zich nog te bekommeren om het verleden.”

Mao’s Great Famine. Bloomsbury, 448 blz. € 34,-. Mao’s Massamoord. Spectrum, €29,90. Frank Dikötter spreekt op 18/11 (20u) op Crossing Border.

    • Oscar Garschagen