Fokkers Spin, maar géén touchscreens

Er staan prachtige oude vliegtuigen. Maar toch gaat het slecht met museum Aviodrome. „Misschien zijn mannen op leeftijd niet de juiste personen om het hier te moderniseren.”

lelystad aviodrome foto nrc rien zilvold

De witte Fokker 50 voor de ingang van het Aviodrome staat er letterlijk schitterend bij. De zon heeft zojuist de laatste nevelflarden boven de Flevopolder doen verdampen en schijnt nu op het toestel. Angus Craig, een van de tientallen vrijwillige medewerkers van het luchtvaartmuseum, poetst de romp tot hij glimt. „Ik hoop maar dat ik dit kan blijven doen”, zegt hij. „Ik schrok toen ik hoorde hoe slecht het hier ging.”

De toekomst van het museum naast Lelystad Airport is onzeker. De directie heeft maandag uitstel van betaling aangevraagd. Het aantal bezoekers is al jarenlang constant, tussen de 125.000 en 135.000, maar de zakelijke verhuur van ruimtes is het afgelopen jaar ingestort. De rekeningen kunnen daardoor niet langer worden voldaan. Tot nu toe werden de tekorten aangevuld door Schiphol en de KLM, maar die willen daar niet meer voor opdraaien. De bewindvoerder is nu naarstig op zoek naar financiële middelen om het museum open te houden.

In 2003 verhuisde het Aviodrome van de karakteristieke koepel in de buurt van Schiphol, waar het sinds 1971 (als Aviodome) was gevestigd, naar een plek buiten Lelystad. In het businessplan stond dat het bezoekersaantal van het museum op de nieuwe locatie moest groeien tot ruim 300.000, vertelt adjunct-directeur Alwin Niemeijer. „Daar zijn we nooit bij in de buurt gekomen. Ik weet niet waarom dat niet gelukt is.”

Zou het kunnen liggen aan de locatie? „Misschien. Laat ik duidelijk zijn: we wilden zelf weg van de plek waar we zaten. Het is niet zo dat we door Schiphol zijn weggepest, wat je wel eens hoort. We wilden gebruik kunnen maken van een vliegveld, voor rondvluchten bijvoorbeeld, en dat was bij Schiphol niet mogelijk. Daarom zijn we op zoek gegaan naar een luchthaven waarmee we konden samenwerken. Dat is Lelystad geworden.”

Gijs Golverdingen loopt met zijn vrouw en twee zoons door de grote tentoonstellingsruimte. De familie komt uit Zeeland. De afstand was voor hen geen probleem, zegt hij. „Het maakt me niet zoveel uit of ik naar Schiphol moet rijden, of naar Lelystad. Het is allebei een flinke rit. Ik denk ook niet dat de locatie de oorzaak is van de problemen van het Aviodrome. Je hebt hier in de buurt ook Walibi Flevo en Batavia Stad, dat outlet-winkelcentrum. Daar is het altijd erg druk. Mensen willen best komen, als er wat leuks te doen is.”

Zijn vrouw Dorien vindt dat het Aviodrome veel meer aan publiciteit moet doen. „Je hoort nooit wat over dit museum. Dan haal je natuurlijk geen nieuwe bezoekers binnen.”

Haar analyse wordt onderschreven door Ge de Goede uit Diemen, die even verderop met de lange lens van zijn spiegelreflexcamera foto’s maakt van een Lockheed Constellation. „Het is hier aan het doodbloeden. Er moet eens wat spectaculairs gebeuren.”

De Goede is een vaste bezoeker van het museum. Hij komt er zeker vier keer per jaar. „Ik kijk of er nog wat is veranderd en schiet heel veel plaatjes. Maar op liefhebbers als ik kan het Aviodrome natuurlijk niet draaien. Je moet ook de mensen zien te lokken die gewoon een leuk dagje uit willen.”

Wat heeft het museum dit soort bezoekers te bieden? In de grote hal staan prachtige toestellen, waaronder klassiekers als de Spin van Anthony Fokker, zijn eerste toestel, en zijn Pelikaan, het vliegtuig waarmee in de jaren dertig van de vorige eeuw naar Batavia werd gevlogen. Van de buitenkant zien de toestellen er prachtig uit. Maar wie in de Douglas DC-3 stapt die even verderop staat, merkt dat het onderhoud wel wat te wensen overlaat. De zittingen op sommige passagiersstoelen liggen los. Moderne touchscreens, tegenwoordig overal aanwezig in musea om jeugdige bezoekers te plezieren, zie je nergens in de hal.

Het zou kunnen dat het Aviodrome te veel draait op mannen die al wat op leeftijd zijn, zegt De Goede. Liefhebbers, zoals hij. „Dat zijn misschien niet de juiste personen om een museum te moderniseren.”

Volgens Angus Craig is de betrokkenheid van de vele vrijwilligers juist de kracht van het Aviodrome. Hij haalt zijn poetsdoek nog eens over de huid van de Fokker 50. „Ik ben professioneel al elke dag met vliegtuigen bezig, maar ik kom hier in mijn vrije tijd graag naartoe om een handje te helpen. De mensen hier hebben zo veel passie voor vliegtuigen. Het zou doodzonde zijn als dit allemaal verloren gaat.”