De zwartste week

Italië kan nauwelijks nog geld lenen en kampt ook nog met een politieke crisis.

Het rampscenario voor de euro tekent zich nu af. En Brussel kan slechts toekijken.

Aan grandioze scenario’s om de almaar escalerende eurocrisis te doorbreken is dezer dagen geen gebrek: van een ‘federaal kern-Europa’ tot een euro die uiteenvalt in neuro en zeuro. Maar voorlopig zijn het niet meer dan gedachtenoefeningen. Of een van deze scenario’s ooit kan werken, is niet te zeggen. Het enige wat Europese politici kunnen doen, is nagelbijtend wachten tot de politieke impasse in Italië is doorbroken.

Die doorbraak is een must. Want als Italië valt, valt Frankrijk ook – en zonder Frankrijk kan het noodfonds EFSF, dat vorig jaar werd opgericht om de euro te helpen, niet functioneren. Zonder Frankrijk valt van een euro niet meer te spreken, laat staan van scenario’s om de Europese munt te redden. De euro is immers een politiek project van Frankrijk en Duitsland. Als een van de twee onderuitgaat, is het afgelopen.

Woensdag kwam het rampscenario akelig dichtbij, toen de rente op Italiaanse staatsobligaties nieuwe recordhoogtes bereikte, waardoor geld lenen voor Rome eigenlijk niet meer mogelijk is. Daarmee is de Italiaanse rot Frankrijk binnengeslopen. Franse banken bezitten relatief veel Italiaans schuldpapier.

Nagelbijten dus. En niets anders dan nagelbijten. Politici uit andere eurolanden hebben niets over Italië te zeggen en Brusselse bureaucraten evenmin. Ze staan machteloos. De politieke crisis in Rome heeft weliswaar directe gevolgen voor de euro, maar het blijft hoe dan ook een binnenlandse aangelegenheid.

Zelfs eurocommissaris Olli Rehn moet vaststellen dat zijn promotie tot vicevoorzitter van de Europese Commissie vooral ceremonieel is. Toen hij Griekse politieke partijen maandag vroeg om het jongste leningenpakket aan Athene opnieuw te onderschrijven, kreeg hij meteen de kous op de kop van de Griekse oppositieleider, Antonis Samaras. Wat dacht Rehn wel, dat de Grieken kleuters waren?

En de Italianen mopperden over „neokolonialisme”, toen Rehn 39 vragen naar Rome stuurde, over de hervormingen die premier Silvio Berlusconi heeft beloofd. Verbale schermutselingen die scenario’s waarin het woord ‘federaal’ voorkomt en waarin dus wordt gepleit voor méér Europa weinig realistisch maken.

Federaal. De Franse president Nicolas Sarkozy gebruikte het woord deze week, tijdens een speech in Straatsburg. Maar dat was voor de bühne. Sinds het gedoe over de uitzetting van Roma (zigeuners) en over de staatssteun aan Franse autofabrieken, kwesties waarover hij door Brussel op de vingers werd getikt, weet Sarkozy als geen ander dat soevereine landen, net als mensen, gekrenkt kunnen raken.

Het gekat tussen Brussel, Rome en Athene verklaart ook waarom Europese politici deze week in alle talen zwegen over de benarde positie waarin de euro zich bevindt. En vooral over het echte dilemma: gaat de Europese Centrale Bank (ECB), die nu nog een bijrol speelt in de eurocrisis, zich alsnog opwerpen als reddende engel?

Zuid-Europese landen, inclusief Frankrijk, willen dat de ECB keihard ingrijpt door massaal schuldpapier van Italië en andere risicolanden op te kopen. Dat zou de rot in één klap kunnen stoppen. Voor Frankrijk, dat voor zijn eigen huid vreest, is dit een obsessie. Duitsland, dat destijds alleen de euro wilde als de ECB dit soort dingen níét zou doen, weigert. Of liever, de Bundesbank weigert. Bondskanselier Angela Merkel zou er de onvermijdelijkheid van inzien, als laatste redmiddel. Maar nu de Bundesbank deze week het verhaal in de wereld hielp dat zuidelijke eurolanden „achter de Duitse goudvoorraden aanzitten”, wat tot apocalyptische krantenkoppen leidde, kan Merkel dit niet hardop zeggen.

Achter de schermen wordt alvast wel contact gelegd met de nieuwe bewindvoerders in Athene en Rome. Lucas Papademos, de kersverse premier van Griekenland, is een oude bekende. Hij was directielid bij de Europese Centrale Bank. En als oud-eurocommissaris Mario Monti inderdaad Berlusconi opvolgt, valt er ook met hem zaken te doen: hij heeft in Brussel de status van halfgod.

Want waarschijnlijk zal Monti wél preventieve leningen van het Europese noodfonds aannemen, overbruggingskrediet dat Berlusconi in Cannes nog afsloeg. Dit geeft de eurozone extra tijd om de slagkracht van dit fonds te vergroten, nodig om een financiële verdedigingswal om Italië te leggen. Politici hopen dat dit rust zal brengen op de financiële markten. Maar het blijft een gok.

Nagelbijten dus. Europese functionarissen brengen uren voor de tv door. „Als Italië valt, valt heel Europa”, zegt een van hen gefrustreerd. „In dat geval hebben we aan scenario’s niets, want dan is er maar één scenario dat zich aan ons opdringt: chaos. Als Italië overeind blijft, kunnen we misschien aan onze eigen scenario’s denken. Het enige wat we nu doen, is geduld hebben en hopen op het beste.”

Soms duikt opeens het gerucht op dat er een top van regeringsleiders op stapel staat. Nu niet, antwoorden de functionarissen dan geduldig. „Dat doe je alleen als je weet waar het heengaat. Anders wek je verwachtingen die je niet kunt waarmaken. Levensgevaarlijk.”

Commentaar pagina 17

    • Caroline de Gruyter