'De universiteiten zijn wel wakker geschud'

Een commissie bekijkt naar aanleiding van de fraudezaak-Stapel hoe onderzoekers met hun gegevens omgaan.

De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) heeft gisteren een commissie ingesteld die gaat bekijken hoe onderzoekers in de diverse disciplines omgaan met hun gegevens en wat daaraan verbeterd kan worden. Voorzitter van de commissie is socioloog en jurist Kees Schuyt. Aanleiding voor het onderzoek is de ophef over de fraude met onderzoeksdata door sociaal psycholoog Diederik Stapel.

Wat gaat uw commissie doen?

„We gaan onderzoeken hoe in de diverse wetenschapsgebieden gegevens worden verzameld en hoe het staat met het beheer, de opslag, toegankelijkheid en archivering van die data. Het onderzoek gaat dus nadrukkelijk niet alleen over de mogelijkheid tot frauderen, maar bijvoorbeeld ook over hoe je moet omgaan met de gegevens van studies in de geneeskunde waarbij decennialang mensen worden gevolgd. Moet je die openbaren voor andere onderzoekers?”

Denkt u dat de diverse wetenschappen wat van elkaar kunnen leren?

„Zeker. In de natuur- en scheikunde bijvoorbeeld wordt in het laboratorium een labjournaal bijgehouden van alles wat daar gebeurt. Als dat bij onderzoeken in de psychologie ook de gewoonte was geweest, had dat veel problemen kunnen voorkomen.”

Is het nodig dat de wetenschap meer aandacht besteedt aan beroepsethiek?

„Een paar colleges voor eerstejaarsstudenten lijken me onvoldoende. Kijk, iedereen weet natuurlijk wat wel en niet mag, maar het wordt pas moeilijk als je als jonge onderzoeker aan de slag gaat. Dan ontstaan de verleidingen. Misschien dat we op dat moment in iemands loopbaan nog eens op alle vanzelfsprekende normen en gevaren moeten wijzen.”

Is er behoefte aan dit onderzoek?

„Nou, de universiteiten zijn wel wakker geschud door de kwestie-Stapel. Ik ben voorzitter van het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit, waar conflicten over zaken als plagiaat en het aanpassen van onderzoeksdata worden behandeld. Er komen jaarlijks zo’n acht zaken binnen. Ik heb het idee dat bestuurders er niet happig op waren dit soort kwesties publiek te maken, omdat ze bezorgd waren over de reputatie van hun universiteit. Die schroom lijkt nu verdwenen.”