De Uitspraak: Mag de rechter de wet opzij schuiven omdat de straf anders te laag wordt?

Mag de rechter de wet opzij schuiven omdat die ‘niet aan de burger is uit te leggen’? En een hogere straf geven dan het wettelijke maximum? Met commentaar van NJB medewerkers Theo de Roos, hoogleraar strafrecht in Tilburg, de advocaten Jan Boksem, bijzonder hoogleraar verdediging in strafzaken, Wim en Hans Anker uit Leeuwarden en de advocate Klasien Versteeg uit Rotterdam.

De Zaak. Een zogeheten ‘cold case’ uit 1996, die in 2007 werd opgelost door een DNA treffer. Een bekende dader werd achteraf gelinkt aan een serie onopgeloste verkrachtingen in Amsterdam. De man zit al in de gevangenis – hij is recent veroordeeld wegens een viertal seksuele misdrijven, waarbij diefstal, geweld, poging tot doodslag, maar ook gijzeling van drie slachtoffers werd gepleegd. De zaak uit 1996 betrof een twaalftal vrij gruwelijke verkrachtingen met geweld, waarbij de dader sporen had achtergelaten. De rechtbank verklaart nu de meeste feiten alsnog bewezen.

Wat eiste de officier? Die vraagt TBS en (slechts) vier jaar en drie maanden gevangenisstraf.

Waarom is dit een kwestie? Dit draait om de lage celstraf waartoe de officier van justitie door de wet wordt verplicht. De verdachte was namelijk al veroordeeld tot 15 jaar en 9 maanden. De wet verbiedt het stapelen van straftermijnen, bijvoorbeeld van oudere en nieuwe zaken. In de wet staat dat bij samenloop van strafbare feiten nooit meer opgelegd kan worden dan de duur van de straf voor het zwaarste delict, verhoogd met een derde. In deze zaak zou de absolute maximumstraf twintig jaar zijn (gijzeling levert 15 jaar op, plus één derde is 20). Aangezien er daarvan al 15 jaar en 9 maanden zijn opgelegd, dankzij de andere, recente zaken, mag de officier niet meer eisen dan het restant van 4 jaar en 3 maanden. Deze verdacht zit aan zijn wettelijke ‘strafplafond’.

Wat zegt de rechtbank? Dat een TBS veroordeling niet kan omdat niet meer overtuigend kan worden vastgesteld of de verdachte destijds onvoldoende toerekeningsvatbaar was. Alle feiten worden hem gewoon toegerekend. En dus blijft er alleen een gewone celstraf over. Maar de rechtbank vindt het wettelijk maximum te weinig. Op zichzelf vindt de rechter de samenloopregel rechtvaardig. Berechting moet ‘evenredig’ zijn. Voorkomen moet worden dat Justitie feiten apart gaat vervolgen omdat dat meer straf oplevert. Daarom zegt de wet terecht dat alles zoveel mogelijk in één keer moet worden beoordeeld. De rechter moet een ‘totaaloordeel’ kunnen geven. De straf moet op maat zijn. Het optellen van straffen zoals dat in andere landen wel gebeurd, tot soms honderd(en) jaren betekent weinig.

Maar valt vervolging in een cold case wel onder de beperkingen van de samenloop? Het OM wist niet eens dat de dader al in huis was. Deze vervolging kon pas in 2007 ingezet worden. Daar lijkt de wetgever nooit rekening mee te hebben gehouden. Zo slaat „evenredigheid door in onevenredigheid en leidt tot een straf die niet meer uit te leggen is aan de samenleving.” De wetgever had rekening moeten houden met de nieuwe technieken. Daders mogen van die lacune niet profiteren. Behalve het publiek zouden ook de slachtoffers een lage straf niet begrijpen.

Dus de rechter geeft een hogere straf dan wettelijk mogelijk?

Ja, tien jaar cel. Bovenop de huidige straf. Ook moet de dader ruim 21000 euro schade vergoeden.

Lees hier de uitspraak (LJ BT7651) en hier het persbericht van de rechtbank Amsterdam.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

    • Folkert Jensma