De mannen waren op

David Stevenson: With Our Backs To The Wall. Victory And Defeat In 1918. Penguin Books. 736 blz. € 35,99.

Bijna vier jaar lang stond alles stil. Behalve enkele Duitse successen aan het Oostfront en het Italiaanse front, was de Eerste Wereldoorlog een bloedige worstelwedstrijd waarbij de strijdende partijen elkaar in een verlammende houdgreep hielden.

In maart 1918 hielden zowel de geallieerden als de centrale mogendheden er rekening mee dat de oorlog nog wel een of twee jaar zou duren voordat de overwinning was bereikt. Acht maanden later was de complete ineenstorting van het Duitse (en Oostenrijkse) leger een feit. Hoe was dat mogelijk?

In zijn nieuwe boek With our Backs to the Wall geeft David Stevenson, hoogleraar internationale geschiedenis aan de Londen School of Economics, het antwoord op die vraag. Stevenson, die al eerder een veelgeprezen geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog schreef, doet dat op bijzonder grondige en overtuigende wijze. Dit boek verdient het eenzelfde status bereiken als Why the Allies Won, van Richard Overy uit 1995, waarin de afloop van de Tweede Wereldoorlog wordt geanalyseerd.

Stevenson besteedt slechts eenderde van het boek aan zijn verslag en analyse van de gebeurtenissen op het slagveld in 1918. Hij beschrijft de aanvankelijke successen van de Duitsers, die met de inzet van stormtroepen en korte, heftige artilleriebeschietingen grote gaten sloegen in de geallieerde linies. Toen het eerste offensief, genaamd ‘Michael’, tot stilstand kwam, werden nog meer aanvallen gelanceerd. Ook die bloedden uiteindelijk dood, waarna de Britten, Fransen en Amerikanen hun opmars inzetten.

Stevenson concludeert dat de Duitsers verslagen konden worden, ómdat ze het offensief kozen. Als ze stil waren blijven zitten, hadden ze het langer kunnen volhouden. Hoewel ook dan een politieke of militaire uitweg voor hen moeilijk te vinden zou zijn geweest.

Maar, zoals gezegd, de veldslagen spelen een ondergeschikte rol in dit boek. Stevenson besteedt de meeste ruimte aan de uitputtende analyse van zaken als de rol van technologie, logistiek, mankracht, moraal, de oorlog op zee, wapen- en voedselproductie, man-vrouwverhoudingen, sociale klassen en nationalisme.

Vergissingen

Tegen de herfst van 1918 hadden de geallieerden een fors overwicht bereikt op het gebied van vliegtuigen, tanks en vrachtwagens. Het belang hiervan moet echter niet worden overschat, schrijft Stevenson. Het paard en de trein bleven tot aan het eind van de oorlog de belangrijkste vervoersmiddelen. En de Duitse spoorwegen functioneerden goed. Maar dat de geallieerden de ‘technologierace’ hadden gewonnen, staat vast voor Stevenson. Die technologische voorsprong zou in 1919 alleen maar groter zijn geworden, en was dan zeker van doorslaggevende betekenis geweest.

Van groter belang in 1918 was het geallieerde overwicht op het gebied van mankracht. Behalve bij de Amerikanen was bij de strijdende partijen de bodem in zicht. Er waren bijna geen nieuwe mannen meer om naar het front te sturen, hoewel er grote vooruitgang werd geboekt bij het oplappen en terugzenden van gewonde militairen. Duitsland maakte in dit cruciale jaar de fout om te veel mannen in te zetten in de wapenindustrie, terwijl het front vroeg om meer soldaten en minder om nieuwe kanonnen.

Omdat de Duitsers tijdens de offensieven van het voorjaar de grootste verliezen leden, en daar uiteindelijk niet de overwinning tegenover stond, zakte de soldaten de moed in de schoenen. Stevenson: ‘De nederlaag van de centrale mogendheden kwam op het moment dat hun legers niet langer de mankracht en de wil hadden om door te gaan.’ Dat de families van de soldaten thuis in Duitsland zwaar te lijden hadden onder de geallieerde zeeblokkade, maakte de situatie voor het leger van keizer Wilhelm II er niet beter op.

Stevenson sluit zijn analyse af met lovende woorden voor de belangrijkste politici van de geallieerde landen. Zij begingen ‘verschrikkelijke vergissingen’ bij hun management van het conflict, maar slaagden erin hun proletariaat en leger niet van zich te vervreemden. In Duitsland vonden in 1918 wel opstanden van arbeiders en militairen plaats. Dat kwam doordat mannen als de Britse premier Lloyd George en en zijn Franse ambtsgenoot Clemenceau, gesteund door hun superieure spreekkunst en overredingskracht, beter leiding gaven dan de Duitse kanselier Hertling en het militaire duo Hindenburg en Ludendorff, dat de facto de touwtjes in handen had in Duitsland.

Maar toen de geallieerden in de herfst van 1918 het Duitse leger van Franse en Belgische bodem verdreven, maakten Lloyd George, Clemenceau en de Amerikaanse president Wilson een cruciale, hoewel goed te begrijpen, fout, schrijft Stevenson. Moegestreden zagen ze er tegenop om Duitsland binnen te trekken om de genadeklap uit te delen. Op 11 november werd daarom een wapenstilstand van kracht, die een jaar later in het Verdrag van Versailles zijn beslag kreeg. Zo ontstond de mythe van het Duitse leger dat nooit aan het front verslagen was, maar zou zijn geveld door een dolkstoot in de rug. Het was de mythe waarvan Adolf Hitler gretig gebruik maakte, de mythe die ertoe leidde dat Duitsland zich twintig jaar later nog eens in een oorlog zou storten.