De inspecteurs zeiden nog dat het Bayram-hotel veilig was

Journalisten telden na de eerste aardbeving in het Turkse Van ’s nachts de scheuren in de muren van hun hotel. Anderen trof twee weken later een wreder lot.

Het Bayram-hotel bestaat niet meer. Na veertig jaar trouwe dienst als pleisterplaats in het centrum van de Oost-Turkse stad Van zeeg het woensdagavond, om 23 minuten over negen, alsnog ineen.

De aardschok stelde niet zoveel voor. 5.6 of 5.7 op de schaal van Richter, de experts ruziën er nog over, is een rimpeling in het water vergeleken bij de beving van twee weken geleden in hetzelfde gebied. Maar verwoestend niettemin. Een collega stuurt een sms’je. „We hebben geluk gehad.” Andere collega’s niet.

Het Bayram-hotel is een journalistenhotel. Ik verbleef er begin dit jaar, terwijl de sneeuw nog op de bergen lag. Zes verdiepingen hoog, kleine kamers. Grote foto’s aan de muur van het azuurblauwe meer van Van. Daarnaast een prent van de Armeense kerk Akthamar, waar vorig jaar nog de eerste mis werd gehouden voor duizenden Armeniërs die voor de gelegenheid terugkeerden naar de geboortegrond waar hun grootouders in 1915 werden verjaagd. Het Bayram was net voor dat historische moment gerenoveerd. Nieuwe beige verf aan de buitenkant. Platte beeldbuizen aan de binnenmuur.

Toen Van twee weken geleden een beving van 7.2 op de schaal van Richter over zich heen kreeg, waarbij 600 doden vielen, bleef het Bayram-hotel fier overeind staan. Een collega boekte er drie kamers voor mij en twee andere collega’s. De cameraman vertrouwde het niet. „Het Bayram is er slecht aan toe”, zei hij toen we rond middernacht een slaapplek gingen zoeken. We weken uit naar het Akthamar-hotel. Dat zag er van buiten beter uit.

Maar toen we eenmaal met onze tassen de tocht naar boven maakten, de lift was voor de veiligheid vergrendeld, zagen we grote scheuren in de muren rond het trapgat. Op de eerste verdieping hielden we stil bij een groepje Japanse hulpverleners. Zij vertrouwden dit hotel kennelijk. Maar wij niet. „Zolang de muren rond het trappengat sterk zijn, is een gebouw veilig”, wist de cameraman. „Dit hotel is niet te vertrouwen.”

Demonstratief leverden we onze sleutelkaarten weer in bij de receptie. Terwijl we onze telefoons pakten om betere accommodatie te vinden, kwam achter ons de draaideur in beweging. Een groep van twaalf uitgeputte journalisten griste een voor een onze sleutelkaarten van de balie. Die kamers, waren nu van hen.

Ik belde de collega in het Bayram-hotel. „Scheuren in de muur? Ah, als het hotel maar warm is.” Maar tegen de tijd dat we tot de conclusie kwamen dat er in Van die nacht geen bed nog onbezet was, glimlachte de receptionist triomfantelijk: „Sorry, alle kamers zijn nu vergeven.”

Twee collega’s van een viersterrenhotel zagen het met mededogen aan. „Kom maar met ons mee. Wij hebben twee kamers met dubbele bedden. We schikken wel in.” Die nacht sliep ik met een collega snurkend aan het linkeroor, en een collega op een stretcher aan het voeteneind. Zo nu en dan wiegden de muren op en neer.

Ik kon de slaap niet vatten en telde de scheuren in de muur. „Een naschok van 5.6 op de schaal van Richter in Van”, meldde het eerste ochtendbulletin. 5.6 op de schaal van Richter, dat stelde toen weinig voor. Daar hoeft geen hotel van in te storten.

Er was woensdagavond een collega in het Bayram-hotel die meteen naar buiten rende toen de aarde begon te schudden. Halverwege zijn vlucht bedacht hij zich. Camera vergeten. Op zijn weg terug zakte het hotel, verdieping na verdieping in. Hij was gisteren een van de tientallen die nog vermist werden in Van. Zeventien doden zijn inmiddels geborgen, onder wie een Japanse reddingswerker. Op de tv hoor ik de eigenaar van het Bayram-hotel spreken over inspecteurs die hij na de beving over de vloer had gehad. „Ze zeiden dat het veilig was.”

Bram Vermeulen