De dromen en zorgen van Ben en Ina

De Veenfabriek speelt de voorstelling ‘Bang’ in raadszalen door het land. ‘Bang’ toont de zorgen van Henk en Ingrid, hier Ben en Ina geheten.

Scènes voor Henk en Ingrid, die titel was te heftig, vond men bij muziektheatergezelschap De Veenfabriek. De wens was om een stuk te spelen in gemeenteraadszalen in het land – de angst was dat wethouders bij zo’n titel ‘nee’ zouden zeggen. Dus nu heet het stuk, toepasselijk, Bang. Het gaat morgen in het stadhuis in Leiden in première, en toert daarna langs raadszalen in onder andere Den Haag, Utrecht, Groningen, Enschede en Arnhem.

Dramaturg Paul Slangen: „We wilden dit stuk spelen op een plek middenin de samenleving. Daar waar beleid wordt gemaakt dat de burger direct raakt. Met Bang tonen we de zorgen van de burger in het centrum van de politiek. En we brengen ons publiek, heel concreet, naar de plek waar politiek wordt bedreven.”

Bang mag een iets minder aansprekende titel zijn, het concept is hetzelfde gebleven. Drie schrijvers, Gerardjan Rijnders, Rob de Graaf en Arjen Duinker schreven elk een dialoog die een nieuw perspectief moet bieden op ‘Henk en Ingrid’; het alledaagse echtpaar dat Geert Wilders verzon als belichaming van zijn achterban. Het werden drie totaal verschillende teksten, die tezamen breed zicht bieden op hoe het individu zich verhoudt tot de snel veranderende samenleving.

Rijnders is in zijn tekst het meest concreet. Hij schiep Ben en Ina, een echtpaar op leeftijd, dochter Gonnie is uit huis. Ze hebben kleine dromen, en grote zorgen. Ze verlangen naar Kinderdijk, met zijn molens en boerderijen. Zouden blij zijn met een gezellige buurtsuper. Hun grootste plezier is hun kleinzoontjes zien. Maar er zijn geen winkels meer behalve Albert Heijn. Daar zitten hoofddoekjes achter de kassa, die thuis worden mishandeld. Goeie mensen krijgen Parkinson, of een zakbreuk. En Gonnie wil de kereltjes niet meer brengen. De benzine wordt „te begrotelijk”.

Ze zijn niet slecht, Ben en Ina, hooguit een beetje dom. Ze kunnen de wereld niet meer bijhouden, en bezien alle veranderingen met onbegrip (hij) en angst (zij). Rijnders maakte van hen geen platte karikaturen. Echt innemend of zielig zijn ze evenmin. Het zijn mensen, mensen die het moeilijk hebben. En dat het niet beter wordt, staat vast.

Rijnders schreef steeds net naast het cliché. „Ik wilde weten wat er achter hun opvattingen zit. Ben en Ina zijn oudere mensen, die het allemaal niet meer zo goed kunnen volgen. Hun onbegrip leidt tot angst. Ze proberen er wel nog iets van te maken, maar stuiten enkel op nieuwe tegenslag. Ina wil een moslima helpen, en die lacht haar in haar gezicht uit.” Sympathie voelde Rijnders niet speciaal voor zijn personages. „Maar ik leef mee met hun geworstel. Ik vind het deels herkenbaar; onbegrip en angst ken ik ook. Op een ander vlak, maar toch. Ik snap bijvoorbeeld niets van de economie, en denk nu ook vaak: waar gaat dit in godsnaam heen? Dat is hetzelfde gevoel.”

Rob de Graaf creëerde het diapositief van Ben en Ina. Een naamloze man en vrouw die het hebben gemaakt. Hard gewerkt, geluk met de aandelen, en nu stroomt het geld lekker binnen. Zij (Lizzy Timmers, die ook Ina speelt) voelt daarbij nog een soort onbehagen. Wat zij te veel heeft, komt een ander dat niet te kort? Maar hij (Reinout Bussemaker, ook Ben) houdt een gevaarlijk overtuigende, neodarwinistische apologie van hun succes en overvloed.

Het contrast is bewust, zegt Slangen. „We leven in een diplomademocratie. Hoger opgeleiden hebben kansen, geld. Lager opgeleiden herkennen zich niet meer in onze samenleving.” Rijnders: „Wie beter begrijpt wat er om zich heen gebeurt, zal sneller een oplossing vinden. Degenen die het het minst begrijpen, worden ook het eerste slachtoffer.”

‘Bang’ van De Veenfabriek. Première 12/11. Inl. www.veenfabriek.nl

    • Herien Wensink