China moet de wereldeconomie een gunst bewijzen

Er was ooit één valuta waar de rest van de wereld lekker over kon klagen: de Chinese yuan. Nu hebben Zwitserland en Japan zich bij China aangesloten als landen die met hun wisselkoers goochelen. De wereld is er dus op achteruit gegaan, verder weg van een situatie van vrij zwevende munten en meer in de richting van grotere mondiale onevenwichtigheden, die de groei en de handel bedreigen.

De Zwitserse en Japanse interventies zijn begrijpelijk. De snelle waardestijging van de Zwitserse frank en de Chinese yuan heeft beide landen op de drempel van een deflatiespiraal gebracht, terwijl exportverliezen een recessie dreigen te veroorzaken.

Maar de vrees voor de euro zal niet zo snel verdwijnen. Zwitserland en Japan zullen zich misschien moeten aanpassen.

Het grotere probleem is dat de kwetsbaarheid van de euro de wisselkoersen in de verkeerde richting duwt. Op handelsgronden zou de eenheidsmunt sterk en de dollar zwakker moeten zijn. De exporten en de importen houden elkaar in de eurozone min of meer in evenwicht, en Duitsland heeft een jaarlijks overschot op de handelsbalans van 198 miljard dollar. De Verenigde Staten hebben daarentegen een groot tekort op hun handelsbalans – 539 miljard dollar in de afgelopen twaalf maanden.

Een zwakkere dollar zou de Amerikaanse concurrentiekracht bevorderen en de noodzaak voor de VS verminderen om elders in de wereld geld te lenen. Hoe groter de Amerikaanse schuldenlast wordt, des te groter het risico in de toekomst zal zijn van een wanordelijke desintegratie van de positie van de dollar als mondiale reservemunt.

Maar op dit moment is het risico dat de dollar in waarde stijgt – omdat angstige beleggers de euro ontvluchten. Het idee dat China zou kunnen helpen deze trend te neutraliseren door obligaties van eurolanden te kopen, lijkt vergezocht. China aarzelt om riskante staatsobligaties te kopen, die particuliere beleggers links laten liggen.

Er is een eenvoudiger en betere oplossing. Een snellere waardestijging van de yuan zou de Chinese import doen toenemen, waardoor de mondiale groei wordt geholpen. De Chinese importprijzen zouden dalen, zodat de inflatiedruk in China afneemt. De Chinese groei zou een nieuw evenwicht kunnen vinden en niet tot steeds meer exportcapaciteit nopen. En andere opkomende landen zouden minder bezorgd zijn over hun eigen duurder wordende munten.

Het overschot op de Chinese handelsbalans wordt kleiner, maar is nog steeds veel te groot, waardoor het China en de rest van de wereld destabiliseert. Nu Europa en de Verenigde Staten in politiek opzicht nagenoeg zijn verlamd en Japan zich afwerend gedraagt, is China de enige grote economie die een grote stap zou kunnen doen op weg naar een gezondere wereldeconomie.

Ian Campbell

Vertaling Menno Grootveld