Bijna helft asielzoekers heeft werk sinds pardon

Asielzoekers uit Sierra Leone en China hebben het vaakst werk.

Veertig procent van de asielzoekers tussen 15 en 65 jaar die in 2007 via de pardonregeling een verblijfsvergunning kregen, werkt. Onder autochtonen is dat 64 procent. Dat blijkt uit cijfers van het CBS in opdracht van VluchtelingenWerk Nederland. Asielzoekers uit Sierra Leone en China hebben het vaakst werk (62 procent). Zij kwamen meestal op jonge leeftijd naar Nederland, vaak alleen, en gingen in Nederland naar school. Asielzoekers uit de voormalige Sovjet Unie en voormalig-Joegoslavië zijn het vaakst werkloos: slechts 35 procent werkt. Zij kwamen meestal op volwassen leeftijd naar Nederland, spreken de taal vaak minder goed en spreken geen Engels.

De pardonregeling was bedoeld voor uitgeprocedeerde asielzoekers die jarenlang in Nederland verbleven. Zij moesten voor 1 april 2001 asiel hebben aangevraagd en onafgebroken in Nederland hebben gewoond. Het generaal pardon ging op 15 juni 2007 in, ruim 28.000 mensen kregen op basis van die regeling een verblijfsvergunning. Van hen zijn er nu nog ruim 27.000 in Nederland.

Omdat volwassen uitgeprocedeerde asielzoekers niet mogen werken, hebben veel mensen jarenlang werkloos thuisgezeten. Dat maakte het lastiger om na het verkrijgen van de verblijfsvergunning weer aan het werk te komen. Een aantal kampt met psychische problemen of trauma’s opgelopen in het land van herkomst.

Bijna driekwart van de ‘pardonners’ is jonger dan 40 jaar. Bij autochtonen is dat minder dan de helft. Sierra Leonezen, Chinezen en Angolezen zijn vaak jong. Pardonners uit Iran, Syrië, de voormalige Sovjet-Unie en Joegoslavië zijn relatief oud. Bijna een kwart van de pardonners woont in een van de vier grote steden, relatief de meesten in Rotterdam. (NRC)