Baltimore wordt meer en meer een spookstad

De nieuwe Amerikaanse droom is wonen in ‘Suburbia’, met een auto voor de deur.

Baltimore, ooit bloeiend, is slachtoffer van de trek. Hele wijken zijn volledig verlaten.

Brede lanen, met tuinen aan weerszijden. Schitterende huizen van dieprode bakstenen, drie verdiepingen hoog, geschikt voor grote families. Je ziet een moeder op de veranda zitten kijken naar haar kinderen, die leren fietsen op straat.

Zó werden de huizen in de wijk Reservoir Hill, in de Amerikaanse havenstad Baltimore, ruim honderd jaar geleden gebouwd. De trots van de lokale stedebouwkundigen van toen op hun bloeiende stad is nog altijd zichtbaar: standbeelden, parken met bankjes met de tekst: ‘Baltimore. The greatest city in America’.

David Meister (35) woont in zijn eentje in één van deze huizen. Wandelend door zijn straat, zoals hij elke dag doet, wijst hij de voordeuren aan. Hij kent ze allemaal. „Leeg. Leeg. Ook leeg. Junks.”

De straat van Meister is vrijwel volledig onbewoond, zoals de meeste straten in zijn buurt. Deuren zijn vergrendeld, ramen dichtgemetseld. Een groepje mannen zit op straat. Ze hebben pakketten gekregen van de voedselbank en kijken in de papieren zakken. De straten zijn verder stil, en voelen ongemakkelijk.

„Baltimore is een spookstad geworden”, zegt Meister. „Ik ben een emotionele jongen, dus dit gaat me aan het hart.” De buurt waar de blogger en opbouwwerker woont lijkt nog het meest op een ongebruikte filmset. En ver van de waarheid is dat niet. Even verderop wordt de succesvolle dramaserie The Wire van het betaalkabelnetwerk HBO (van Time Warner) opgenomen. De locatie is ideaal om te filmen. Lege panden genoeg, en omdat er nauwelijks bomen meer staan, ziet de set er elk seizoen hetzelfde uit.

De familie van Adam Meister is zelf ook vertrokken. De eerste Meisters kwamen aan het einde van de negentiende eeuw vanuit Rusland aan in de Amerikaanse havenstad. Baltimore was een van de grootste steden van het continent. In de havens was altijd werk. Er verrezen katoen- en staalfabrieken, die werk boden aan tienduizenden migranten.

De Tweede Wereldoorlog bracht een oorlogsmachine op gang, Baltimore leverde marineschepen. De Joodse familie Meister werkte zich in een halve eeuw op naar de gegoede middenklasse van de stad, en kon wonen in een mooie buurt, dichtbij de plek waar Meister nu loopt. Er woonden bijna een miljoen mensen in de stad.

Maar in de jaren zestig, zegt Jennifer Vey, onderzoeker bij de progressieve denktank Brookings Institute in Washington, ontstond er „een nieuwe Amerikaanse droom”. Vey: „Wonen in Suburbia, met een auto voor de deur, werd het nieuwe ideaal voor de middenklasse. Sindsdien zijn de welvarende Amerikaanse industriesteden van weleer leeggelopen.”

Ook de familie Meister verliet Baltimore, en ging in een van de vele buitensteden wonen rondom de stad. De leegloop werd aanvankelijk opgevangen door Afro-Amerikaanse families, die vanuit het arme zuiden naar de oostkust trokken. Maar ook deze groep woont nu liever in de buitensteden. Eén op de vijf huizen in Baltimore staat leeg. Sommige wijken zijn vrijwel volledig verlaten.

Bijna alle grote Amerikaanse industriesteden lijden aan dezelfde kwaal, zegt Vey.

Ze noemt dit het legestadsyndroom. „Amerikaanse steden die groot werden tijdens de hoogtijdagen van het industriële tijdperk, zoals Baltimore, zijn sindsdien leeggelopen. Amerikanen willen niet langer in een stad wonen, en hoeven dat ook niet meer. De meeste mensen kunnen het zich veroorloven buiten de stad te gaan wonen en elke dag op en neer naar het werk te rijden.”

Enkele steden, zoals New York en Boston, hebben zichzelf op tijd opnieuw uitgevonden. Ze zijn hip en trekken yuppies aan. Daar wil iedereen nog wel wonen. Maar de meeste steden in de industriegordel, van Maryland naar Michigan, kunnen de trend niet keren. Ieder jaar trekken er meer mensen weg uit steden als Baltimore, Detroit, Cleveland of Flint. In Baltimore zijn sinds de jaren vijftig bijna 400.000 mensen weggetrokken.

De achterblijvers zijn de mensen die geen keuze hebben, zoals werklozen, of arme zwarte gezinnen. Het staalbedrijf en de katoenfabriek zijn al jaren dicht, een grote paraplufabriek is ook verdwenen. De oude marineschepen in de haven trekken nog wel toeristen aan, maar echte bedrijvigheid is er niet meer. „Baltimore heeft weinig meer te vertellen in het postindustriële tijdperk”, zegt Vey. Er wordt veel minder geproduceerd, want de spullen komen nu uit China.”

Toen David Meister in 2003 zijn studie had afgemaakt, kocht hij voor bijna niks het huis waar hij nu woont. Hij kon de leegstand van tienduizenden huizen in de stad niet aanzien. Als één huis leeg komt te staan, trekken de buren meestal ook weg. Lege huizen trekken zwerfkatten, junks of zwervers.

Meister besloot dit principe om te draaien. „Het is de stad waar mijn familie zoveel geschiedenis heeft. Ik dacht: als ik nou met een stuk of tien andere mensen een huis koop, dan kunnen we misschien de neergang keren. Ik vond wat mensen die ook een huis hebben gekocht, zo hebben we de buurt weer een klein beetje leven gegeven.”

Sindsdien heeft Meister zich ontpopt tot een echte buurtactivist. Hij filmt graffiti en reclameborden op lege panden, en plaatst die filmpjes met scherp commentaar op YouTube. Hij neemt het op tegen speculanten, malafide ondernemers en „incompetente” gemeentebestuurders. „Het is hun schuld dat het probleem alleen maar verergert.”

In de elite van de stad heeft hij vijanden gemaakt. Hij publiceerde bewijzen op zijn website, waaruit bleek dat een bekend raadslid, tegen de regels in, de stad heimelijk had verlaten voor een voorstad. De vrouw klaagde hem voor 21 miljoen dollar aan wegens smaad. Er was alleen één probleem: de feiten klopten. De aanklacht is na vier maanden onlangs plotseling ingetrokken.

De kredietcrisis, die in 2008 de Amerikaanse huizenmarkt als een ballon doorprikte, heeft de leegloop in Baltimore alleen maar verergerd, zegt Meister. „Mensen zagen hun huis als een aandeel, iets wat op termijn geld oplevert. Toen de markt instortte, zijn hele straten gewoon leeggelopen. Mensen zijn hun huis ontvlucht, omdat het minder waard is dan nul dollar. Speculanten die handelden in de huizen, zijn ook ondergronds gegaan.”

Zo ging het ook in het huis van Meisters buren, waar een alleenstaande moeder samenwoonde met een ouder echtpaar. Ze betaalden huur aan de eigenaar. „Maar in 2008 was de eigenaar, een woningspeculant, opeens weg. Eerst is dat leuk, want je hoeft geen huur te betalen. Maar al snel lekt het dak, of breekt een ruit. Dan is er niemand die je kunt bellen.”

De buren zijn allemaal vertrokken. In het huis slapen nu af en toe crackjunks. De meeste leegstaande huizen hebben vaak niet eens meer een eigenaar, zegt Meister. „Ze zijn dichtgemetseld, de eigenaren proberen er niet eens meer geld voor te krijgen. De banken hebben er ook geen zin in de huizen over te nemen, want het geld is verdwenen. Bij een veiling zou maar een klein bedrag betaald worden.” En zo blijven de huizen leeg en verweesd achter.

Volgens een onderzoek van Brookings Institute, dat in mei werd gepubliceerd, heeft de kredietcrisis de situatie in de grote steden „drastisch verslechterd”. Niet langer zijn het alleen de oude industriesteden, zoals Baltimore, waar de leegloop doorgaat. Ook jongere steden in Florida en Californië, die dachten veilig te zijn, lijden nu aan het legestadsyndroom.

Het onderzoek beschrijft een vliegwieleffect: huizen van achterblijvers worden minder waard, dus die willen ook snel verkopen. Doordat er minder mensen wonen, komt er minder belasting binnen bij de gemeente, waardoor er geen geld meer is voor vernieuwingsprojecten.

Talloze wetten verhinderen gemeenten om actie te ondernemen. Toen Adam Meister de gemeente Baltimore een plan stuurde om huizen voor bijna niets beschikbaar te stellen aan starters met goede banen, werd dat afgewezen wegens discriminatie: starters zijn meestal blank, en de bevolking van Baltimore is voor tweederde zwart.

Onderzoeker Jennifer Vey denkt dat Baltimore nog wel iets kan doen aan de leegloop, al zal de stad nooit meer een miljoen inwoners tellen. „De huizen die overblijven, zullen straat voor straat aantrekkelijk moeten worden gemaakt voor jonge mensen. In de jaren tachtig dacht iedereen dat New York hetzelfde lot zou treffen als Baltimore, maar die stad heeft op tijd ingezien dat er iets moest veranderen. New York is opgeknapt, en het is nu juist hip om daar te wonen. Het kan dus wel, maar ik ben soms bang dat Baltimore al te laat is.”

Lees het blog van buurtactivist David Meister via www.baltimorehourly.com

    • Guus Valk