Afbraak van de eurozone is niet meer ondenkbaar

De dynamiek van de eurocrisis begint angstwekkende vormen aan te nemen. Even leek het erop dat de financiële markten voor het eerst in weken rustig zouden kunnen ademhalen, na de belofte van de Italiaanse premier Silvio Berlusconi om af te treden. Het liep anders.

De Italiaanse rente op de tienjarige staatsschuld overschreed dinsdag verre de pijngrens waar deze eigenlijk had moeten dalen. De rentes op de staatsschuld van andere eurolanden stegen mee, waardoor de toestand in de muntunie precair aan het worden is. Zo precair dat een opbreekscenario van de eurozone niet langer als exotisch geldt, maar als reële mogelijkheid.

De financiële markten kennen perioden van overdrijving en er zijn ook technische factoren in het geding die maar al te vaak over het hoofd worden gezien. Maar het gaat veel te ver de huidige turbulentie enkel te wijten aan de dynamiek van de handel zelf. De markt versterkt wellicht af en toe de crisis, maar in wezen is zij reactief.

Dat bleek ook woensdag, toen de rente op Italiaanse staatsleningen weer lichtjes daalde en de beurzen even enigszins opveerden, nadat bekend was geworden dat Griekenland nu toch echt een nieuw kabinet krijgt en nadat de Italiaanse president Napolitano beloofde dat de hervormingen in zijn land er heus zullen komen – zonder Berlusconi.

De echte oorzaak van de eurocrisis blijft stevig gegrondvest op de politiek en in de reële economie. In dit domein moet dan ook de oplossing voor de crisis worden gezocht. De ‘besmetting’ van Italië geeft aan dat de maatregelen die tot nu toe zijn genomen, onvoldoende waren. Een noodfonds als het EFSF kan alleen functioneren als het groot genoeg is. Italië is daarvoor een brug te ver, waarmee het fonds ook wordt opgetuigd om de slagkracht te vergroten, terwijl er in wezen geen extra geld wordt ingelegd.

Bovendien lost overbruggingsfinanciering weinig op, als de onderliggende oorzaak van de crisis, de sterk uiteenlopende concurrentiekracht van de landen in de eurozone, niet wordt aangepakt.

Dat kost jaren, als het al lukt. Onderdeel van het plan van de eurozone van twee weken geleden was het terugbrengen van de Griekse schuld tot 120 procent van het bruto binnenlands product in 2020. Maar zelfs als dat lukt, blijft het een ondraaglijke last. Hoe moet dat dan met Italië?

Wat nodig is, is een helder perspectief. Een plan hoe de muntunie er over vijf jaar voor staat, met inbegrip van een duidelijke weg daarnaartoe. Daar zijn de nodige taboes mee gemoeid: een actievere centrale bank, gemeenschappelijke eurostaatsleningen, vergaande politieke integratie.

Lastig, dat is zeker. Maar als op de markten het grootste taboe van allemaal, het einde van de eurozone, al openlijk wordt besproken, dan wordt het tijd om snel en beslissend te handelen.