5. De gulden komt terug

De eurocrisis escaleert verder. Een serie faillissementen van Zuid-Europese landen maakt redding van de euro te duur en ingewikkeld. De Bondsdag, altijd al kritisch over noodsteun aan schuldenlanden, besluit dat de handelsvoordelen van de euro niet meer opwegen tegen de geëxplodeerde kosten ervan. Duitsland voert de D-Mark in. Nederland, Finland, Slowakije en Estland herstellen hun oude munten ook in ere, Ze koppelen hun valuta aan de nieuwe Mark, maar onder druk van toenemend nationalisme eisen bevolkingen ook de namen van de oude munten terug. Nederland betaalt weer met guldens. Een ernstige recessie volgt. Frankrijk slaagt er niet in zijn munt aan de sterke D-Mark te koppelen. Met de zwakkere franc nouveau kan het economisch weer op de been komen. De export wordt daardoor goedkoper. De euro, een oud Frans idee, is geschiedenis.

Mogelijk, zeker als Italië failliet gaat. De rek is eruit waar het gaat om toestemming van noordelijke belastingbetalers voor reddingsoperaties. Maar ontvlechting van de euro zal leiden tot zo veel politieke en economische instabiliteit dat politici deze optie liefst voorkomen.