4. 'Neuro' en 'zeuro'

Eén of meerdere Zuid-Europese landen verlaten de eurozone. De kleinere eurozone wordt Noord-Europeser; de euro wordt een ‘neuro’. Zuid-Europese landen richten een eigen ‘zeuro’ op of keren terug naar drachme, lire en peseta. Het scenario voltrekt zich bij een failliet van bijvoorbeeld Griekenland of Italië. Het failliete land kan zelf besluiten de muntunie vaarwel te zeggen – met een veel zwakkere drachme of lire is het makkelijker om de economie weer op gang te krijgen. Een schuldenland kan ook door andere eurolanden worden gedwongen – iets waarmee de Duitse bondskanselier Merkel en de Franse president Sarkozy onlangs dreigden in het geval van Griekenland.

Mogelijk, maar heel problematisch. Het taboe op euro-exit is de afgelopen weken gebroken op het hoogste niveau. Maar in het EU-verdrag is uittreding van een land niet voorzien. Het verdrag regelt alleen uittreding uit de de hele Europese Unie. Het is ook niet zeker of euro-exit mogelijk is zonder dat de hele euro ophoudt te bestaan. Een Italiaans failliet kan betekenen dat ook Frankrijk ‘valt’. En zonder Frankrijk is een euro moeilijk voorstelbaar.