3. Kloof euro en rest van de EU

De Franse president Sarkozy en Merkel nemen de leiding in de vorming van een ‘kern-Europa’. Nu de Griekse Papandreou is opgestapt en Berlusconi heeft beloofd te vertrekken, kunnen er zaken worden gedaan. Iedereen doet concessies: Merkel staat toe dat de ECB de Grieken en Italianen steunt; Sarkozy accepteert een eurozone met zeer strenge begrotingsregels. Griekenland en Italië worden onder ongekende curatele geplaatst. De eurozone blijft overeind, maar wel tegen een politieke prijs: er ontstaat een diepe kloof tussen de 17 eurolanden en de 10 EU-landen die geen euro hebben. Sarkozy propageerde dit scenario deze week: „Er zullen twee Europese snelheden zijn”. „Eén in de richting van meer integratie in de eurozone en één meer confederale snelheid in de [overige] Europese Unie”.

Mogelijk. Als er een vorm van politieke unie moet komen dan is die in 17 landen makkelijker tot stand te brengen dan in 27. Toch zijn er obstakels. Niet-eurolanden Polen en het Verenigd Koninkrijk willen niet zomaar buitengesloten worden. Duitsland wil dit eigenlijk ook niet, omdat het die landen ziet als tegenwicht tegen Frankrijk.