1. De euro blijft gewoon bestaan

De financiële markten krijgen vertrouwen in Griekenland en Italië na de aanstelling van twee interim-premiers met Europese ervaring: Lucas Papademos in Griekenland en Mario Monti in Italië. Zij nemen snel maatregelen om uitgaven in te perken en groei te bevorderen. De rente op Griekse en Italiaanse staatsobligaties loopt terug. Verdere besmetting van de schuldencrisis naar Frankrijk wordt voorkomen door er fors te bezuinigen. Intussen worden de afspraken over versterking van het euroreddingsfonds EFSFgoed uitgewerkt. Er ontstaat een firewall van zo’n 1.000 miljard euro, tegen besmetting van de eurocrisis. Nu wil ook China in het EFSF investeren. Het fonds wordt groter, de euro stabieler.

Onwaarschijnlijk. Papademos en Monti zijn afhankelijk van medewerking van de grootste politieke partijen. In beide landen bestaat aanzienlijk verzet tegen de door Europa geëiste bezuinigingen. De afspraken gelden onder beleggers als onvoldoende om grote landen te kunnen redden. Griekenland verdrinkt nog steeds in de schulden. En in China blijft het animo om in het EFSF-fonds te investeren laag.