'Vreselijk, dat tehuis'

Mijn moeder is in de kracht van haar leven ziek geworden. Ze was 57 en ze woonde in een heel groot huis. Drie avonden in de week en op zaterdag zorg ik voor haar, een uur of tien in de week. Ik weet nog wel dat iemand na een paar jaar tegen mij zei dat ik mantelzorger was. Daar was ik me helemaal niet van bewust.

Het is zwaar in die zin dat dingen die je normaal gesproken doet even niet meer kunnen. Maar het is ook een kwestie van instelling. Ik schik me in de omstandigheden. Het is iemand van wie je veel houdt, dus natuurlijk doe je dat. Daar is niet eens discussie over. Het geeft heel veel voldoening als je voor iemand kunt zorgen die die zorg ook echt nodig heeft. Andersom heeft zij ook met veel liefde en betrokkenheid voor ons gezorgd. Dus ik doe het graag. Ik heb ook altijd gezegd: hier krijg ik nooit spijt van.

Vijf jaar geleden brak mijn moeder haar heup en zat zij door de week in een verpleeghuis. Ze mocht het weekend naar huis. Elke maandagochtend moest ik haar door een vriendin weer laten terugbrengen, want zelf kon ik het echt niet. Ik vond het vreselijk, dat tehuis. Zelf vond ze het ook verschrikkelijk. Dan breekt je hart. Ik kan niet oordelen over mensen die hun ouders naar een verpleeghuis brengen, want ieder heeft zijn eigen omstandigheden. Maar zelf zou ik het niet over mijn hart kunnen verkrijgen. Ik zou er alles aan doen om dat te voorkomen.

Ariena van Wendel de Joode (33)