Vorm: Keepen in Engeland is moeilijk

Michel Vorm, de reservedoelman van Oranje, keepte voor Utrecht maar wilde naar de Premier League.

Met het kleine Swansea City presteert hij verrassend goed.

Goalkeeper Michel Vorm trains with the national Dutch football team at the Rasunda stadium in Stockholm on October 10, 2011, ahead of their Euro 2012 qualifier match against Sweden on October 11. AFP PHOTO/JONATHAN NACKSTRAND AFP

De Graafschap-thuis of Manchester City-uit. Voor keeper Michel Vorm, die dit seizoen FC Utrecht verruilde voor Swansea City, was het maar heel even een dilemma. „We speelden tegen VVV uit, dat was mijn laatste wedstrijd voor Utrecht. Toen hadden ze nog gevraagd: wil je nog tegen De Graafschap spelen? Ik dacht: Graafschap-thuis op zondag? Of maandag Manchester City-uit?” Hij lacht. „Tja. Snap je?” Vorm maakte zijn debuut voor Swansea tegen Manchester City.

Spelen in de Engelse Premier League bevalt de 28-jarige reservedoelman van het Nederlands elftal. De supporters, de sfeer in de stadions. Maar vooral het spelen tegen grote clubs en grote namen. „In Nederland merkte ik dat ik in sommige wedstrijden iets te ontspannen was. Dan miste ik de echte drive. Het was allemaal zo bekend op een gegeven moment.”

Vorm wilde hoe dan ook in de Premier League spelen. Ook wel bij het kleine Swansea City, de eerste club uit Wales die het tot de hoogste Engelse competitie schopte. Een periode van aanpassing heeft hij niet nodig gehad, hoewel er volgens Vorm wel meer van hem geëist wordt in het Engelse voetbal. „Ze pompen daar sneller een bal voor het doel. Scheidsrechters laten veel doorgaan, waardoor het tempo hoog blijft en er veel duels uitgevochten worden. In het doelgebied ben je als keeper nog redelijk veilig, maar daarbuiten moet je er vol voor gaan. Anders ben je gewoon de sjaak.”

Volgens Vorm is het voetbal in Nederland voor een keeper wat overzichtelijker. „Als je tegen Heerenveen moest, dan wist je dat Gerald Sibon een lange gozer is. Maar voor de rest is het toch wat voorspelbaar. Altijd netjes voetballend over het middenveld. Tactisch is het bij sommige ploegen in de Engelse competitie matig, maar die kiezen dan gewoon voor een andere manier van voetbal. Dat is voor keepers gewoon moeilijk. Keepen in Engeland vind ik, ja, best moeilijk.”

Tot nu toe merkte hij dat vooral bij Stoke City. „Die spelen de bal twee, drie keer over en dan gooien ze ’m voor. Dan moet bij mij toch even die knop om: dat wordt gewoon beuken. De week ervoor heb ik ook wat meer getraind op duels en de bal wegstompen. De keeperstrainer deed toen een stootkussen om zijn arm, zoals bij rugbytrainingen. En de andere keepers gaven voorzetten terwijl hij de hele tijd tegen mij aan stond te duwen en te springen. Echt pittig om je dan te focussen op die hoge ballen.”

Bij Swansea City, een club die normaal gesproken moet knokken om niet te degraderen, kan een doelman veel werk verwachten. Maar het gepromoveerde Swansea presteert boven verwachting en staat na elf wedstrijden op een tiende plek. In het eigen Liberty Stadium is de ploeg zelfs nog ongeslagen. Vorm: „Swansea heeft vaak veel balbezit. We spelen gewoon goed voetbal. ”

Afgelopen zaterdag speelde Vorm op Anfield Road met 0-0 gelijk tegen Liverpool. Het was de vijfde keer in elf duels dat de keeper geen tegendoelpunten kreeg. Vorm kreeg lof van Liverpool-trainer Kenny Dalglish en ook het Liverpool-publiek had waardering voor de Nederlandse uitblinker. Dat is iets Engels, denkt Vorm. „Als je een goede redding maakt, klappen ze ook voor de keeper van de tegenstander.”

Hij had het er van tevoren nog met zijn collega Tim Krul over gehad. „Die zei nog: vergeet niet terug te klappen. Anders gaan ze je uitjoelen. Toevallig was ik vorig jaar ook al met FC Utrecht op Anfield Road en toen dacht ik al: hé? Zijn ze nu voor mij aan het klappen? Dus ik doe een beetje voorzichtig, zo”, zegt hij, terwijl hij zijn handen naar elkaar brengt. „Kreeg ik nog meer applaus. Heel speciaal. Dat heb je in Nederland echt niet.”