Van moederskindje tot lijnkeeper

Tim Krul, die op jonge leeftijd ADO verruilde voor Newcastle, debuteerde deze zomer voor Oranje en is met zijn Engelse club nog ongeslagen in de Premier League.

Zes jaar nadat Tim Krul voor de jeugdopleiding van Newcastle United koos, is hij de onbetwiste eerste doelman van de club. Met de derde plaats in de Premier League, zonder nederlaag en met slechts acht tegendoelpunten, is de derde keeper van het Nederlands elftal een held in het noordoosten van Engeland. „Ik ben buitenlander, maar als jongen uit de eigen opleiding heb ik bij de fans een streepje voor”, zegt Krul (23), die zich in Noordwijk met het Nederlands elftal voorbereidt op de oefenwedstrijden tegen Zwitserland (morgen) en Duitsland (dinsdag).

Het grauwe Newcastle leeft voor United, dat de uitstraling heeft van een Europese topclub, maar zonder bijpassende erelijst – met slechts vier landstitels ver voor de invoering van het betaald voetbal. De club speelt in het schitterende St. James’ Park en heeft iconen als Peter Beardsley, Paul Gascoigne en Alan Shearer. „Newcastle heeft eigenlijk alles: de supporters, het stadion en de stad. We missen alleen sportieve erkenning.”

Krul lijkt een halve Geordie geworden. Zo begint hij per ongeluk wel eens in het Engels te praten tegen Nederlanders, nam hij al verschillende keren deel aan de traditionele verkleedpartij bij de kerstviering van profclubs – Newcastle toog vorig jaar naar Dublin, dresscode: stoplicht – en kent hij de Britse voetbaltradities.

De opleiding van Newcastle heeft zijn keepersstijl een mix tussen de Britse en de Nederlandse gemaakt. Hij heeft zich moeten wapenen tegen het fysieke geweld van spitsen in het strafschopgebied. „Als ik mijn vader voor de wedstrijd spreek zegt hij nog altijd: ‘Die koppen moeten eraf, anders ben jij degene die eraan gaat.’ De hardheid is niet te trainen. Dat heb ik moeten ervaren in wedstrijden. Sommige ploegen gooien elke bal in het strafschopgebied. Tegen Stoke City moest ik zo twintig voorzetten en ingooien onderscheppen.”

Hoe anders is het als hij zich als derde doelman van bondscoach Bert van Marwijk bij het Nederlands elftal heeft gemeld. „Wat in Newcastle voetballend van me wordt verwacht, verschilt per wedstrijd. Tegen jagende ploegen op een heel smal veld krijg ik niet veel ballen. Dat is hier heel anders. Bij het Nederlands elftal speel ik ballen in die ik bij Newcastle nooit van mijn leven zou geven. Lekker, want dat houdt me scherp.”

Zijn eerste wedstrijden in Oranje, afgelopen zomer tegen Brazilië en Uruguay, maakten dat Krul voor dit seizoen met een nieuwe status de kleedkamer instapte. „Sommige medespelers hadden mij bij wijze van spreken nog nooit gezien, maar nu hoorde ik bij Oranje. Mijn debuut was Brazilië-uit, beter kan bijna niet. Ik kwam net even anders binnen.”

De twee interlands voelden voor Krul als het laatste stapje op weg naar een basisplaats, na een route langs lagere competities, waarin hij keepte voor het Schotse Falkirk FC en Carlisle United. Zo kon hij wennen aan de speelstijl, de hardheid en het leven in Groot-Brittannië. Vorig seizoen verdedigde hij wekenlang het doel van Newcastle, maar moest hij toch weer plaatsmaken. „Ik was niet constant genoeg. Ik speelde goed tegen Arsenal, maar een week later liet ik een houdbare bal door. Nu heb ik de nodige bagage.”

Makkelijk is het niet geweest, sinds hij als zeventienjarige vertrok bij ADO Den Haag, dat na juridisch getouwtrek een opleidingsvergoeding kreeg van Newcastle United. „Ik was een moederskindje dat overal naartoe werd gebracht door zijn ouders. Opeens woonde ik in een gastgezin en later op mezelf. Nu blijkt het echt het juiste moment te zijn geweest voor de stap.”

Manager Alan Pardew verkoos dit seizoen definitief Krul boven concurrent Steve Harper. Met het door de trainer ontworpen blok van verdedigers voor Krul is Newcastle nog ongeslagen. „Het loopt fantastisch op dit moment. Maar we willen nog niks horen over Europees voetbal. De wintermaanden zijn het zwaarst.”

    • Michiel Dekker