Toch weer praten met Teheran

Het is zorgwekkend dat Iran vrijwel zeker werkt aan de ontwikkeling van een kernwapen, zoals deze week bleek uit een gedetailleerd rapport van het Internationaal Atoomenergie Agentschap. Iran wijst het rapport fel van de hand en houdt vol dat zijn nucleaire programma louter vreedzame bedoelingen heeft. Die bewering is nu niet geloofwaardig meer.

Tegelijk is belangrijk om vast te stellen dat Iran nog niet zover is dat het al een kernwapen heeft. Ook is niet onvermijdelijk dat het zover komt. De vraag is hoe de rest van de wereld kan voorkomen dat Iran de stappen zet waarmee het daadwerkelijk een kernmacht wordt. Dat zou een flagrante schending zijn van het nucleaire non-proliferatieverdrag. En het zou kunnen leiden tot een gevaarlijke atoomwapenwedloop. Een land als Saoedi-Arabië kan er aanleiding in zien op zijn beurt een kernwapen te bouwen. En Israël, nu nog de enige kernmacht in het Midden-Oosten, ziet een Iraans kernwapen als een ernstige bedreiging.

Vaak is geopperd dat het bombarderen van Irans nucleaire installaties de enige manier is om de ontwikkeling van een kernwapen te verhinderen. Dat is een gevaarlijk idee. Zelfs de luchtmachten van de Verenigde Staten en Israël kunnen niet garanderen dat ze alle cruciale installaties kunnen vinden en uitschakelen. Wel zou een aanval er vrijwel zeker toe leiden dat de Iraanse bevolking zich als één man achter het regime schaart. En Iran heeft bovendien allerlei mogelijkheden om in zo’n geval de hele regio te destabiliseren.

Als alternatief wordt vaak gepleit voor aangescherpte sancties. Probleem daarbij is dat die vooral hard aankomen bij de bevolking – en de recente geschiedenis toont dat de kans niet groot is dat sancties hun doel bereiken en het regime tot een koerswijziging bewegen.

Het is niet gezegd dat de wereld iets kán doen om Iran van een kernwapen af te houden. Maar de pogingen die de Amerikaanse president Obama eerder ondernam om met Iran in gesprek te komen, kunnen opnieuw gedaan worden. Dat Iran de afgelopen maanden heeft laten weten open te staan voor nieuwe gesprekken, moet aangegrepen worden.

Nog altijd is niet duidelijk of het Iraanse bewind besloten heeft om door te zetten tot het over een kernbom beschikt, of dat het zich richt op de ‘Japanse optie’. Daarbij zou Iran, net als Japan, vóór de laatste draai met de schroevendraaier stoppen met het ontwikkelprogramma. Dan heeft Iran nét geen kernbom, maar kan het daar wel heel snel over beschikken. Meer dan eens is gebleken dat er binnen het regime verschillende opvattingen bestaan. Daar liggen kansen.