Toch lekker, een belegger achter tralies

scene uit de film Tower Heist (2011) FOTO: UPI

Margin Call.

Regie: J.C. Chandor. Met: Kevin Spacey, Jeremy Irons, Demi Moore. ***

Tower Heist.

Regie: Brett Ratner. Met: Ben Stiller, Eddie Murphy, Alan Alda. **

Wat gebeurde er in die glazen torens vlak voor de kredietcrisis? We willen het niet weten: de film Margin Call was elders geen succes. Zoals voor 2008 films over Irak en Afghanistan flopten, zo is de kredietcrisis nu ‘box office poison’. In de bioscoop willen we hooguit heel indirect worden geconfronteerd met slecht nieuws.

Jammer, want Margin Call biedt stof tot nadenken. Het laatste etmaal voor de kredietcrisis in een verzekeringsbank op Wall Street: een duister, claustrofobisch spiegelpaleis waar een in het verleden met Oscars overladen sterrenensemble bijeenkomt om de gevolgen van financieel wanbeheer af te wentelen op klanten, relaties en de mensheid in het algemeen. Het lijkt een droom, mompelt de verbijsterde baas nu zijn complexe financiële producten niks waard zijn. „Volgens mij worden we juist wakker”, denkt een ondergeschikte.

De kwestie die Margin Call aan de orde stelt is: hoe werkt een systeem dat honderden, duizenden handelaars zover krijgt dat ze glimlachend al hun vrienden en contacten belazeren? De film concentreert zich op een groep bankiers. De geroutineerde middenmanager Sam (Kevin Spacey), de jonge raketgeleerde Peter (Zachary Quinto) die zijn talent verspilt aan zwendelconstructies, de arrogante, lege ‘boy wonder’ Jared (Simon Baker), Sarah (Demi Moore) die mejuffrouw Spijkerhard speelt. En de grote baas John: Jeremy Irons in oude vampierstijl. Soms denk je dat een gevorkte tong tussen zijn lippen flitst.

Deze bankiers hebben best een geweten, sommigen waarschuwden ooit voor risico’s. Maar nu het ‘bloedbad’ nadert, blijkt de beloning voor goedheid steevast armoede en voor verdorvenheid een paar miljoen dollar. Straf en beloning: ingewikkelder is het niet. En daarna het geweten sussen met wat neodarwinisme. Moraal is voor losers: zo werkt de markt nu eenmaal. Margin Call toont dat met veel begrip voor de mens in krijtstreep. De bankiers ogen vlak en gedeprimeerd, alsof iets loodzwaars op hun schouders drukt. Ze neigen tot filosofische dialogen in stripclubs: over de onhoudbaarheid van het systeem, de moraal van hun salaris en de nutteloosheid van hun werk. Dat maakt Margin Call te begripvol en didactisch, maar ook leerzaam.

De komische tegenhanger van Jeremy Irons is Alan Alda als superbelegger Arthur Shaw in Tower Heist. Het bevredigende van komedies is dat schurken herkenbaar zijn en verliezen: Alda als de zijige, hedonistische charlatan het onderspit zien delven maakt Tower Heist bijna tot een bevredigende film. Bijna.

In de film wreken ‘werkezels’ en ‘prikklokkers’ zich op de belegger die hun geld wegtoverde. Personeel van de Trump Tower, symbool van klatergoudkapitalisme, versus bewoner. Helaas stelt Tower Heist na een veelbelovend begin teleur. Het ensemble draait zijn routines: Ben Stiller de neuroot, Eddie Murphy de brulboei, etc. Maar er zijn zo veel komische personages dat op Alda na niemand echt ademt in dit prutscript dat de essentie van de overvalkomedie negeert: briljant plan, improvisatie en komisch toeval. Bovendien is Tower Heist zo slordig met details, zo vol losse eindjes, dat niets de leuke personages, scènes en dialogen bijeenhoudt. Jammer. Want bevredigend blijft het, een belegger achter de tralies. Al gebeurt dat vooral in Hollywood.

Coen van Zwol