Rintje Wasbeurt

Rintje, Tobias en Henriette hebben in het bos gespeeld. Overal lagen modderplassen en daar hebben ze heerlijk in heen en weer gerold. Alleen Rintje en Tobias natuurlijk, want Henriette houdt niet van vies worden. Ze heeft op een afstandje zitten kijken.

Als ze thuiskomen, begint Rintjes moeder hard te gillen: ‘STOP! Ik heb net alle vloeren geboend! Jullie gaan eerst in bad en dan mag je pas naar binnen.’

Maar Rintje heeft een hekel aan water en zeep. En Tobias houdt ook al helemaal niet van in bad gaan. Heel stilletjes proberen ze er vandoor te gaan, maar mama heeft ze in de gaten.

‘Henriette’, zegt mama. ‘Jij bent gelukkig nog helemaal schoon, wil jij me helpen deze twee viespeuken in de tobbe te stoppen?’

‘Dan zal ik jullie lekker inzepen met shampoo’, giechelt Henriette.

Mama loopt naar de bijkeuken en pakt een grote rode teil. Met een slang aan de keukenkraan laat ze de teil vol water lopen. ‘Zo’, zegt ze, ‘een klein beetje badschuim erbij.’

Als er een prachtige laag schuim op het water staat, wil mama zich omdraaien om Rintje of Tobias op te tillen. Maar ze zijn allebei verdwenen!

‘Waar zijn jullie?’ roept Henriette.

‘Ze hebben zich verstopt’, zegt mama. ‘Maar we vinden ze wel!’

‘Ik hoef alleen maar mijn neus even in de lucht te steken’, zegt Henriette. ‘Ik heb een heel scherpe neus en ik ruik die vieze hondjes zo!’ Ze loopt rechtstreeks naar de bijkeuken en vindt Tobias en Rintje achter een kast. ‘Gevonden!’ roept ze.

Mama tilt ze een voor een op en zet ze in de tobbe.

‘Ik wil eruit’, zegt Rintje met een vies gezicht.

‘Ik ook’, zegt Tobias.

‘Wacht maar eens even’, zegt mama. ‘We zullen jullie vacht eens lekker inzepen!’

‘Nee’, roept Rintje, ‘dan krijg ik zeep in mijn ogen.’

Maar Henriette trekt zich er niets van aan, pakt de zeep en smeert het in de vacht van Rintje. Dan wrijft ze het voorzichtig door zijn vacht. Mama doet hetzelfde bij Tobias.

‘Eigenlijk is het toch wel lekker’, zegt Tobias. Rintje knikt.

‘Ik weet iets leuks’, zegt mama. ‘We maken een toren van schuim op jullie kop!’

‘En dan mag ik hem eraf blazen!’ lacht Henriette.

Als Tobias en Rintje een hele hoge hoed van schuim hebben gekregen, blaast Henriette het schuim de lucht in. De zeepbellen vliegen in het rond.

‘Nu is het tijd om jullie weer af te spoelen en af te drogen’, zegt mama.

‘Ik wil er nog niet uit’, zegt Tobias. ‘Het is zo lekker warm.’

‘Eerst willen jullie er niet in en nu willen jullie er niet uit!’ zegt mama terwijl ze met de slang hun vacht uitspoelt.

Als Rintje en Tobias helemaal drooggewreven zijn met de handdoek mogen ze lekker bij de verwarming verder opdrogen.

‘Ik wou dat ik altijd zulke schone vriendjes had’, lacht Henriette en ze kruipt lekker tegen Rintje en Tobias aan.