Rechter: Scheringa kunstcollectie mag niet verkocht worden

Werken uit de collectie van het Scheringa Museum. V.l.n.r. zelfportret van Charley Toorop, zelfportret van Jan Bor en vrouwenportret van Wim Schuhmacher.

De kunstcollectie van het failliete Scheringa Museum in Spanbroek mag niet onderhands verkocht worden aan een particuliere verzamelaar.

Dat oordeelde de Amsterdams rechtbank in een kort geding aangespannen door de curatoren, meldt de NOS.

De Deutsche Bank heeft op dit moment de duizend schilderijen in bezit en wilde deze niet verkopen via een veiling maar rechtstreeks aan een particulier. Volgens de curatoren zou deze verkoop fiscale risico’s met zich meebrengen. Volgens de rechter zijn de gevolgen van de verkoop daarom moeilijk te beoordelen.

Daarnaast was het voor de rechtbank onduidelijk wat de waarde van de collectie was. De veilinghuizen Christie’s en Sotheby’s taxeerden de schilderijen op zeer verschillende waarden. De rechter oordeelde dan ook dat het bod van de particulier van 14 miljoen euro mogelijk niet het beste was voor alle betrokken partijen.

De collectie van het museum van Dirk Scheringa van de gevallen DSB Bank bestaat uit meer dan duizend schilderijen, werken op papier, beelden, modecreaties, foto’s en objecten. Werken van zogenoemde magisch realisten als Carel Willink, Pyke Koch, Raoul Hynckes, Wim Schuhmacher en Dick Ket vormen de basis van de collectie.

In navolging van het faillissement van DSB Bank werd het museum van Dirk Scheringa in november 2009 officieel failliet verklaard. ABN Amro legde beslag op de collectie. Scheringa had de bank de collectie als onderpand gegeven voor een hypotheek van 32 miljoen euro voor een nieuw museum in Opmeer. De collectie is daarna in handen gekomen van Deutsche Bank.

    • Hans Klis