Oppositiegroepen Syrië raken onderling slaags

Syrische oppositie-activisten zijn gisteren in Kairo op de vuist gegaan met een delegatie van een concurrerende oppositiegroep die er met de Arabische Liga kwam praten over het Arabische plan om een einde te maken aan het regeringsgeweld tegen demonstranten. De gewelddadigheden onderstrepen de verdeeldheid binnen de Syrische oppositie.

Een vier leden tellende delegatie van de Nationale Coördinatie Commissie voor Democratische Verandering (NCC) was in de Egyptische hoofdstad voor een ontmoeting met Liga-secretaris-generaal Nabil Elaraby als opmaat naar een spoedzitting van de Liga zaterdag. Het vredesplan van de Liga, in het kader waarvan het Syrische regime zijn tanks uit de steden zou terugtrekken en een einde zou maken aan het overheidsgeweld, heeft geen enkel effect gehad. Sinds president Assads regime vorige week het plan „zonder voorbehoud” aanvaardde, hebben Syrische veiligheidsdiensten volgens de oppositie zeker zestig mensen gedood.

De NCC, die oudere dissidenten en ex-politieke gevangenen omvat, wil dat de Arabische Liga de Syrische bevolking beschermt door internationale waarnemers te sturen. Deze groep is ook niet tegen een dialoog met het regime. Hun aanvallers bij het hoofdkwartier van de Arabische Liga maken deel uit van de Syrische Nationale Raad (SNC), die elke dialoog afwijst en eventueel buitenlandse militaire hulp wil vragen. De activisten in Kairo brandmerkten de NCC-delegatie als verraders.

De SNC is de grootste oppositiegroep en claimt een rol als die van de Libische Nationale Overgangsraad, die vrij snel door buitenlandse regeringen als tegen-bewind werd erkend. Maar in Syrië zijn er behalve de NCC nog verscheidene grotere oppositiegroepen. De vroegere Syrische vicepresident Abdul-Halim Khaddam, die in 2005 vluchtte, maakte zondag de oprichting bekend van een eigen groep die zich ten doel stelt de rest van de oppositie te verenigen. Wegens de verdeeldheid aarzelen buitenlandse regeringen de oppositie te steunen. (AP, Reuters)