Opeens ben je geen Griek meer, maar een varken

Griekenland staat voor een loodzware klus. Het onder schulden bedolven euroland kreeg gisteren een nieuwe regering. Die moet het land, zo eisen de helpers, drastisch hervormen, liberaliseren en privatiseren. „Grieken zijn vooral goed in het uitleggen waarom iets níet kan.”

De eerste dag van een nieuw tijdperk. De ultieme inspanning om de Griekse economie te moderniseren. De laatste mogelijkheid om te voorkomen dat Griekenland uit de eurozone wordt verstoten en een toekomst tegemoet gaat als arm en geïsoleerd land aan de grens van Europa.

Het is helder dat deze week niets minder dan de toekomst van Griekenland de inzet is van de politieke thriller in Athene. Ook is het helder dat de nieuw te vormen coalitieregering, net zo ongebruikelijk als een minderheidsregering in Nederland, moet beginnen aan de wederopbouw van de economie, het overheidsapparaat en het zelfvertrouwen van een gekwetst volk. Een loodzware klus.

Geen gewelddadige demonstraties op het Syntagmaplein de afgelopen dagen. Wel opa’s die met hun kleindochters duiven voeren. En wel de oproerpolitie die rustig sigaretjes rookt onder de sinaasappelbomen. Toch is de spanning groot.

De burgemeester van Athene ziet op tegen volgende week, als op donderdag de studentenopstand tegen de militaire junta van 1973 wordt herdacht met demonstraties. „Ik ga de stad pas in de lente repareren, kort voordat de toeristen weer komen”, zegt burgemeester Giorgos Kaminis.

Iedereen weet dat premier George Papandreou en zijn politieke rivaal Antonis Samaras van het conservatieve Nea Dimokratia onderhandelingen voeren over een coalitieregering met een nieuwe premier. Iedereen weet dat dat het voorlopige hoogtepunt is van de crisis in Griekenland. Iedereen weet dat de spanning toeneemt en dat het geweld in Athene snel kan oplaaien.

Het is aan de nieuwe regering om de afspraken van de Europese top van 27 oktober door het parlement te loodsen. Als het parlement daarmee instemt, krijgt Griekenland een nieuwe lening van 100 miljard euro in ruil voor nieuwe bezuinigingen en privatiseringen die de staatsschuld in 2020 terugbrengen tot 120 procent van bruto binnenlands product.

De Nederlander Bob Traa is sinds vorig jaar baas van het Internationaal Monetair Fonds in Griekenland. Het IMF bepaalt voor een belangrijk deel hoe Griekenland hervormt en bezuinigt, aangezien het fonds eenderde van de noodlening verstrekt. Klinisch en puntsgewijs somt Traa op wat er mis is en wat er moet gebeuren om de Griekse economie concurrerend te maken. „Hervormen, liberaliseren, uitvoer stimuleren, bureaucratische lasten verminderen en privatiseren”, zegt Traa.

Griekenland kent grote reders, zegt hij. Die zijn van wereldklasse. Griekenland heeft net als Nederland een enorm achterland, maar profiteert daar niet van. De sector transport en logistiek is zwaar onderontwikkeld. Er rijden in Griekenland nu evenveel vrachtwagens als in 1980. „Je zou willen dat havens hier dezelfde functie krijgen voor de Balkan en Turkije als Rotterdam heeft voor West-Europa.”

De economie blokkeert volgens Traa, omdat er te veel bureaucratische rompslomp is. „Ambtenaren zijn hier vooral goed in uitleggen waarom iets niet kan. Het is niet ongebruikelijk dat een ondernemer naar zes of zeven ministeries moet om een vergunning te krijgen. Daardoor is het voor het midden- en kleinbedrijf onmogelijk zijn producten uit te voeren.”

Traa klaagt dat het hem drie weken kostte een mobiele telefoon te bemachtigen. „In de VS loop je de winkel in en ben je klaar. Hier moest ik mijn Nederlandse paspoort laten vertalen en vervolgens door een notaris goedgekeurd krijgen. Toen ik alles in orde had, was de aanbieding in de winkel verlopen. Dat is een serieus voorbeeld hoe een economie gehinderd wordt.”

Het IMF wil via privatiseringen en het terugbrengen van het aantal beschermde beroepen ondernemerschap en efficiëntie stimuleren. In totaal moet Griekenland 65 miljard euro ophalen met het privatiseren van staatsbedrijven.

De Griekse vakbeweging is niet de enige die daar een hard hoofd in heeft. Rapportages van het IMF en de Europese Commissie melden dat eerder gestelde privatiseringsdoelen bij lange na niet zijn gehaald. Waarom zou het dan nu wel gaan lukken?

„Het geld is belangrijk”, zegt IMF’er Traa, „maar ook belangrijk zijn de expertise, de efficiëntie en het concurrerend vermogen die privatiseringen met zich meebrengen.” De Nederlander hamerde voor het IMF eerder met dit bijltje in Argentinië en Spanje.

Traa erkent dat de eisen uit de eerste ronde noodsteun (mei 2010) te hoog waren. „De nieuwe plannen zijn realistischer en gaan uit van een langzamer herstel van groei. Als je te snel bezuinigt en hervormt stokt de economie. De plannen van 27 oktober geven meer tijd. Het nadeel is dat Griekenland wel meer financiële steun nodig heeft.”

Om te zorgen dat Griekenland de hervormingen goed uitvoert, heeft de Europese Commissie in september een zogenoemde Task Force opgericht die vooral technische adviezen moet geven. „Er is weinig tijd en geld. Een ministerie kan een dure consultant inhuren om een wetsvoorstel te laten schrijven, maar het is handiger en goedkoper wetgeving in een ander Europees land als basis te gebruiken”, zegt Georgetta Lalis, hoofd van de Task Force in Athene.

Bekeken wordt of ambtenaren van Nederlandse ministeries kunnen bijdragen aan het opzetten van een beter systeem om belasting te innen, een sneller justitieel apparaat en de oprichting van een kadaster. „Dat is natuurlijk een goed initiatief, maar je kunt je ook afvragen hoe een moderne economie zo lang kon functioneren zonder een registratiesysteem voor onroerend goed”, zegt een Europese diplomaat.

Op papier en uit de monden van technocraten klinken de Griekse plannen goed. In een korte tijd moet het land een gedaantewisseling ondergaan, zodat de economie zich weer staande kan houden in de Europese Unie. Maar de logica en economische ratio in Brussel en Washington botsen met de realiteit in Athene. Griekenland verkeert niet alleen in een economische, maar evenzeer in een politieke en sociale crisis.

Lalis van de Task Force is opgehouden Griekse kranten te lezen. „Wij werden uitgemaakt voor landverraders, voor de Gestapo”, zegt ze. De bevolking heeft het afgelopen anderhalf jaar ongekende maatregelen te verduren gekregen. Ambtenaren zagen hun salarissen met 30 tot 40 procent dalen, terwijl prijzen en belastingen stegen. Netto is hun koopkracht met 50 procent gedaald. Het liberaliseren van beschermde beroepen is eveneens pijnlijk. Taxichauffeurs die duizenden euro’s hebben uitgegeven aan licenties en vergunningen, zien plots de waarde van hun investering verdampen als het beroep wordt vrijgegeven.

Het doet pijn dat er in Europa niet meer erkenning is voor wat de Grieken al hebben gepresteerd. „Het afgelopen jaar is het begrotingstekort met 7 procent van bbp teruggebracht. Geen enkel OESO-land heeft dat klaargespeeld”, zegt hoogleraar internationale betrekkingen Loukas Tsoukalis. „Het slechte nieuws is dat het niet genoeg is. De hervormingen die ons te wachten staan, zijn omvangrijker en moeten sneller worden doorgevoerd dan een democratisch gekozen regering ooit is gelukt.”

In plaats van steun worden wij geridiculiseerd, zegt Stavros Lambrinidis, minister van Buitenlandse Zaken in de regering van Papandreou. „Ik ben opeens geen Griek, maar een pig, een varken. Dat is de kwalijke afkorting die markten gebruiken voor Portugal, Ierland, Italië en Griekenland (PIIGS). En Duitsland wordt in Zuid-Europa niet meer gezien als Duitsland, maar als de meester met de zweep. De economische crisis voedt xenofobie in Europa en dat vind ik walgelijk.”

Griekenland is niet Nederland of Finland, zeggen ministers en ambtenaren steevast. Na de Tweede Wereldoorlog vond hier geen structurele wederopbouw plaats waar West-Europa zo welvarend door werd, is een veelgehoord argument. In plaats daarvan werd er een burgeroorlog gevoerd en kwam er een militaire junta. „Het democratische leven is hier pas in 1974 begonnen”, zegt Costas Tsikrikas, leider van de ambtenarenvakbond ADEDY. „Helaas wordt niet erkend dat Griekenland een belangrijk, democratisch EU-lid is aan de Europese buitengrens.”

Volgens vluchtelingenorganisatie UNHCR arriveren er dagelijks 300 illegale vluchtelingen in Griekenland, terwijl er niet genoeg geld is voor opvang. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in Athene vorig jaar kreeg de neonazistische partij 5 procent van de stemmen, genoeg voor een zetel in de raad.

Niet alleen voelen Griekse politici zich in de steek gelaten door hun Europese collega’s, zij worden ook gewantrouwd door de bevolking en gezien als corrupt en cliëntelistisch. De twee grote machtsblokken van socialisten (PASOK) en conservatieven (ND) verspeelden de afgelopen maanden veel krediet.

De PASOK moest de afgelopen twee jaar onder druk van Europa en het IMF liberale hervormingen doorvoeren. En het was de ND dat tegen het Europese noodplan was. Daarmee bood de partij het Griekse volk ogenschijnlijk een alternatief voor bezuinigingen, hervormingen en jarenlang lijden die volgens PA-SOK nodig waren. Totdat ND-leider Samaras zich vorige week, gedwongen door het dreigement van een referendum, toch achter het akkoord schaarde.

Sindsdien liepen de onderhandelingen stroef. De ND wilde, met het oog op de aankomende verkiezingen, zo min mogelijk geassocieerd worden met de coalitieregering die steun geeft aan het Europese reddingsplan. Gisteren leek Samaras uiteindelijk zijn fiat aan een nieuwe regering te geven, maar onder wiens leiding die komt was vanmorgen nog steeds niet duidelijk.

Vakbonden zijn fel tegen het akkoord. Tsikrikas van de ambtenarenbond vindt de hervormingen neoliberaal en zegt dat ze een einde maken aan een waardig bestaan van werknemers. „Met alle ICT-ontwikkelingen zouden arbeiders eigenlijk minder en niet meer moeten werken”, zegt hij. Tsikrikas pleit voor meer solidariteit in de eurozone. „Er moet een transferunie komen waar het rijke noorden betaalt voor de schulden in het zuiden.”

Tegelijkertijd snakken vooral hoogopgeleide jongeren naar een toekomst in Griekenland. Dat betekent breken met het verleden, hervormingen doorvoeren en de geïsoleerde economie opengooien.

Sylvia Klimaki, eind twintig, studeerde aan Harvard. Haar familie woont in Dubai en Londen. Als ze had gewild had ze de diepe crisis in haar land makkelijk kunnen ontlopen. „Ik ben naar Griekenland teruggekomen om mijn land er bovenop te helpen”, zegt Klimaki, nieuwslezer bij de commerciële omroep Skai. „Dat willen al mijn vrienden. Maar wij haten de publieke sector, de regels en alle bureaucratie. Voor de overheid werken doe je simpelweg niet.”

Griekenland is geen slecht land, maar een slecht bestuurd land, zeggen voorstanders van hervormingen, zoals Klimaki. Voor hen is zelfkastijding haast een sport geworden.

Dit land is niet gepolariseerd, concludeert een Europese ambtenaar. Dat is te mild. Polarisatie betekent dat je aan het uiteinde van dezelfde schaal zit. „Politici, vakbonden, bewoners, iedereen kent hier een eigen versie van hoe Griekenland verder moet, zonder dat die versies elkaar raken. Dit is het land van parallelle waarheden.”

Melle Garschagen

    • Melle Garschagen