Op zoek naar euro's voor kunst

Een kettingbrief die 1000 euro vraagt voor een Van Eyck-expo, een gastrol in een zombiefilm: de kunstwereld is creatief op zoek naar geld.

Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam wil volgend jaar de tentoonstelling De weg naar Van Eyck organiseren, met de Gemäldegalerie in Berlijn. De expositie moet laten zien dat schilder Jan van Eyck (1390-1441), vaak beschouwd als revolutionair, voortbouwde op een ontwikkeling die al aan de gang was. Het onderzoek is gedaan, nu moeten de schilderijen nog naar Rotterdam worden gehaald. Maar de kosten (restauratie, verzekeringen, bruikleen) kan het museum niet dragen en sponsors zijn moeilijk te vinden. De gemeente betaalt wel de vaste lasten van het museum, zoals lonen en gebouwen, maar voor de programmering moet elders geld gevonden worden.

Carel Blotkamp, emeritus hoogleraar moderne kunst, bracht directeur Sjarel Ex op het idee van een inzamelingsactie: voor 1.000 euro kun je lid worden van de ‘Kring van Van Eyck’ en krijg je privileges als een voorbezichtiging met rondleiding. In een brief, die het museum geen kettingbrief wil noemen wegens de negatieve bijklank, wordt gevraagd lid te worden en vijf mensen te benaderen met de vraag om hetzelfde te doen. Het museum heeft minimaal 700 mensen nodig om bijna de helft van de begroting te dekken. Met zo’n inleg, aangevuld met sponsorgeld, durft het het risico aan de tentoonstelling in gang te zetten. Ex: „Het zou geweldig zijn als de actie slaagt, ook als signaal aan de politiek dat de individuele Nederlander een groot belang hecht aan kunst.”

De Kring van Van Eyck is de jongste manier van de kunstwereld om op alternatieve wijze geld te verdienen. De bezuinigingen op subsidies hebben geleid tot een scala aan initiatieven om geld binnen te halen. De creatieve sector reageert – noodgedwongen – met creativiteit op de nieuwe situatie.

Bedreigde musea als Meermanno en Boerhaave vinden geldschieters door het laten adopteren van boeken of het te koop aanbieden van een replica van een Van Leeuwenhoekmicroscoop. De Rotterdamse kunstinstelling Worm, die eind oktober een nieuw pand betrok, bedacht een bruidslijst, met spullen die ze nodig heeft, zoals een microfoon („179 euro per stuk, Worm wil er graag vier hebben”). Een nieuw jazzpodium in dezelfde stad, Bird, wil een pianovleugel kopen en vraagt een van de 88 toetsen te sponsoren: 100 euro. De Stadsschouwburg Amsterdam en Filminstituut EYE ‘verkopen’ op dezelfde manier stoelen voor hun nieuwe zalen.

Het publiek is best bereid geld aan culturele instellingen te geven. Dat blijkt uit een rondgang langs initiatieven en uit een representatieve enquête die deze krant eerder dit jaar hield. Ongeveer de helft van de mensen wil als mecenas optreden. Eenderde zou maximaal 50 euro willen schenken, één op de tien tot 100 euro, en bijna één op de honderd meer dan 500 euro. „Ik heb moeten leren particulieren geld te vragen en het is verrassend hoe leuk ze het vinden”, zegt Willem Bijleveld, directeur van het pas heropende Amsterdamse Scheepvaartmuseum. Voor de inrichting kwam 4,5 van de 10 miljoen van particulieren.

De meeste zoden aan de dijk zetten projecten waarbij grote sommen geld van een beperkt aantal mensen worden binnengehaald. Zoals de fondsen op naam van musea en andere instellingen. Wat ook veel teweegbrengt zijn projecten waarbij wordt samengewerkt met traditionele partners. Zoals bij CineCrowd, een site die films pitcht en waar nu de eerste lange film uit voortkomt: Deal van regisseur Eddy Terstall, die mogelijk wordt omdat UPC zich aansloot. Of zoals de uitgeefsite TenPages.com, die toetst of er voldoende belangstelling is voor een manuscript. Schrijvers kunnen er hun werk plaatsen, belangstellenden kunnen voor 5 euro een ‘aandeel’ kopen. Als er 2.000 aandelen verkocht zijn, wordt het boek uitgegeven door één van de twintig partneruitgeverijen. In ruil krijgt de aandeelhouder naamsvermelding in het boek. Van de tot nu toe 1.400 geplaatste manuscripten worden er 49 uitgegeven, zegt oprichter Valentine van der Lande. Hoogste oplage: 13.000 voor ZoZuidas, een boek over de Amsterdamse zakenwereld, geschreven door drie vrouwen.

De directe winst van deze initiatieven is dat makers zich meer bewust worden van hun publiek en rechtstreeks de vraag moeten stellen wat het voor hen overheeft. Maar de bezuinigingen zullen ze er vrijwel niet mee kunnen compenseren. Er komen meestal geen enorme bedragen binnen, terwijl intensief gewerkt moet worden aan bijvoorbeeld het opzetten en bijhouden van een site. „Crowdfunding is een interessant instrument maar werkt bij film vooral voor kleinere projecten zoals lowbudget- en korte films”, zegt Doreen Boonekamp, directeur van het Filmfonds. Hajo Doorn, directeur van Worm: „De grote bulk haal je met crowdfunding niet binnen.” Om de bezuinigingen te compenseren is het „nog altijd belangrijker minder geld uit te geven”.

Ook Sjarel Ex is terughoudend in zijn enthousiasme. „Van de bereidheid van de markt om de terugtrekkende overheid te compenseren is nog niets gebleken. Je kunt hooguit zeggen dat de kunstinstellingen niet bij de pakken neerzitten en op allerlei nieuwe manieren de markt, inclusief de kunstconsument, proberen over te halen om mee te investeren. Of deze pogingen succes gaan sorteren is nog niet aangetoond.”

    • Claudia Kammer
    • Birgit Donker