Missie Kunduz mag uitgebreid

Het kabinet mag de politietrainingsmissie in Kunduz een klein beetje verruimen door naast reguliere agenten ook politiemensen met een administratieve functie te gaan scholen. Dat bleek gisteren tijdens een debat over de missie in de Tweede Kamer.

Er komt een achtweeks trainingsprogramma voor dit lagere politiekader in de Afghaanse provincie. Daarvoor zijn geen extra Nederlandse militairen nodig. Wel moet het werk opleveren voor de tien marechaussees die overbodig bleken wegens een gebrek aan rekruten van de lokale politie. Bij de aflossing van de trainers in Kunduz deze maand was hun aantal anders gehalveerd van twintig tot tien.

De Tweede Kamer maakte gisteren ook geen bezwaar tegen onderzoek naar verdere uitbreiding van de doelgroep voor de Nederlandse opleidingen in Noord-Afghanistan. Kamerleden zijn wel sceptisch over de uitkomsten van dat onderzoek naar de mogelijkheid om ook grenspolitie en agenten van buiten de provincie Kunduz te gaan trainen. Ze willen niet dat het kabinet daar straks conclusies uit trekt zonder toestemming van het parlement.

Zelfs coalitiepartij VVD zet vraagtekens bij het mogelijke trainen van de grenspolitie. Volgens het kabinet wil de Afghaanse overheid deze paramilitaire tak van de politie opsplitsen in een civiele, marechaussee-achtige organisatie die smokkel aan de veilige grenzen van het land controleert, en een militaire gevechtseenheid die de grens met Pakistan bewaakt. De vraag is of en hoe snel dat daadwerkelijk kan. „Wij hebben onze twijfels bij die reorganisatie”, zei VVD-Kamerlid Han ten Broeke.

De ChristenUnie (CU), één van de drie oppositiepartijen die de minderheidsregering van VVD en CDA in januari aan een meerderheid voor deze missie hielpen, maakt zich vooral zorgen over het scholen van agenten die buiten Kunduz gaan werken. Joël Voordewind van de CU benadrukte dat deze politiemensen na hun cursus gevolgd moeten worden. „We zijn er niet gerust op”, zei hij. „Maar als de ministers onderzoek willen doen, zullen wij het niet tegenhouden.”

Ook GroenLinks en D66, die de missie steunen, hebben geen problemen met het onderzoek. Kamerlid Mariko Peters van GroenLinks wil „niet op de uitkomsten daarvan vooruitlopen”.

In het debat stonden de coalitiepartijen en de gelegenheidsgedogers tegenover de partijen die de missie blijven afwijzen: PVV, PvdA en SP. Waar de oppositiepartijen het wel over eens waren, is dat zij niet willen dat er iets fundamenteels aan de civiele missie verandert zonder inspraak van de Kamer.

Minister Hillen (Defensie, CDA) deed geen uitspraken over de duur van het geplande onderzoek, maar als dat is afgerond, wil het parlement zelf toetsen of een eventuele uitbreiding wel binnen het civiele mandaat past.