'Klimaatverandering is katalysator van conflict'

Klimaatverandering wordt het eerst gevoeld in landen die toch al onstabiel zijn. Dat kan volgens de Britse klimaatambassadeur Neil Morisetti gevaarlijk zijn.

Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor de internationale veiligheid en stabiliteit. Voor de Britse regering is het daarom helemaal niet zo gek dat hun klimaatambassadeur een hoge marineofficier is. Schout-bij-nacht Neil Morisetti was vorige week in Den Haag voor overleg, en voor een seminar in het Haagse Centre for Strategic Studies.

„De opwarming van de aarde heeft de grootste gevolgen in een band van landen in de buurt van de evenaar”, zegt Morisetti, na afloop van het seminar in de auto onderweg naar het vliegveld van Rotterdam. „Zuidoost-Azië, Midden-Amerika, het Midden-Oosten, Afrika. En uitgerekend daar liggen voor Europa ook de belangrijkste handelsroutes.”

In die regio’s zal volgens Morisetti door klimaatverandering de beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen steeds verder onder druk komen te staan. Energie, voedsel, water en vruchtbare grond worden er schaars.

„Als mensen hun land kwijtraken, bijvoorbeeld door de droogte, of hun werk, bijvoorbeeld doordat hun visgronden uitgeput raken, zullen ze op zoek gaan naar alternatieven. Migratie is zo’n alternatief. Verhuizen mensen dan in hun eigen land of gaan ze op zoek naar een bestaan elders? En als ze hun werk verliezen, slagen ze er dan in om iets anders te vinden, of zoeken ze het in de georganiseerde misdaad of terrorisme?”

In literatuur over klimaat en veiligheid wordt de strijd in Darfur, in het westen van Soedan, wel de eerste ‘klimaatoorlog’ genoemd. Maar het is de vraag of de aanhoudende droogte en de daardoor toenemende schaarste van landbouwgrond de oorzaak zijn van het gewelddadige conflict in Darfur, al hebben deze factoren er mogelijk toe bijgedragen.

„Klimaatverandering is geen bedreiging op zichzelf – in ieder geval nu nog niet. Het versterkt bestaande risico’s. Het kan in een conflict werken als een katalysator. Veel details over dit thema zijn nog onzeker. Voor een goede veiligheidstrategie is het belangrijk om die in te vullen. Welke delen van de wereld lopen de grootste risico’s? Welke gemeenschappen staan het meest onder druk? Hoe kunnen we helpen om risico’s te verminderen? Maar ondanks de onzekerheden kunnen we niet wachten. Een Amerikaanse generaal zei ooit: als ik op het slagveld wacht op 100 procent zekerheid, zou ik al lang dood zijn geweest.”

Ten onrechte denken we in Europa volgens Morisetti nog wel eens dat de risico’s van klimaatverandering in de verre toekomst liggen. „Dat geldt niet voor mensen in Lesotho, of in Jemen. Daar zie je nu al de gevolgen van droogte, van zeespiegelstijging, van verzilting van grondwater, van een dalende opbrengst van landbouwgronden. Of in Bangladesh, dat steeds vaker kampt met extreme weersomstandigheden. De optelsom van al die gebeurtenissen laat zien dat klimaatverandering nu al een ernstig probleem is.

En gevolgen zullen in de loop van de tijd alleen maar toenemen. Destabilisatie in andere regio’s – die hun problemen nu al nauwelijks aankunnen – heeft ook gevolgen voor ons.

„Veel van de toekomstige opwarming zit nu al opgesloten in het systeem, door de broeikasgassen die we in het verleden hebben uitgestoten. We moeten voorkomen dat het erger wordt, door de uitstoot snel te verminderen. En we moeten ons tegelijkertijd voorbereiden op onvermijdelijke veranderingen.”

Die combinatie van aanpassing aan klimaatverandering en vermindering van het gebruik van fossiele brandstof geldt ook voor defensie zelf, zegt Morisetti. „We moeten zorgen dat we het juiste gereedschap hebben, en de juiste training, om op extreme weersomstandigheden te reageren. En ook om hulp te bieden. Daarnaast moet het leger minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen. Niet alleen vermindert daardoor de uitstoot van broeikasgassen. Het is ook van strategisch belang. Aanvoer van brandstof is een van de zwakke schakels op het slagveld.”

Legers verbruiken over het algemeen steeds meer olie. Volgens consultancybedrijf Deloitte heeft een Amerikaanse militair in een conflictgebied gemiddeld 22 gallon (83,2 liter) brandstof per dag nodig, 175 procent meer dan ten tijde van de Vietnamoorlog.

Beveiliging van de brandstofkonvooien in oorlogsgebieden als Afghanistan kost kapitalen. Een gallon brandstof, waarvoor de Amerikaanse defensie thuis 2 tot 3 dollar betaalt, kost in conflictgebieden zeker 45 dollar – en volgens sommige deskundigen een veelvoud daarvan.

„Olieverbruik reduceren heeft ook nog een ander voordeel”, zegt Morisetti. „Als je een dieselgenerator vervangt door een accu, wordt het een stuk stiller. Dan hoor je de vijand beter aankomen.”

    • Paul Luttikhuis