Het wordt precair met de euro

De dynamiek van de eurocrisis begint angstwekkende vormen aan te nemen. Gisteren zou de dag worden dat de financiële markten voor het eerst in weken rustig konden ademhalen, na de belofte van de Italiaanse premier Silvio Berlusconi om af te treden. Het liep anders.

De Italiaanse rente op de staatsschuld steeg tot ver boven de pijngrens, waar deze eigenlijk had moeten dalen, en bleef vandaag op een te hoog niveau. De rentes op de staatsschuld van andere eurolanden steeg mee, waardoor de toestand in de muntunie precair aan het worden is. Zo precair dat een opbreekscenario van de eurozone niet langer als exotisch geldt, maar als een reële mogelijkheid.

De financiële markten kennen perioden van overdrijving en er zijn technische factoren in het geding die vaak over het hoofd worden gezien. Aan de onrust op de markt heeft sterk de beslissing bijgedragen, gisteren, van LCH.Clearnet, een organisatie die de afwikkeling van de beurshandel verzorgt, om meer reserves van handelaren te verlangen als zij zaken doen met Italiaanse schulden.

Maar het gaat veel te ver de huidige turbulentie enkel te wijten aan de dynamiek van de handel zelf. De markt versterkt wellicht af en toe de crisis, maar in wezen is zij reactief. De oorzaak van de eurocrisis blijft stevig gegrondvest op de politiek en in de reële economie.

In dit domein moet dan ook de oplossing voor de crisis worden gezocht. De ‘besmetting’ van Italië geeft aan dat de maatregelen die tot nu toe zijn genomen, onvoldoende waren. Een noodfonds als het EFSF kan alleen functioneren als het groot genoeg is. Italië is daarvoor een brug te ver, waarmee het fonds ook wordt opgetuigd om de slagkracht te vergroten, terwijl er in wezen geen extra geld wordt ingelegd.

Bovendien lost overbruggingsfinanciering weinig op, als de onderliggende oorzaak van de crisis, de sterk uiteenlopende concurrentiekracht van de landen in de eurozone, niet wordt aangepakt. Dat kost jaren, als het al lukt. Onderdeel van het grootse plan van de eurozone van twee weken geleden was het terugbrengen van de Griekse schuld tot 120 procent van het bruto binnenlands product in 2020. Maar zelfs als dat lukt, is het nog steeds een ondraaglijke last. Hoe moet dat dan met Italië?

Wat nodig is, is een helder perspectief. Een plan hoe de muntunie er over vijf jaar voor moet staan, met inbegrip van een duidelijke weg daar naartoe. Daar zijn de nodige taboes mee gemoeid: een actievere centrale bank, gemeenschappelijke eurostaatsleningen, vergaande politieke integratie.

Lastig, dat is zeker. Maar als op de markten het grootste taboe van allemaal, het einde van de eurozone, al openlijk wordt besproken, dan wordt het tijd om snel en beslissend te handelen.