Even brutaal als geniaal

Ook als vijand kun je alleen maar bewondering hebben voor zijn briljante retoriek.

In naam van de democratie heeft Berlusconi de democratie gedemoniseerd.

Hoewel je voorzichtig moet zijn met dit soort bekentenissen, zal ik de waarheid vertellen. Ik heb weleens over hem gedroomd. Hij gaf een persconferentie. Ik was daarbij aanwezig en het was mijn opdracht hem een kritische vraag te stellen. Dat lukte ook. Maar in plaats van te antwoorden keek hij mij glimlachend aan. Hij stond op, kwam naar mij toe en legde een arm om mijn schouder. „Kom”, zei hij, „ik moet je iets laten zien.” We maakten een lange wandeling langs de rivier, waarbij hij mij wees op de schoonheid van het landschap en van de gebouwen. Hij was vriendelijk, amusant en buitengewoon charmant. Het was alsof ik verkeerde in het goede gezelschap van een oude vriend. Ik begreep hem.

Al mijn Nederlandse vrienden die mij in Italië komen opzoeken, stellen mij vroeg of laat dezelfde vraag. Hoe het toch mogelijk is dat zo’n beschaafd en aangenaam volk als de Italianen op iemand stemt als Berlusconi. En laten we eerlijk zijn. Het is een begrijpelijke vraag. Hij is een misdadiger. Zijn banden met de maffia zijn bewezen. Hij is een oude geilaard en een weergaloze egomaan. Hij is de politiek ingegaan uitsluitend om zijn eigen belangen te dienen. Hij is in de kern anti-democratisch en een walgelijke populist. Maar dat alles weten we nu wel. Ik wilde het hebben over iets anders.

Het is een grote fout om Berlusconi te onderschatten. In de buitenlandse media wordt hij meestal afgeschilderd als een clown. Met zijn bunga bunga. Met zijn talloze blunders. Zo ontstaat het beeld van een man die totaal niet serieus te nemen valt. En precies dat beeld is onterecht. Berlusconi is geen clown. Hij is een buitengewoon intelligent man met een weergaloos politiek instinct. Precies dat maakt hem zo gevaarlijk.

Om te beginnen heeft hij de gave van het woord. Zijn Italiaans is elegant en verzorgd en steekt weldadig af bij het geschreeuw van sommige straatvechters in de oppositie. Daarnaast heeft hij het talent om woorden en begrippen te herdefiniëren en te annexeren. Daarin is hij verbluffend virtuoos. Ook als vijand kun je daar alleen maar bewondering voor hebben. Toen er een paar jaar geleden een gigantische demonstratie was in Rome tegen zijn regering waar ruim een miljoen mensen op afkwamen, was zijn reactie: „Dit laat zien dat we in Italië helaas nog decennia nodig hebben om een waarlijk democratische oppositie te krijgen.” Het is even brutaal als geniaal. Hij gebruikt het succes van een buitenparlementaire actie van de oppositie om het begrip democratie voor zichzelf op te eisen. En en passant schetst hij het beeld van een soort natuurlijke situatie die minstens decennia zal duren, waarin hij regeert en de oppositie oppositie voert. Bovendien gaat er de suggestie van uit dat hij niets liever zou willen dan een constructieve samenwerking met de oppositie, maar helaas zuchtend moet concluderen dat die onmogelijk is omdat zij niet democratisch zijn. Dat is uiteraard allemaal retoriek. Maar briljante retoriek.

Op een vergelijkbaar virtuoze manier lukt het hem om de processen die tegen hem worden gevoerd wegens corruptie, machtsmisbruik en prostitutie van een minderjarige om te buigen tot een factor in zijn voordeel. Hij schildert de rechters af als pionnen van links. En hij schrikt er niet voor terug om over de rechtszaken te spreken in termen van een staatsgreep. En zijn logica is van een verleidelijke simpliciteit. Hij is de democratisch gekozen leider van het land en die rechters zijn maar benoemd. Hij heeft de legitimatie van de kiezers die die rechters ten enenmale moeten ontberen. En zo verandert hij zichzelf van aangeklaagde in een voorvechter van de democratie. Wilders heeft dat trucje goed afgekeken.

En meer in het algemeen weet hij het beeld van zichzelf te scheppen als een hardwerkende manager, die weet hoe je een miljardenbedrijf runt en die zich nu uit liefde in dienst heeft gesteld van zijn dierbare Italië, maar die in zijn werk bij voortduring obstructie ondervindt van verouderde democratische instituten zoals het parlement en de grondwet, die vlak na de oorlog is opgesteld door de communisten. Een beetje zoals de Nederlandse populisten zich afzetten tegen ‘Haags gedoe’. Maar dan nog een graadje brutaler. Hij heeft van de kiezers de volmacht gekregen om het land te runnen en wanneer democratische instituten als het parlement en de grondwet hem daarbij dwarsbomen, zijn die dus ondemocratisch. En in de duizelingwekkende hocus pocus van zijn retorica wordt het zo het toppunt van democratie om hem de almacht toe te kennen en democratische controle af te schaffen.

In naam van de democratie heeft hij de democratie gedemoniseerd met als gevolg dat de overgrote meerderheid van de Italianen tot de conclusie is gekomen dat de politiek niet deugt. En in dat klimaat kun je net zo goed stemmen op een charmante schurk die tenminste weet hoe hij voor zichzelf kan opkomen. We zijn nog lang niet van hem af.

Ilja Leonard Pfeijffer is schrijver en columnist van nrc.next. Hij woont sinds 2008 in Genua.

    • Ilja Leonard Pfeijffer