EU-begroting is spelletje wie krijgt meeste uit de pot

Er bestaat veel kritiek op de begroting van de Europese Unie: fraude, geen zaak voor EU, verkeerde afstemming... Allemaal onzin, betoogt Gijs de Vries. De hoofdzaak is welk Europees belang is gediend met meer geld.

Veel mensen eten te veel en te vet. Kinderen betere eetgewoonten bijbrengen is dus belangrijk. Ouders hebben hier een taak, scholen ook. Maar de Europese Unie? Kunnen onze nationale overheden dit niet alleen af? Toch staat er voor 180 miljoen euro aan subsidies voor schoolmelk en schoolfruit op de EU-begroting. Weggegooid geld, concludeerde de Europese Rekenkamer onlangs. De regeling is duur en levert weinig op. Helaas werd een voorstel om de schoolmelksubsidie te schrappen door de Europese ministers verworpen.

Dit soort ergerlijke verspilling is koren op de molen van anti-Europeanen. Is de Europese begroting dus een bodemloze put, zoals partijen als de PVV rondbazuinen? En zijn de uitgaven doorregen met fraude, om een ander favoriet Haags spookbeeld te nemen?

Het antwoord is nee. Die put bestaat niet. De EU geeft jaarlijks ongeveer 130 miljard euro uit. Dat is veel geld, maar slechts 1 procent van het bruto binnenlands product van de EU. Bovendien mag de EU-begroting geen tekort vertonen. De inkomsten zijn aan een plafond gebonden dat alleen kan worden verhoogd als alle parlementen van de 27 lidstaten daarmee instemmen.

Ook het verhaal van de wijdverbreide fraude is een mythe. Het fraudecontroleorgaan van de EU, OLAF, schat de fraude met EU-geld op 0,34 procent van de begroting. De Europese Rekenkamer schat dat 3,7 procent van de uitgaven in 2010 geraakt was door vormfouten, inclusief fraude. Meer dan 96 procent van de EU-uitgaven voldoet dus aan de regels.

Wel valt er aan de uitgaven en inkomsten van de EU nog veel te verbeteren. Uiteraard is fraude ontoelaatbaar. Terecht stelde de Europese Commissie dan ook voor dat de nationale instanties moeten rapporteren over de manier waarop zij aanbevelingen van OLAF uitvoeren. Jammer dat de lidstaten de verplichting weer hebben geschrapt.

Pas als 98 procent van de uitgaven aan de regels voldoet, is de Europese Rekenkamer bereid als onafhankelijk controleur een goedkeurende verklaring af te geven. Problemen doen zich vooral voor in de uitgaven voor regionale ontwikkeling. De regels waaraan die uitgaven moeten voldoen zijn te ingewikkeld, en de nationale overheden, die het geld van de EU ontvangen, oefenen op de besteding te weinig controle uit. Vooral de regels voor aanbestedingen worden frequent geschonden. Die regels zijn essentieel om eerlijke concurrentie te verzekeren en te voorkomen dat overheden de kas van bevriende bedrijven spekken. Maar ook in Nederland lappen overheden die regels regelmatig aan hun laars. De financiële correcties die de Europese Commissie aan slordige lidstaten oplegt hebben onvoldoende afschrikkende werking.

Natuurlijk moet belastinggeld niet alleen zuiver worden besteed, maar ook effectief. Vaak gebeurt dat ook. Bijvoorbeeld in de financiering door de EU van grensoverschrijdende spoorverbindingen of in de ondersteuning van toerisme. Maar om te beoordelen of beleid werkt, moeten wel duidelijke doelen worden bepaald – en dat gebeurt te weinig. Bovendien moeten nationale en Europese uitgaven op elkaar worden afgestemd en dat gebeurt ook te weinig. Door afstemming zouden de lidstaten jaarlijks tussen 3 en 6 miljard euro kunnen besparen.

Ook de EU-inkomsten moeten op de schop. Terwijl het EU-verdrag voorschrijft dat de Unie over eigen inkomsten moet beschikken, zijn die steeds meer vervangen door nationale afdrachten. Dat is in twee opzichten schadelijk. De berekening van nationale afdrachten is een warboel van uitzonderingsbepalingen die geen burger nog begrijpt. Bovendien beneemt het mediaspektakel van straatgevechten over nettobedragen elk zicht op de essentiële vraag welke algemene, Europese belangen eigenlijk gediend zijn met Europese financiering. Moet er meer of minder geld naar de bewaking van onze buitengrenzen, of naar Europese energienetwerken, of naar landbouw?

In de vraag wat er het best met het geld kan gebeuren is vrijwel niemand meer geïnteresseerd. Alle aandacht gaat uit naar de vraag welk land netto het meest uit de pot haalt. Dat schaadt het aanzien van de EU.

Besturen is het vinden van een verstandig evenwicht tussen deelbelangen en algemeen belang. Het algemeen belang behoort in de discussie over de EU-begroting centraal te worden gesteld. Tot die tijd vreet het gif van de nettobetalerfixatie aan de wortels van de Unie.

Gijs de Vries is lid van de Europese Rekenkamer.

    • Gijs de Vries